![]() |
Want geef het maar toe: diep in je hart is daar meer dan eens dat verraderlijke stemmetje dat je wijsmaakt dat niemand het hoeft te proberen om je van oneerlijkheid of van welke andere roteigenschap dan ook te betichten. In het geval je dat stemmetje inderdaad telkens weer groot gelijk gaf heb ik om te beginnen toch beslist slecht nieuws voor je. Het is namelijk bepaald niet ondenkbaar dat er wel degelijk bloed aan je handen kleeft. Ook al zal dat geen zichtbaar bloed zijn, de kans is groot dat je ooit eens iemand op een andere manier hebt laten bloeden. Want ook dat is een onvoorstelbaar vaak voorkomende vorm van liefdeloos, wreed en dus zondig gedrag. Je hebt deze pagina niet toevallig bezocht en het is best mogelijk dat je dit deed met de achterliggende gedachte: “die webmaster gaat het vast niet over mij hebben want er kleeft aan mijn handen geen bloed, dus ik durf mijn gezondheid er wel aan te wagen”. Je gezondheid zal er inderdaad niet onder lijden maar de kans is groot dat je toch wel degelijk op een andere manier op je grondvesten zult schudden nadat je de boodschap op deze pagina hebt begrepen.
Eens vertelde Jezus, als een voorbeeld van arrogantie en zelfvoldaanheid, het verhaal over die Farizeeër en de tollenaar die beiden naar de tempel gingen om te bidden (Lucas 18:9-14). De Farizeeër bad: “O God, ik dank U, dat ik niet zo ben als de andere mensen, rovers, onrechtvaardigen, echtbrekers, of ook als deze tollenaar; ik vast tweemaal per week, ik geef tienden van al mijn inkomsten”. Aan deze korte opsomming van zijn goede gedrag had hij nog wel een hele waslijst toe kunnen voegen. Tevergeefs: het zou op God geen indruk gemaakt hebben. De keiharde realiteit is nu dat er ook onder de kinderen Gods massa's van dit soort huichelaars zijn te vinden die met een vergelijkbare zelfvoldaanheid Gods aandacht willen vestigen op al het goede dat ze gedaan denken te hebben. Waarmee ze in dezelfde val trappen als zij voor wie Jezus zijn gelijkenis vertelde. Als inleiding op dit verhaal lezen we namelijk: “Hij sprak ook met het oog op sommigen, die van zichzelf vertrouwden, dat zij rechtvaardig waren....” Al deze doe-het-zelf rechtvaardigen gaan er compleet aan voorbij dat daar nog onbeleden zonden in de donkere achteraf hoekjes van hun hart rondschuifelen. Onbeleden zonden van opstandig gedrag (bijvoorbeeld tegenover hen die verantwoordelijk waren voor de goede orde in hun gemeente) of van grove taal tegenover anderen, of van...... laat je eigen geweten hier maar eens aan het woord.
Ik ben er achtergekomen dat huichelaars de meest voorkomende soort zondaren op deze wereld zijn. Sowieso iedere
ongelovige die met de neus in de hoogte en met dat gespleten tongetje minachtend sist dat hij of zij “die
belachelijke onzin van die domme christenen over die hemel, de hel en over hun Jezus” niet nodig heeft is een
huichelaar. Een huichelaar die de klop op de deur van zijn hart moedwillig negeert en behoorlijk nijdig wordt als
hem wordt verteld dat hij een ordinaire zondaar is die zich moet bekeren tot zijn Schepper.
Maar ook binnen het “christendom” bevinden zich massa's religieuzen die huichelachtig een eigen evangelie
hebben verzonnen dat met de bijbelse boodschap weinig van doen heeft. Dit schrijvend komt me een voorbeeld vanuit mijn
eigen ervaringen in gedachten. Ooit groeide ik op in een (evangelische) gemeente waarbinnen onenigheid ontstond met als
resultaat dat enige “broeders en zusters” in de aanval gingen tegen de voorganger door zijn functioneren
“ter discussie te stellen”. Ik zat er destijds bij toen er tijdens een bijbelstudieavond een toespraak
werden gehouden waarbij er heel wat opruiende taal, leugenachtig gekronkel en nog meer van dat soort bagger in het rond
vloog. Het klimaat van liefde en verdraagzaamheid was ver te zoeken. Toen deze rebellen hun zin niet kregen gingen zij
er vandoor en begonnen hun eigen “rebellenclub”, die uiteindelijk niet echt lang heeft standgehouden.
Overigens een veel voorkomend verschijnsel in Nederland. Ook mijn eigen gemeente onderging ondertussen hetzelfde lot
nadat bij een volgende ronde van rebellie nieuwe “Korachs, Datans en Abirams” (Numeri
16) opstonden en ook zij er hun eigen versie van het evangelie met veel list en bedrog door wilden drukken.
Terwijl de leider van die laatste aanvalsronde zichzelf ondertussen maar vast liet inzegenen als voorganger, zonder dat
daarover met de eigenlijke voorganger was gesproken. Een staatsgreep in het klein dus.
Flink wat jaren later ontstond de situatie dat ik wekelijks de voorganger van destijds, die ondertussen in een rolstoel was beland, naar een grote(!) evangelische gemeente in mijn woonplaats bracht en na afloop van de dienst weer ophaalde (zonder zelf die diensten bij te wonen). Een gemeente die ik trouwens al eens had omgedoopt tot “de evangelische afvalbak” van mijn woonplaats. En terecht. Want wie zag ik daar geregeld rondkruipen? Precies: de opstandige lieden die destijds de voorganger in kwestie onder vuur namen. Door een speling van het lot zaten zij nu weer samen onder een dak. Als ik bij het brengen en ophalen de zaal weer eens rondkeek, staarden mij vanuit diverse hoeken en gaten dezelfde huichelaars aan die ooit om diverse redenen onze eigen gemeente waren ontvlucht omdat de boodschap hen te zwaar op de maag lag. Bijvoorbeeld omdat de (geheel bijbelse) boodschap over het lijden om Christus' wil hen bedorven maagzuur bezorgde. Of omdat ze al stuiptrekkingen kregen zodra de (ook geheel bijbelse!) geestelijke strijd aan de orde kwam waarop ze er met de staart tussen de poten vandoor gingen (daar zul je de oorlog maar eens mee moeten winnen......). Of omdat ze, zoals in het voorgaande al is beschreven, zelf graag voorgangertje wilden spelen. Een aantal keren heb ik sindsdien de oud-voorganger gevraagd of iemand van deze “broeders en zusters” al eens op hem afgestapt was met de bedoeling hun rebelse gedrag, hun gestook, hun geroddel, kortom: om al hun liefdeloze gedrag van destijds uit te praten en te belijden (mocht je daarvan nog niet op de hoogte zijn: ook dat is namelijk volkomen bijbels). Zijn antwoord was echter telkens weer dat dit niet was gebeurd waarop mijn verbijstering om en afkeer van zoveel ordinair gehuichel nog weer eens toenam. Dit soort mensen is duidelijk in staat om, ondanks onbeleden zonden, met een glashard gezicht de vrome broeder of zuster uit te hangen en de samenkomsten te bevuilen met hun huichelachtigheid tegenover Gods bevelen. Die bevelen zijn in dit geval (nog) niet met een vinger op de muur geschreven (Daniël 5:5) maar zijn heel gewoon in de bijbel te vinden. Tenminste.... voor diegenen die bereid zijn ze onder ogen te zien. Over de bereidheid van de bedoelde “broeders en zusters” heb ik mijn terechte twijfels en al helemaal als ik lees hoe God over dit soort gedrag denkt. Bijvoorbeeld in Jesaja 1:12-13: “Wanneer gij komt om voor mijn aangezicht te verschijnen; wie heeft dit van u verlangd mijn voorhoven plat te treden? Gaat niet voort met huichelachtige offers te brengen; gruwelijk reukwerk is het Mij; nieuwe maan en sabbat, het bijeenroepen der samenkomsten. Ik verdraag het niet: onrecht met feestelijke vergadering”. Lezer, is deze boodschap overgekomen??
Nog even terugkomend op mijn verbijstering en afkeer over deze huichelarij: dat was te verwachten. Lees bijvoorbeeld maar eens Psalm 119:53: “Verontwaardiging greep mij aan vanwege de goddelozen, die uw wet verlaten”. Niet alleen die goddelozen maar ook massa's “christenen” nemen een loopje met Gods principes zodat ieder oprecht kind van God dat daar wel rekening mee houdt het zal overkomen dat de heilige toorn om zoveel huichelachtig gedrag hem of haar zal aangrijpen. Dit schrijvende komt mij het tot de verbeelding sprekende voorbeeld van de richter Simson in gedachten. Het overkwam hem dat zijn eigen volksgenoten bij hem kwamen met de mededeling: “Wij zijn gekomen om u te binden en u aan de Filistijnen over te leveren”. Aanvankelijk gewillig liet Simson zich binden en meevoeren maar...... “zodra hij te Lechi gekomen was en de Filistijnen hem met gejuich tegemoet kwamen, greep de Geest des Heren hem aan en de touwen om zijn armen werden als in het vuur verbrande vlasstengels en zijn banden smolten weg van zijn handen. Daarop vond hij een nog verse ezelskaak, strekte de hand uit, greep ze en sloeg daarmee duizend man dood. En Simson zeide: Met een ezelskaak sloeg ik dat ezelstuig, met een ezelskaak duizend man”. Dit lezen wij in Richteren 15:14-16. Het ligt in de lijn der verwachting dat de niet zo bijbelvaste lezers en zij die de bijbel vast in de ban gedaan hebben met rode kaken zitten te steigeren bij het lezen van Simson's antwoord op het verraad van zijn eigen volk en op het (voorbarige) gejuich van die goddeloze Filistijnen. En dat onder het voorwendsel dat Simson wreed en barbaars bezig was. Er staat echter wel degelijk dat de Geest des Heren hem aangreep. Zoals het volk Israël zelf ooit de opdracht had gekregen om de goddeloze en wrede volkeren om hen heen (met al hun meedogenloze kinderoffers etc.) radicaal uit te roeien, zo rekende ook Simson af (gedreven door de Heilige Geest!!) met zijn vijanden. Dat is een waarheid om rekening mee te houden want..... ook in de eindtijd zal bij het toenemen van de geestelijke duisternis de roede van Gods toorn over al de wetteloosheid die binnen het “christendom” (= Babylon) te vinden is schiftend bezig zijn.
Schrijvende over de realiteit dat zonden de mens van God scheiden waarschuwde Paulus in Efeze 5:6 namelijk: “Laat niemand u misleiden met drogredenen, want door zulke dingen komt de toorn Gods over de kinderen der ongehoorzaamheid”. Dit geschreven hebbende word ik weer herinnerd aan het feit dat er al jarenlang een ontstellend sluwe dwaling rondwaart in de evangelische wereld die er, in een paar woorden gezegd, op neerkomt dat “God zelfs niet eens boos kan kijken”. En van zo'n lieverdje hebben de huichelaars onder de kinderen Gods uiteraard niets te vrezen. De gevolgen van deze misleiding heb ik met eigen ogen aanschouwd. Met de begeleidende “ontdekking” dat ook de mens zelf zo goed is dat alle zonden die hij desondanks begaat toegeschreven moeten worden aan satan werden massa's kinderen Gods tot huichelaars gemaakt, voor zover ze dat tenminste nog niet waren. Er is echter niets nieuws onder de zon want in Matth. 24:11 voorspelde Jezus deze grote afval al: “En vele valse profeten zullen opstaan en velen zullen zij verleiden”. Verleiden tot zonde en verleiden tot de zonde van huichelarij.
Wat al de in het voorgaande aangehaalde huichelaars kennelijk niet willen weten is dat de bijbel ons heel duidelijk laat weten hoe God over hun gedrag denkt. Bijvoorbeeld in het tekstgedeelte dat mijzelf telkens weer als eerste in gedachten komt wanneer ik weer eens met deze en vergelijkbare slangen geconfronteerd wordt, te weten: Matth. 5:23-24 waar Jezus zegt: “Wanneer gij dan uw gave brengt naar het altaar en u daar herinnert, dat uw broeder iets tegen u heeft, laat uw gave daar, voor het altaar, en ga eerst heen, verzoen u met uw broeder en kom en offer daarna uw gave”. De praktijk is dat personen zoals hierboven zijn beschreven óf absoluut niet beseffen dat ze ooit grof, harteloos, egoïstisch, arrogant, sluw, verraderlijk, kortom: liefdeloos bezig zijn geweest óf ze beseffen dit wel degelijk maar vinden desondanks van zichzelf dat ze niets te belijden hebben. In beide gevallen hebben de huichelaars in kwestie hun geweten dichtgeschroeid. En bij dat laatste komt mij in gedachten wat God daarover zei in Jer. 17:9-10: “Arglistig is het hart boven alles, ja, verderfelijk is het; wie kan het kennen? Ik, de Here, doorgrond het hart en toets de nieren, en dat, om aan een ieder te geven naar zijn wegen, naar de vrucht zijner daden”.
Een van de vele voorbeelden van huichelarij waaraan het volk Israël zich destijds schuldig maakte staat te
lezen in Jesaja 30:8-11: “Ga nu, schrijf het in hun bijzijn op een tafel en teken het op
in een boek, opdat het diene voor latere dagen, voor immer en altoos. Want het is een weerspannig volk,
leugenachtige kinderen, kinderen die de wet des Heren niet willen horen; die tot de zieners zeggen: Gij zult niet zien;
en tot de schouwers: Gij zult voor ons de waarheid niet schouwen, spreekt tot ons aangename dingen, schouwt
begoochelingen; wijkt af van de weg, buigt af van het pad, doet de Heilige Israëls weg uit onze ogen”.
In vergelijkbare bewoordingen wordt tot op de dag van heden (vrij vertaald) tegen God gezegd: “Hoepel op uit ons
leven want wij wensen ons niet te onderwerpen aan uw gezag”. Dat zij daarmee hun eigen Schepper een schop geven
zal voor deze huichelaars geen zorg van betekenis zijn maar zodra zij hun laatste adem uitblazen wordt dat beslist
een compleet ander verhaal.
Opvallend is de zinsnede: “opdat het diene voor latere dagen”. De beschrijving die hier wordt gegeven van
de vijandige houding van het weerspannige volk is dan ook nog even actueel als in de tijd van de profeet Jesaja. Een
beschrijving die nu echter betrekking heeft op zowel kinderen Gods als op hen die daar alleen nog in naam voor door
gaan en die er op allerlei slinkse manieren een eigen rechtvaardigheid op na houden. Zo las ik bijvoorbeeld een
berichtje over een symposium genaamd: “Godslastering terug op de westerse agenda” dat in maart 2007 werd
gehouden op de Nijmeegse Radboud Universiteit. Enkele sprekers (decanen van de Nijmeegse theologische faculteit en de
faculteit der religiewetenschappen) vonden dat een wettelijk verbod op godslastering een nutteloze stuiptrekking is
van een voorbije tijd. De heren vonden dat angst voor straf van Boven een restant is uit de Middeleeuwen. Kijk eens
aan, deze heren zijn dus decanen op een theologische faculteit en toch kunnen zij zonder blikken of blozen het ontzag
voor de God met wie zij zich bezig zeggen te houden tot een Middeleeuwse mythe maken. Één stap verder en die
God zal volgens deze huichelaars helemaal niet meer bestaan. Weten we tenminste meteen weer waar theologie eigenlijk
over gaat. Dode kennis is het die een dode religie voortbrengt. Dat blijkt ook wel uit het etiket waarachter deze heren
zich schuilhouden: faculteit der religiewetenschappen. Religie is morsdood dus als mensen daar dan ook nog eens
een wetenschap van denken te moeten maken houden zij zich slechts bezig met de geestelijke dood. Toen de Indiase
prediker Sadhu Sundar Singh kennis maakte met de westerse theologie beschreef hij die heel treffend als “een
tweedehands geloof”. Dat is een wereld van verschil met wat de apostel Paulus schreef in Rom.
1:16: “Want ik schaam mij het evangelie niet; want het is een kracht Gods tot behoud voor een ieder
die gelooft, eerst voor de Jood, maar ook voor de Griek”. Het evangelie van Jezus is de enige weg die
leidt vanuit de dood naar het leven.
Waar de genoemde heren overigens heel sluw misbruik van maken is het feit dat de terreur van de Rooms Katholieke leer destijds een dergelijk bedreigend godsbeeld goed kon gebruiken om de onwetenden onder het juk van de angst vast te kunnen houden. De Roomse leer is echter voor honderd procent een heidense religie die absoluut niets met het evangelie van Jezus van doen heeft. De mening van genoemde heren is daarom sowieso gebouwd op religieus drijfzand maar dat doet verder niets af aan hun vijandigheid, minachting en huichelachtigheid tegenover hun Schepper. Met behulp van deze en vergelijkbare listen heeft de mens sinds de zondeval telkens weer huichelachtig moeite gedaan om zijn geweten het zwijgen op te leggen met het doel iedere herinnering aan de Schepper weg te redeneren. De genoemde heren zijn in één opzicht in ieder geval wel eerlijk: ze maken geen geheim van hun huichelachtigheid..... en daarom zijn ze vrij eenvoudig te ontmaskeren.
Dat is heel wat minder eenvoudig als we te maken hebben met een ander soort gluiperds. Dit betreft de gevaarlijkste soort huichelaars en dat zijn namelijk de in allerlei soorten en maten voorkomende “bijbelleraars”, evangelisten, voorgangers, oudsten, etc. die er met een gespeelde oprechtheid in geslaagd zijn massa's nietsvermoedende kinderen Gods een dwaalweg op te sturen. Wie zich daarvoor laat gebruiken is een zoveelste Tobia die met vijandige bedoelingen is binnengedrongen om vervolgens als satan's spreekbuis dienst te doen. Over deze Tobia schreef ik op de homepage van deze website:
Citaat:
Toen de uit de Babylonische ballingschap teruggekeerde Joden onder leiding van Nehemia de muur van Jeruzalem herbouwden
overlegden hun tegenstanders in Nehemia 4:11: “Zij zullen niets merken noch
gewaarworden, totdat wij in hun midden komen, hen doden en het werk stopzetten”. De plannen van deze
tegenstanders werden echter verijdeld en de muur werd voltooid. Echter, amper nadat Nehemia zijn hielen had gelicht
lukte het een van hen om via een andere weg binnen de muren van Jeruzalem te geraken. Daarover lees ik in Nehemia 13:6-9: “Doch ik was gedurende dit alles niet te Jeruzalem, want in het tweeëndertigste
jaar van Arthahsasta, koning van Babel, was ik naar de koning gegaan. Maar na verloop van tijd vroeg ik de koning om
verlof; en toen ik te Jeruzalem kwam, bemerkte ik het kwaad dat Eljasib begaan had, door voor Tobia een kamer in te
richten in de voorhoven van het huis Gods. Ik was er zeer over ontstemd en wierp al het huisraad van Tobia
het vertrek uit. Op mijn bevel reinigde men de vertrekken, en ik bracht het gerei van het huis Gods, het spijsoffer en
de wierook daarin terug”. Uitgerekend een priester (Eljasib) presteerde het om deze vijand zelfs binnen de
voorhoven van de tempel te herbergen.
De opmerkelijke overeenkomst met de situatie in onze dagen is dat vele vijanden van het evangelie eveneens de
gelederen zijn binnengedrongen terwijl massa's kinderen Gods er niets van hebben gemerkt.
Einde citaat.
In Matth. 24:10-12 sprak Jezus over de afbraak van het geloof van veel gelovigen in de eindtijd. We kunnen er dus niet omheen dat het volharden in het geloof, het volharden in de trouw en het “volharden in het volharden” een slijtageslag zal blijken te zijn én dat het “christendom” tot in alle hoeken en gaten is geïnfiltreerd door dienaren van satan. In een paar zinnen beschreef Jezus dit eindtijddrama: “En dan zullen velen ten val komen en zij zullen elkander overleveren en elkander haten. En vele valse profeten zullen opstaan en velen zullen zij verleiden. En omdat de wetsverachting toeneemt, zal de liefde van de meesten verkillen”. Tegen de profeet Daniël zei de engel die hem vertelde over de gebeurtenissen op het wereldtoneel “aan het einde der dagen” in Daniël 11:34: “Doch, terwijl zij struikelen, zullen zij een kleine hulp vinden; dan zullen velen zich in huichelachtigheid bij hen aansluiten”. Onder de zonen Gods, waarover de engel het hier heeft, zullen zich ook veel meelopers bevinden, huichelaars, die uiteindelijk onder de druk van de vervolging en het lijden door hun huichelachtigheid niet stand zullen kunnen houden. Zo zullen de Tobia's onder hen hun masker afzetten, en de meelopers en de opportunisten zullen bezwijken onder de druk en afvallig worden. Voor zover ze dat nog niet al waren.
Opvallend goed aansluitend op al het voorgaande is een van de reacties die ik kreeg op deze website en welke afkomstig was van iemand die vertelde over “het gevoel dat mijn gebed niet verder kwam dan het plafond”. Nadat hij daarover tegenover God zijn beklag had gedaan kreeg hij uiteindelijk als antwoord dat hij door bepaalde zonden (o.a. bedrog, stelen, beschadigend taalgebruik tegenover anderen) een aantal gebedsbelemmeringen had veroorzaakt waardoor God niet reageerde op zijn gebeden. Pas nadat hij schoon schip had gemaakt en had rechtgezet waarmee hij de Heilige Geest had bedroefd ging de hemel weer open. Als antwoord kreeg hij ten slotte ook deze opdracht van God (welke ik hier letterlijk citeer): “Maak een getuigenis van jezelf hoe er door jouw leefwijze en die van de christenheid een grijze deken is neergedaald, waardoor Ik niet meer luister. De mensheid heeft door al deze dingen een aantal gebedsbelemmeringen opgeworpen waardoor Ik niet meer luister”. In andere bewoordingen zei God in Jesaja 59:1-2 precies hetzelfde toen bij de ongezeglijke huichelaars het masker werd afgerukt met de woorden: “Zie, de hand des Heren is niet te kort om te verlossen, en zijn oor niet te onmachtig om te horen; maar uw ongerechtigheden zijn het, die scheiding brengen tussen u en uw God, en uw zonden doen zijn aangezicht voor u verborgen zijn, zodat Hij niet hoort”.
Het komt er dus op aan dat de kinderen Gods opruiming gaan houden in hun leven en afrekenen met al hun huichelachtige gedrag, zodat men doorkrijgt dat de nu volgende waarschuwing van de apostel Petrus in 1 Petrus 4:17-18 beslist geen loze kreet is: “Want het is nu de tijd, dat het oordeel begint bij het huis Gods; als het bij ons begint, wat zal het einde zijn van hen, die ongehoorzaam blijven aan het evangelie Gods? En indien de rechtvaardige ternauwernood behouden wordt, waar zal dan de goddeloze en zondaar verschijnen?” De rechtvaardige wordt hier overigens niet “ternauwernood” (= met moeite, volgens de Griekse grondtekst) behouden omdat de verlossing door Jezus maar net voldoende zou zijn maar doordat het lijden om Christus' wil ieder kind van God treft dat ernst maakt met zijn/haar heiliging. Dat is namelijk het onderwerp waarover Petrus hier schrijft. Juist vanwege dat lijden vinden veel kinderen Gods die last te zwaar en het laat zich raden dat dit lijden dan ook een scheiding veroorzaakt tussen de doorzetters en de afvalligen. Dit oordeel (= deze scheiding) zal de huichelaars en de oprechten van elkaar scheiden, het kaf wordt gescheiden van het koren. Wie de last van het lijden om Christus' wil te zwaar vindt hoeft slechts te volharden in zijn huichelachtigheid en zijn ondergang is absoluut verzekerd.
Voor hen die daarentegen wel voor rede vatbaar zijn heb ik tot slot een paar uitspraken van Jezus bij elkaar gezet die heel kernachtig weergeven waar Zijn maatstaven op neerkomen:
Mocht het je ontgaan zijn over welke geboden Jezus hier o.a. sprak dan kan de nu volgende hint je wellicht een eind op de goede weg helpen. In het voorgaande is ie al even aangehaald maar hier komt ie dan weer: “Wanneer gij dan uw gave brengt naar het altaar en u daar herinnert, dat uw broeder iets tegen u heeft, laat uw gave daar, voor het altaar, en ga eerst heen, verzoen u met uw broeder en kom en offer daarna uw gave”. In Matth. 5:23-24 kun je dit lezen, dus mocht je heimelijk hopen dat ik het zelf heb verzonnen dan heb je dikke pech. Wat Jezus hier eigenlijk zei is het volgende: “Zolang jij huichelachtig negeert dat je ooit iemand onrecht en verdriet hebt aangedaan en je dat niet belijdt en goedmaakt heb ik aan jouw gebeden geen boodschap!! En er zijn nogal wat kinderen Gods die zich door vergelijkbare zonden van God vervreemd hebben en desondanks huichelachtig menen Gode welgevallig te zijn. Laten zij de bijbel dan maar eens (beter) gaan lezen zodat ze er op een goede dag achterkomen wat Jezus hen te zeggen heeft, zoals bijvoorbeeld met de woorden: “Wie mijn geboden heeft en ze bewaart, die is het, die Mij liefheeft”. Wie zijn geweten momenteel al flink hoort knagen zal zeer waarschijnlijk de hierin opgesloten boodschap al opgemerkt hebben. Die is namelijk dat het omgekeerde ook waar is: “Wie mijn geboden heeft en ze niet bewaart, die heeft Mij niet lief”.
Dus.... klaplopers, meelopers, huichelaars en al die anderen die de geboden van Jezus niet bewaren en niet gehoorzamen maar desondanks met een air van vroomheid in hun wekelijkse samenkomst zitten: beter je leven, ruim de rotzooi in je hart op en belijdt tegenover hen die jij ooit verdriet hebt aangedaan dat je verkeerd bezig bent geweest.
En nu maar hopen dat iedere huichelaar, na dit allemaal te hebben gelezen, nu dan toch eindelijk is gaan beseffen dat hij of zij op een dergelijke manier een gruwel in Gods ogen is geweest en nu tot het besef is gekomen dat daar iets aan gedaan moet worden, want gebeurt dat niet..... dan zijn de gevolgen voor eigen rekening.
| Spreuk: Het evangelie is veel te ingewikkeld voor volwassenen. Alleen een kind kan het begrijpen. (naar Matthéüs 18:3) |
P.S.
Mocht je de inhoud van deze pagina op een meer conventionele manier onder de aandacht van andere belangstellenden
willen brengen, wees dan zo vrij en print deze pagina. Er zal
eerst een voorbeeldtekst verschijnen om je een idee te geven van de tekstgrootte. Je kunt vervolgens
een keuze maken tussen kleine en wat grotere letters, waarbij nog wel even moet worden opgemerkt dat
de kleine letters overeenkomen met de gangbare lettergrootte zoals je die in boeken en tijdschriften
aantreft.