nod nod
Google
Zoek in het WWW. Zoek in deze site.
Deze website maakt geen gebruik van cookies!

 Daniël, Johannes en de antichrist.

Inleiding.
Zowel de apostel Johannes als de profeet Daniël hebben ons een boodschap nagelaten die de gebeurtenissen van de eindtijd in beelden en gelijkenissen weergeeft. Talrijk zijn de uitleggingen hierover en bijna even talrijk de ongeestelijke voorstellingen van zaken. Wat ik telkens weer tegenkom is de gewoonte van veel “eindtijdprofeten” om compleet voorbij te gaan aan het feit dat zowel Daniël als Johannes beschrijven welke geestelijke, duistere krachten de loop der gebeurtenissen in deze zichtbare wereld beïnvloeden. Kom dus niet aanzetten met die o zo voorspelbare en onruststokende leuterverhalen over kernraketten, over een dreigende kernoorlog of over allerlei andere bloedstollende en angstzaaiende ellende. Wie zich daarvoor laat gebruiken is overkomen waarvoor de apostel Paulus al waarschuwde in 1 Tim. 6:20-21: “O Timothéüs, bewaar wat u is toevertrouwd, houd u buiten het bereik van de onheilige, holle klanken en de tegenstellingen der ten onrechte zo genoemde kennis. Sommigen, die woordvoerders daarvan zijn, zijn het spoor des geloofs bijster geraakt”. Dergelijke misleidende voorspellingen leiden de aandacht af van waar het evangelie van het Koninkrijk Gods werkelijk over gaat. De boodschap daarvan is namelijk dat wie gehoorzaam is aan het evangelie ook (en vooral) in de eindtijd veel werken van de satan zal vernietigen. Het zijn deze discipelen van Jezus die daarom door de satan en zijn handlangers gevreesd worden. En dat is een heel andere boodschap dan al die onheilstijdingen ons willen doen geloven.
Verwacht hier daarom geen onbijbelse voorspellingen over bijvoorbeeld het tijdstip van de grote verdrukking of van Jezus' wederkomst. En ook als je wilt weten wie de antichrist zal zijn zul je genoegen moeten nemen met de wilde fantasieën van de vele “deskundigen” die al sinds jaren als een rattenplaag over het religieuze erf zijn uitgezwermd.

De bijbelteksten die op deze pagina zijn gebruikt komen uit de NBG 1951 en komen allemaal overeen met de Statenvertaling.
 

Verborgen en verzegeld tot de eindtijd.

Het boek Openbaring is grotendeels geschreven zoals Jezus ook sprak tot de grote menigten, waarvan we lezen in Matth. 13:10-13: “En de discipelen kwamen en zeiden tot Hem: Waarom spreekt Gij tot hen in gelijkenissen? Hij antwoordde hun en zeide: Omdat het u gegeven is de geheimenissen van het Koninkrijk der hemelen te kennen, maar hun is dat niet gegeven. Want wie heeft, hem zal gegeven worden en hij zal overvloedig hebben; maar wie niet heeft, ook wat hij heeft, zal hem ontnomen worden. Daarom spreek Ik tot hen in gelijkenissen, omdat zij ziende niet zien en horende niet horen of begrijpen.”
Aan Daniël wordt in Dan. 12:8-9 verteld dat wat hij had gehoord niet voor iedereen toegankelijk is: “Ik nu hoorde het wel, maar begreep het niet en zeide: Mijn heer, waarop zullen deze dingen uitlopen? Doch hij zeide: Ga heen, Daniël, want deze dingen blijven verborgen en verzegeld tot de eindtijd.” Ook de gebeurtenissen die in Openbaring worden beschreven zijn in gelijkenissen en beelden weergegeven en beschrijven grotendeels wat er in de geestelijke wereld gaande is. Alleen de Heilige Geest kan ons het inzicht daarin geven en de betekenis ervan. De vele mensen die Jezus aanhoorden maar niet werkelijk waren toegewijd kregen dat niet te horen en net zomin de schriftgeleerden, theologen en “profeten” die meenden dat zij de wijsheid in bezit hadden. Ik heb ondertussen diverse uitleggingen onder ogen gehad van fantasten die meenden te weten waar de eindtijd over gaat maar hun geleuter kwam er hoofdzakelijk op neer dat wat Daniël en Johannes allemaal beschrijven zich uitsluitend in de natuurlijke wereld afspeelt, inclusief (de ondertussen alweer verouderde) Poseidon raketten die vanuit de zee zouden moeten worden afgeschoten, zoals ik dat in een boek van Hal Lindsey tegenkwam. Deze eindtijdprofeet heeft overigens, net als een aantal van zijn al net zo gevaarlijke soortgenoten, meerdere voorspellingen gedaan waarvan achteraf bleek dat ze uit een hele dikke duim gezogen waren. In Deut. 18:22 rekent de bijbel hardhandig af met dergelijke valse profeten: “Als een profeet spreekt in de naam des Heren en zijn woord wordt niet vervuld en komt niet uit dan is dit een woord, dat de Here niet gesproken heeft; in overmoed heeft de profeet het gesproken, gij zult voor hem niet vrezen”. Precies! Want als er iets is dat de vaak bloedstollende “voorspellingen” van dit soort zwamneuzen tot gevolg hebben dan is dat een knagend angstgevoel of op zijn minst een voortdurende ongerustheid. En dat is niet Gods wil. Vandaar dat we kunnen lezen in Rom. 8:15: “Want gij hebt niet ontvangen een geest van slavernij om opnieuw te vrezen, maar gij hebt ontvangen de Geest van het zoonschap, door welke wij roepen: Abba, Vader”.

Al deze valse profetieën leiden verder de aandacht af van wat er in de geestelijke wereld gaande is. Wij hebben namelijk te strijden tegen de geestelijke overheden, tegen de machten, tegen de wereldbeheersers dezer duisternis, tegen de boze geesten in de hemelse gewesten (Efeze 6:12). Het is dan ook deze strijd die wordt beschreven in Daniël en in Openbaring. Vanuit die geestelijke wereld wordt alles dat zich in de natuurlijke wereld afspeelt bestuurd en beïnvloed. Zolang de satan het voor elkaar krijgt om de aandacht van kinderen Gods daarvan af te houden en hij hen een moeras in kan sturen door boeken zoals die van de al genoemde Hal Lindsey, en van andere eindtijdproleten, is hij dik tevreden. Het blijft me desondanks verbazen dat massa's kinderen Gods de boodschap van het evangelie zo makkelijk negeren en zich door allerlei wilde theorieën laten meeslepen. Dramatisch is dat zelfs. En verbazingwekkend, zodat de apostel Paulus al moest schrijven in Gal. 1:6-7: “Het verbaast mij, dat gij u zo makkelijk van degene, die u door de genade van Christus geroepen heeft, laat afbrengen tot een ander evangelie, en dat is geen evangelie. Er zijn echter sommigen, die u in verwarring brengen en het evangelie van Christus willen verdraaien”. Die sommigen zijn ondertussen uitgegroeid tot een heel leger van misleiders en evangelievervalsers. Dat heeft de stortvloed aan boeken over de eindtijd van al die “eindtijdprofeten” nu wel overtuigend bewezen.

Uiteraard doel ik hierbij niet op de weinige schrijvers die een beter geestelijk inzicht hebben/hadden omdat zij oprecht bezig waren en zich niet met misleiding bezighielden. De grote bulk echter van al die (vaak bespottelijke) eindtijdscenario's zijn voortgekomen uit bedrog, uit misleiding, uit sensatiezucht of uit financieel gewin. Denk bij dat laatste maar aan de populaire, religieuze “eindtijd thrillers” waarvoor men ondertussen “een gat in de markt” heeft ontdekt.

 

De vier dieren.

Zodra we ons gaan verdiepen in de eindtijd kunnen we niet om de bijbelboeken Daniël en Openbaring heen. De visioenen die Daniël ontving en de openbaringen van Johannes beschrijven vanzelfsprekend dezelfde periode in de wereldgeschiedenis. En toch komen ze ogenschijnlijk niet altijd met elkaar overeen. In Daniël 7 zien we bijvoorbeeld vier dieren uit de zee opkomen terwijl Johannes er in Openb. 13 maar één uit de zee ziet opkomen. De andere drie beschrijft Johannes overigens in Openb. 6:3-8, namelijk: de ruiter op het rode paard, de ruiter op het zwarte paard en de ruiter op het vale paard. De betreffende tekstgedeelten zijn:

Hele legers eindtijdprofeten meenden zich al over deze visioenen te moeten buigen zodat ik al diverse uitleggingen heb kunnen lezen van de aard van deze dieren en van de beschrijving die de profeet Daniël en de apostel Johannes gaven. Vrijwel altijd komen die neer op een (opvallend voorspelbaar) verhaal waarin atoomwapens, wereldoorlogen, natuurrampen en meer van dergelijk onheil rijkelijk over ons wordt uitgestort. Dit soort gebeurtenissen zijn natuurlijk niet uit te sluiten maar wat al deze zwamverhalen in ieder geval laten zien is dat ze slechts natuurlijk gericht zijn en geen aandacht schenken aan het feit dat alles dat zich in de zichtbare wereld afspeelt zijn oorsprong heeft in en bestuurd wordt vanuit de geestelijke wereld.

Ook kan het gebeuren dat Daniël 7 in hun uitleg op één hoop wordt gegooid met de uitleg van Nebukadnezar's droom in Daniël 2, waar duidelijk sprake is van achtereenvolgende aardse koninkrijken. Die droom ging over een groot beeld, waarvan we lezen in Daniël 2:32-33: “Het hoofd van dat beeld was van gedegen goud, zijn borst en armen waren van zilver, zijn buik en lendenen van koper, Zijn benen van ijzer, zijn voeten deels van ijzer deels van leem”. Dit beeld stelde vier achtereenvolgende koninkrijken voor: het Babylonische rijk, het rijk van de Meden en de Perzen, het Griekse rijk en het Romeinse rijk. Deze allen werden in de droom uiteindelijk door een losgeraakte steen verbrijzeld. Die steen stelt het Koninkrijk van Jezus Christus voor en de boodschap voor Nebukadnezar was dan ook dat aan alle aardse koninkrijken een einde zal komen en dat alleen dat eeuwige Koninkrijk zal blijven bestaan. Het ligt voor de hand dat de heidense koning Nebukadnezar Daniël's uitleg over de ondergang van deze aardse koninkrijken nog wel vatten kon. Maar kom bij deze heiden niet aanzetten met een verhaal over de eindtijd dat in beelden en gelijkenissen is verpakt. De visioenen in Daniël 7 betroffen bovendien toekomstige gebeurtenissen waar deze heidense koning absoluut niets over hoefde te weten en daarom sloot de boodschap van zijn droom in Daniël 2 zich aan bij zijn beperkte bevattingsvermogen.
Opvallend in deze droom is verder dat het Romeinse rijk het laatste in de serie van vier is terwijl ondertussen ook dit Romeinse rijk allang geschiedenis lijkt te zijn. Alsof de vernietiging ervan al achter ons zou liggen. Dat is echter niet het geval. Dit Romeinse rijk bestaat ook in deze eindtijd nog steeds. Het heeft slechts (beginnend tijdens de regeringsperiode van keizer Constantijn) een andere vorm aangenomen en in die vorm (het Vaticaan) bezit het al eeuwenlang een nog steeds groeiende wereldheerschappij!! Vandaar dat in Daniël 2:34 de losgeraakte steen uitgerekend de voeten van ijzer en leem (= een kunstmatige en dus kwetsbare eenheid) verbrijzelde. Dit is namelijk iets dat in de eindtijd zal plaatsvinden en daarmee is dit, door voeten van ijzer en leem voorgestelde, Romeinse rijk in Nebukadnezar's droom de enige link met de huidige eindtijd.

 

De visioenen die de profeet Daniël in Daniël 7 te zien kreeg gaan veel verder dan Nebukadnezar's droom. Toch heb ik moeten vaststellen dat ook de vier dieren in Daniël 7 in nogal wat uitleggingen steevast worden voorgesteld als dezelfde aardse koninkrijken die in de droom van deze heidense koning hun ondergang tegemoet gingen. In Daniël 7 zijn het vier dieren die uit de zee (= het religieuze leven van de heidenen) opkomen en deze gedrochten stellen dan ook geen koninkrijken voor. We moeten allereerst beseffen dat alles wat in Daniël en Openbaring werd geschreven over deze dieren handelt over de werkwijzen van de satan en de hulpmiddelen die hij gebruikt om zijn doel te bereiken. Of dat nu koninkrijken zijn, individuen of wat dan ook, het gaat in de eerste plaats om wat de satan probeert te bereiken. Alle onheil komt dan ook vanuit de geestelijke wereld op de aarde terecht.
Deze vier dieren zijn, net als de drie ruiters in Openb. 6 en het beest uit de zee in Openb. 13, vier hele grote demonen. Alle vier werken ze aan de plannen van de satan. Dat gaat niet zonder een taakverdeling. Deze zware jongens worden door de satan in de strijd geworpen en hebben ieder een eigen taak. Zo heeft de satan altijd al gewerkt en dat zal hij voorlopig ook wel blijven doen. Het is namelijk de enige manier om georganiseerd te kunnen werken. De aard en de taak van deze vier dieren zijn uit hun beschrijving te halen:

  1. In Openb. 6:3-4 wordt de ruiter op het rode paard voorgesteld. Het gaat hier om het eerste dier in Daniël 7:4. Dit dier had vleugels maar raakt die kwijt, het wordt op twee voeten gezet en het krijgt een mensenhart. Twee voeten…. een mensenhart…. Dat kan maar één ding betekenen en dat is dat dit dier een gedaantewisseling ondergaat en daarna op een mens lijkt. In de gedaante van een mens gaat hij namelijk te werk. Uiteraard gebruikt hij daarvoor mensen maar dit zijn wel mensen die een misleidende en verleidende taak hebben. Het zijn de wolven in een schapenvacht, de valse profeten en de dwaalleraars die tot taak hebben om de kinderen Gods bij de waarheid van Gods Woord vandaan te halen en hen een vals evangelie aan te smeren. Ze komen sympathiek over (dankzij de schapenvacht) maar het zijn precies die grimmige wolven waarvoor Paulus waarschuwde in Hand. 20:29-30. Dit dier verschuilt zich dus in mensen die geen argwaan wekken, sympathiek overkomen en daardoor velen kunnen misleiden. Het allereerst gebruikte en vaak ook het meest succesvolle wapen van de satan is namelijk het wapen van verleiding. De geestelijke aftakeling van het “christendom” is een bewijs voor het succes dat dit eerste dier al heeft gehad bij zijn taak om te verleiden en te misleiden en dat voorspelde Jezus al in Matth. 24:11: “En vele valse profeten zullen opstaan en velen zullen zij verleiden”. En in Matth. 24:24: “Want er zullen valse christussen en valse profeten opstaan en zij zullen grote tekenen en wonderen doen, zodat zij, ware het mogelijk, ook de uitverkorenen zouden verleiden”.
  2. In Openb. 6:5-6 wordt de ruiter op het zwarte paard voorgesteld. Het gaat hier om het derde dier in Daniël 7:6. Aan dit derde dier werd heerschappij gegeven. Hier komen de wereldleiders, de regeringsleiders, de lagere overheden en al die mensen die macht kunnen uitoefenen in beeld. Denk ook maar aan de economische macht. Want: “wiens brood men eet diens woord men spreekt”. Deze economische macht is in handen van de rijke bankiers, de multinationals, het IMF, de wereldbank. Deze korte en onvolledige opsomming geeft al aan in welke hoek we deze supercriminelen moeten zoeken. Al deze mensen staan in dienst van de ruiter op het zwarte paard. Alle touwtjes waaraan de genoemde criminelen hangen komen uiteindelijk samen in het Vaticaan. Dit wereldse instituut (het Romeinse rijk) verschuilt zich achter een religie (de Romeins Katholieke kerk) maar is in wezen een occult bolwerk en een concentratie van politieke macht.
    Ook het verschijnsel “democratie” wordt door deze satanisten gebruikt om te misleiden en om zo de grote massa koest te houden. Democratie (= “het volk regeert”) is namelijk de kunst om de man in de straat te laten geloven dat hij een stem heeft terwijl iedere regeringscombinatie die uit een zoveelste verkiezingsronde rolt uitsluitend en alleen maar de plannen van het Vaticaan uitvoert. Want democratie = demoncratie. Het moge duidelijk zijn dat de economische en politieke machthebbers op wereldniveau plus alle lagere overheden onderworpen zijn aan dit derde dier uit Daniël, dat in Openb. 6:5-6 wordt voorgesteld als de ruiter op het zwarte paard.
  3. In Openb. 6:7-8 wordt de ruiter op het vale paard voorgesteld. Het gaat hier om het tweede dier in Daniël 7:5. Met drie ribben in zijn muil en met de opdracht om veel vlees te eten is het wel duidelijk dat dit dier openlijk geweld en het zaaien van dood en verderf op zijn programma heeft staan. De drie ribben in de muil van dit dier kunnen voorstellen:
    1. Oorlogen en andere vormen van menselijk geweld.
    2. Natuurrampen (aardbevingen, overstromingen, orkanen, vulkaanuitbarstingen enz.)
    3. Ziekten. Ook ziekten die opzettelijk door de farmaceutische maffia worden verspreid in bijvoorbeeld de Afrikaanse landen. Volgens echte en eerlijke wetenschappers die het wereldwijde bedrog van de medische pseudo-wetenschap aan de kaak stellen (ik verwoord nu dus hun bevindingen en niet de mijne) bestaat bijvoorbeeld Aids helemaal niet maar zijn de verschijnselen ervan uitsluitend het gevolg van de “behandeling”. Zelfs het bestaan van ziekteverwekkende virussen is nooit bewezen! Vandaar dat men dus nooit een middel ter “genezing” heeft gevonden. Dat is overigens ook helemaal de bedoeling niet van deze corrupte gifmengers. Ondertussen worden er wel kapitalen gepompt in het zogenaamde Aids onderzoek maar al dat geld komt in de zak terecht van dezelfde gifmengers die deze “ziekte” gelijktijdig in stand houden door hun bedrog. Een redelijk denkend mens kan zich terecht verbijsterd afvragen hoe dergelijke criminelen zo door en door corrupt konden worden. Het antwoord daarop is dat al deze wettelozen in dienst staan van dit tweede dier uit Daniël 7:5, in Openb. 6:7-8 voorgesteld als de ruiter op het vale paard. Ook het plan van de goddeloze machthebbers in deze wereld om de wereldbevolking terug te brengen tot 500 miljoen is het werk van dit tweede dier. Of hen dat ook zal lukken is nog maar zeer de vraag want het is tenslotte alleen Jezus die alle macht heeft ontvangen. Én er is voorzegd dat de zonen Gods veel werken en plannen van de satan zullen vernietigen. Dat neemt niet weg dat aan de gewelddadige en doortrapte plannen van deze demon stug wordt doorgewerkt.
  4. In Openb. 13 verschijnt het beest uit de zee ten tonele. Dit beest uit de zee is dezelfde als het vierde dier in Daniël 7:7. Dit dier heeft occultisme en toverij als belangrijkste kenmerken. Door occultisme en toverij is het namelijk volledig verbonden met het rijk van de satan en heeft het de macht om aan zijn menselijke volgelingen bovennatuurlijke krachten te geven.
    Het eerste dier had verleiding en valse leringen als wapens, het tweede dier had geweld, ziekten en natuurrampen als wapens, het derde dier had economische en politieke macht maar het vierde en meest afschuwelijke dier heeft bovennatuurlijke macht tot zijn beschikking. Het kan als het ware de hel op aarde uitbraken met al zijn totale wetteloosheid en goddeloosheid. Vandaar dat Daniël dit dier als de meest schrikwekkende beschrijft. Deze vier dieren oefenen gelijktijdig hun taken uit en werken zij aan zij. De verleidingen, het zaaien van dood en verderf, de jacht naar (wereld)heerschappij en het occultisme werken samen aan de voorbereidingen voor de komst van de mens der wetteloosheid. Ook het vierde dier, de geest van de antichrist, is al sinds de dagen van de apostelen bezig geweest met deze voorbereidingen. Er valt niet te zeggen waar precies de taak van het ene dier ophoudt en waar die van het andere dier begint maar het meest waarschijnlijke is dat ze elkaar overlappen. De verleiders in Matth. 24:24 hebben namelijk ook occulte krachten tot hun beschikking om wonderen te kunnen doen, waardoor hun verleidingen nog overtuigender overkomen bij iedere verblinde zondaar die aan Gods Woord geen boodschap heeft.
 

Wat opvalt is dat in Openbaring de volgorde waarin deze hoofdrolspelers op het toneel verschijnen afwijkt van die in het boek Daniël. Alleen Johannes zag deze ruiters namelijk in chronologische volgorde verschijnen, gevolgd door het beest uit de zee. Met als bijzonderheid dat ze bij Johannes ook nog worden voorafgegaan door de ruiter op het witte paard (Jezus Christus).

Dankzij de vele TV programma's over het (oude) Egypte heeft vrijwel iedereen wel eens afbeeldingen gezien zoals men die in Egyptische tempels aantreft. Bijvoorbeeld afbeeldingen van dierfiguren die op een rechtop zittende leeuw met vleugels lijken en een mensengezicht hebben. Dergelijke figuren zijn in de heidense religies afbeeldingen van goden en deze goden stelden altijd demonen voor, vaak aangeduid als “mythische” figuren. Dat is echter misleidend want waar de verering van deze “goden” werkelijk op neer komt liet de apostel Paulus weten in 1 Cor. 10:19-20: “Wat wil ik hiermede dan zeggen? Dat een afgodenoffer iets is, of dat een afgod iets is? Integendeel, dat hun offeren een offeren is aan boze geesten en niet aan God en ik wil niet, dat gij in gemeenschap komt met de boze geesten”. Hier werden de Israëlieten ook al op gewezen in het lied dat Mozes hun moest leren. In Deut. 32:16-17 lezen we daarom: “Zij verwekten Hem tot naijver door vreemde goden, met gruwelen krenkten zij Hem; Zij offerden aan de boze geesten, die geen goden zijn, aan goden, die zij niet hebben gekend, nieuwe goden, die kort tevoren opgekomen waren, voor welke uw vaderen niet gehuiverd hadden”.

Ook de vier dieren die in Daniël 7 worden “afgebeeld” als mythische wezens stellen geen aardse koninkrijken voor maar zijn demonen met een speciale taak. Dit wordt nog eens bevestigd in Openb. 12:3-4 waar de draak wordt beschreven als een beest met zeven koppen en tien horens: “En er werd een ander teken in de hemel gezien, en zie, een grote rossige draak met zeven koppen en tien horens, en op zijn koppen zeven kronen. En zijn staart sleepte een derde van de sterren des hemels mede en wierp die op de aarde. En de draak stond voor de vrouw, die baren zou, om, zodra zij haar kind gebaard had, dit te verslinden”. Deze draak is volgens Openbaring 12:9: “de oude slang, die genaamd wordt duivel en de satan”. De satan wordt hier zelf evenzo als een beest (in dit geval een draak) met zeven koppen en tien horens omschreven.
Ik kwam hierover eens een uitleg tegen (van iemand van wie ik overigens veel heb geleerd) die een tegenstrijdigheid bevatte. In zijn uitleg bij Openb. 12:3-4 is deze draak volgens hem de geest van de antichrist uit Openbaring 13, alsof die een verschijningsvorm zou zijn van de satan zelf. Terwijl hij vervolgens in zijn uitleg bij Openb. 13:3-4 meent dat de satan zich zelf niet met de geest van de mens verbindt maar dat hij zijn macht overgeeft aan de geest van de antichrist (en dat is op zichzelf helemaal waar). De satan en de geest van de antichrist worden in zijn eerste uitleg dus als één en hetzelfde beest voorgesteld en in de tweede uitleg gaat het weer om twee verschillende geesten. Hij spreekt zichzelf hiermee feitelijk tegen. De satan en de geest van de antichrist zijn wel degelijk twee geesten.
We lezen namelijk in Openb. 19:20: “En het beest werd gegrepen en met hem de valse profeet, die de tekenen voor zijn ogen gedaan had, waardoor hij hen verleidde, die het merkteken van het beest ontvangen hadden en die zijn beeld aanbaden; levend werden zij beiden geworpen in de poel des vuurs, die van zwavel brandt”. Met de geest van de antichrist wordt, op dit punt aangekomen, definitief afgerekend terwijl even verder in Openb. 20:2-3 van de satan wordt gezegd: “....en hij greep de draak, de oude slang, dat is de duivel en de satan, en hij bond hem duizend jaren, en hij wierp hem in de afgrond en sloot en verzegelde die boven hem, opdat hij de volkeren niet meer zou verleiden, voordat de duizend jaren voleindigd waren; daarna moest hij voor een korte tijd worden losgelaten”. Het beest en de antichrist worden dus in de poel van vuur en zwavel gedumpt (dat is de tweede dood) en de satan wordt eerst nog voor duizend jaren in de afgrond vastgehouden voordat ook hij in de poel van vuur en zwavel wordt gesmeten.

 

...met zeven koppen...

Zowel Daniël als Johannes zien het vierde dier uit de zee opkomen. Dit dier heeft zeven koppen en tien horens. We beginnen met die zeven koppen. De zesde kop is de eigenlijke kop van het vierde beest en dit beest is de geest van de antichrist. Zoals hierboven al is gesteld zijn occultisme en toverij de belangrijkste kenmerken van dit beest. Johannes zag dat de zesde en eigenlijke kop, de occulte kop, dodelijk gewond was geraakt maar toch weer genas. Occultisme, bijgeloof en toverij vormden eeuwenlang een deel van het dagelijkse leven. Door de reformatie en de daaropvolgende geestelijke oplevingen werd dit verdrongen totdat men zelfs het bestaan van (boze) geesten als een belachelijk verzinsel ging beschouwen. Nu zien we overal om ons heen gebeuren dat het occultisme in de wereld weer ongekend populair wordt (gemaakt). Absoluut schrikbarend is het tempo waarmee de (jonge) kinderen door TV, computer“spelletjes”, films enz. worden besmet met het occultisme. Doordat eeuwenlang steeds minder mensen geloofden in het bestaan van een duivel of in het bestaan van een geestelijke wereld, kon dit beest geen macht uitoefenen. Nu het occultisme weer in een ijltempo om zich heen grijpt en jong en oud weer gaan geloven in toverij (Harry Potter!!) en onder de vloek daarvan terechtkomen krijgt dit beest meer en meer speelruimte. Zijn gevaarlijkste kop herstelt zich in onze tijd dan ook opvallend snel.

Wat Harry Potter betreft nog even het volgende: de waarschuwingen tegen deze welbewuste betovering van de jeugd worden nogal eens afgedaan als overdreven gezeur, met als argument dat het allemaal toch “slechts fantasie” is. Satanist Anton Lavey, auteur van de “Satanic Bible” en stichter van de satanskerk, dacht daar echter heel anders over. Hij schreef namelijk over fantasie als een “magisch wapen” in het satanisme. In het boek “The Satanic Rituals” schreef hij bijvoorbeeld: “Fantasie speelt een belangrijke rol in elk religieus programma, want de subjectieve geest staat minder kritisch tegenover de kwaliteit van het voedsel dan tegenover de smaak ervan... Dus wordt fantasie gebruikt als een magisch wapen (in het satanisme). De satanist houdt een magazijn in stand met erkende fantasieën, bijeengebracht uit alle culturen en uit alle eeuwen.”
Conclusie: fantasie wordt welbewust door de satan gebruikt om te misleiden en te hersenspoelen. Ook de zogenaamd “onschuldige” fantasie van Harry Potter.

Behalve de zesde en eigen kop zijn er nog zes andere koppen. Die stellen demonen voor die tijdelijk een bepaalde taak opgelegd krijgen, als een opdracht die ze van het beest ontvangen. Babylon is hier de valse kerk die gebruik maakt van het occulte beest, wat in Openb. 17:3-5 wordt uitgebeeld doordat ze daar op de rug van het beest rijdt. Dat ze op de rug van dit beest zit, het berijdt en het dus bestuurt duidt aan dat het beest (tijdelijk) in haar dienst staat. Want dankzij de inspanningen van deze valse kerk herstelt het occultisme en dus de occulte en zesde kop van het beest zich en zolang dat genezingsproces nog niet is voltooid blijft het beest nog van de valse kerk afhankelijk en is het gedwongen haar te dienen.
We lezen in Openb. 17:3-5: “En hij voerde mij in de geest weg naar een woestijn. En ik zag een vrouw zitten op een scharlakenrood beest, dat vol was van godslasterlijke namen, en het had zeven koppen en tien horens. En de vrouw was gehuld in purper en scharlaken en rijk versierd met goud, edelgesteente en paarlen, en zij had in haar hand een gouden beker, vol gruwelen, en de onreinheden van haar hoererij. En op haar voorhoofd was een naam geschreven, een geheimenis: het grote Babylon, moeder van de hoeren en van de gruwelen der aarde”. Uit haar (tijdelijke) samenwerking met het occulte beest blijkt eens te meer dat deze valse kerk voor 100% is toegewijd aan de zaak van de satan. Dit Babylon bestaat overigens niet uit alleen de rooms katholieke kerk, maar zal uiteindelijk uit een monsterverbond van alle (wereld)religies bestaan. Het overgrote deel van wat zich Protestants noemt zal ook door dit monsterverbond opgeslokt worden. Dat zien we nu om ons heen gebeuren. Men heeft daar uiteraard wel een wat vriendelijker naam aan gegeven namelijk: de oecumene, waarover in de volgende alinea meer.

De eerste vijf koppen en de zevende kop zitten (voor een bepaalde tijd) aan het beest vast en kunnen daarom niets doen buiten de wil van het beest om. In Openb. 17:9-10 wordt de aard van het beest door de engel aan Johannes uitgelegd: “Hier is het verstand, dat wijsheid heeft: De zeven koppen zijn zeven bergen waarop de vrouw gezeten is. Ook zijn het zeven koningen: vijf ervan zijn gevallen, een is er nog en de andere is nog niet gekomen, en wanneer hij komt, moet hij korte tijd blijven.” In dit stadium zijn vijf van deze machten al van het toneel verdwenen omdat deze machten hun taak er op hebben zitten. Denken we bijvoorbeeld aan het openlijke geweld tegen de “ketters” in de vorm van de beruchte inquisitie, dan hebben we hier één van deze koppen bij de kop gepakt. Een kop die met deze vorm van wreedheid ooit actief is geweest maar dat nu echter niet meer is. De zevende kop is de demon die verantwoordelijk is voor de oecumenische beweging. In die tijd leven wij nu. Die oecumene moet alle wereldgodsdiensten samenvoegen tot één wereldreligie. Het hele zooitje wordt als het ware op één grote hoop geveegd, zodat het geestelijke leven van de “christenen” die hier deel van zullen uitmaken totaal vernietigd zal worden. Want dit is het hoofddoel dat de satan met de oecumene op het oog heeft: zoveel mogelijk kinderen Gods die ongehoorzaam blijven aan Gods Woord meesleuren in deze ondergang. De rooms katholieke religie is overigens altijd al voor 100% heidens geweest ondanks het “christelijke” masker. Maar ook aan dit monsterverbond zal een einde komen omdat er een moment zal komen waarop de satan genadeloos met de valse wereldkerk zal laten afrekenen.

 

...en tien horens.

De vernietiging van de wereldkerk zal gedaan worden door deze horens. Samen met de restanten van het afvallige Protestantse christendom en van alle andere religies wordt deze goddeloze hoer, dit Babylon, na de korte periode van “eenheid” uiteindelijk door de tien horens vernietigd, zoals in Openb. 17:16 wordt gemeld: “En de tien horens, die gij zaagt, en het beest, dezen zullen de hoer haten, en zij zullen haar berooid maken en naakt, haar vlees eten en haar met vuur verbranden”.
Het komt er dus op neer dat alle religie in opdracht van de satan zal worden uitgeroeid. De verering van wat voor afgod dan ook is dan voorbij. Waarom? Omdat de satan geen concurrentie meer zal dulden. Daarna zal hij zelf namelijk worden vereerd door alle goddelozen op aarde, wat we lezen in Openb. 13:3-4: “En (ik zag) een van zijn koppen als ten dode gewond, en zijn dodelijke wond genas; en de gehele aarde ging het beest met verbazing achterna, en zij aanbaden de draak, omdat hij aan het beest de macht gegeven had, en zij aanbaden het beest, zeggende: Wie is aan het beest gelijk? en: Wie kan er oorlog tegen voeren?”

Wie of wat zijn die tien horens? De tien horens zullen deelnemen aan de vernietiging van de valse kerk. Horens kennen we uit de dierenwereld als verdedigings- of als aanvalswapen en worden dan ook gebruikt om (mannelijke) concurrenten of vijandig gezinde (roof)dieren op een afstand te houden of als bedreiging uit te schakelen. Het beest maakt gebruik van de horens, die overigens maar één uur macht ontvangen, wat aanduidt dat dit maar een korte tijd zal zijn. Het betreft hier mensen die uitsluitend in dienst van het beest staan. Dat ze maar één uur macht ontvangen kan er op duiden dat ze door het beest gebruikt worden als een wegwerpartikel, alleen nuttig om een bepaald doel te bereiken om daarna afgedankt te worden. Zoals we al lazen in Openb. 17:16 roeien deze horens samen met het beest de hoer Babylon uit. Deze horens houden zich dus zelf niet met religie bezig maar staan daarbuiten. Het zijn goddelozen die aan religie geen boodschap hebben en voor het oog van de wereld niet lijken te geloven in een god, of in iets dat bovennatuurlijk is. Terwijl ze in werkelijkheid wel degelijk de satan blijken te aanbidden want dat is hun god. De aanbidding van de satan zal vervolgens de enige aanbidding zijn die dan nog door de satan zal worden geduld en die zal worden gekenmerkt door occultisme op een tot dan toe ongekende schaal.
Deze mensen worden koningen genoemd en hebben dus (korte tijd) macht. In hoeverre zij macht hebben over een koninkrijk en wat voor soort koninkrijken dit zijn en of ze ook nog middelen tot hun beschikking hebben zoals een geheime dienst, een leger of iets dergelijks is mij nog niet duidelijk maar dat zijn details die er verder niet zo veel toe doen. Deze koningen zijn in ieder geval mensen die slechts korte tijd macht ontvangen. Net lang genoeg om het plan van het beest te dienen, want demonen haten mensen. Ook al maken ze wel gebruik van mensen en ontvangen die mensen daarvoor enige macht, dan gebeurt dit toch uitsluitend en alleen “ter meerdere eer en glorie” van de satan.

De kleine horen.

Daniël ziet dat drie van die tien horens plaats moeten maken voor die kleine horen, die uiteindelijk groter zal worden dan alle andere horens. Die kleine horen is de antichrist, dus ook een mens, van wie we in Daniël 7:2-8 lazen dat in die horen ogen waren als mensenogen en een mond vol grootspraak. Samen met de andere horens zal hij de valse wereldkerk uitroeien en alleen nog de aanbidding van de satan dulden. Over het verschijnsel antichrist schreef de apostel Johannes in 1 Joh 2:18: “Kinderen, het is de laatste ure; en gelijk gij gehoord hebt, dat er een antichrist komt, zijn er nu ook vele antichristen opgestaan, en daaraan onderkennen wij, dat het de laatste ure is”. Deze uiteindelijke antichrist is een mens die volledig door de geest van de antichrist in bezit wordt genomen en die een verbond sluit met deze geest zodat de totale wetteloosheid in hem zal “wonen”. Valse profeten en valse leraars kunnen ook ieder voor zich een antichrist zijn, zoals Johannes bedoelde te zeggen, maar niet de door de satan “uitverkoren” antichrist. Er zijn dus veel antichristen actief die, hoewel ze vijanden van het evangelie zijn, niet de rol van “wereldleraar” krijgen toebedeeld.

In Dan. 11:31-39 wordt het gedrag van deze antichrist wat uitgebreider omschreven en speciaal in vers 36-39: “En de koning zal doen wat hem goeddunkt; hij zal zich verhovaardigen en zich verheffen tegen elke god, zelfs tegen de God der goden zal hij ongehoorde woorden spreken, en hij zal voorspoedig zijn, totdat de maat van de gramschap vol is; want wat vastbesloten is, geschiedt. Ook op de goden zijner vaderen zal hij geen acht slaan; op de lieveling der vrouwen noch op enige andere god zal hij acht slaan, want tegen alle zal hij zich verheffen. Maar in hun plaats zal hij de god der vestingen vereren: de god die zijn vaderen niet gekend hebben, zal hij vereren met goud en zilver en edelgesteenten en kostbaarheden. En hij zal optreden tegen de versterkte vestingen met de hulp van de vreemde god; ieder die deze erkent, zal tot grote eer komen; hij zal hen tot heersers maken over velen en grond aan hen toedelen als beloning”.

Die koning is de antichrist die “tegen de God der goden ongehoorde woorden zal spreken”. Dat komt overeen met wat de kleine horen doet, met zijn mond vol grootspraak. Wat hier in de NBG is vertaald met “de god der vestingen” is in de Statenvertaling “Mauzzim”. Ik heb de betekenis van dit Hebreeuwse woord opgezocht en dit woord blijkt te verwijzen naar de satan zelf. Het is dus de satansaanbidding die als enige religie zal overblijven nadat de hoer Babylon zal zijn vernietigd.

 

Wat hebben we tot nu toe...

Het voorgaande op een rij zettend krijgen we dit overzicht.
  1. De vier dieren zijn vier hele grote demonen die gelijktijdig hun taken volbrengen.
  2. De eerste vijf koppen en de zevende kop zijn tijdelijke koppen van het vierde dier en stellen demonen voor die in dienst van deze geest van de antichrist staan. De zesde kop is de eigenlijke kop van het vierde dier.
  3. De tien horens zijn op hun beurt mensen die ook in dienst van het vierde dier staan. Drie van hen moeten plaats maken voor de belangrijkste van hen en dat is de antichrist (die antichrist is dus ook een mens).
  4. Het grote Babylon, de valse kerk, zal uiteindelijk uit alle bij elkaar geveegde religies bestaan, totdat de (overgebleven) horens met deze religieuze vuilnisbelt zullen afrekenen. Alleen de aanbidding van de satan zal dan nog worden geduld. De nogal eens gehoorde bewering dat óf de roomse kerk óf de paus de antichrist zou zijn is complete onzin en getuigt alleen maar van een gebrek aan geestelijk inzicht. De paus vertegenwoordigt slechts een deel van het geestelijke Babylon, dat verder nog zal bestaan uit alle andere (wereld)religies, inclusief de grote bulk van de Protestantse kerken.

...en wat staat er te gebeuren?

Zowel in het boek Daniël als in Openbaring wordt (in telegramstijl en met gebruikmaking van beelden) de afloop van de komende gebeurtenissen geschilderd. We zouden graag willen dat het allemaal uitgebreider was beschreven en met meer toegevoegde details maar het was nu juist Gods bedoeling dat dit een verborgenheid zou blijven. Dat weten we door wat de engel tegen Daniël zei in:

Dat velen er onderzoek naar zouden doen is ondertussen wel bevestigd. Op nogal wat websites zijn bijna evenzoveel, onderling afwijkende, uitleggingen te vinden over wat Daniël en Johannes moesten opschrijven. Wat vooral opvalt is de veel voorkomende neiging om het allemaal te zien als ontwikkelingen en gebeurtenissen die zich in de natuurlijke wereld afspelen. Voor een deel daarvan is dat inderdaad waar. Toch blijft het voor veel “uitleggers” een verborgenheid dat alles wat zich in de zichtbare wereld afspeelt bestuurd wordt vanuit de geestelijke wereld. Omdat het de geestelijke wereld is van waaruit de satan het gedrag van de mensheid beïnvloedt wordt ons in zowel Daniël als Openbaring door middel van de hierboven genoemde beelden getoond wie de hoofdrolspelers in die geestelijke wereld zijn. Maar ook wie de menselijke hoofdrolspelers zijn die in direct contact staan met deze boze geesten, zoals de tien horens.

In het voorgaande is al opgemerkt dat wij nu leven in de tijd dat de occulte zesde en eigenlijke kop van het vierde dier, de geest van de antichrist, bezig is te genezen. Door zijn occultisme, toverij en de grote macht die het van de satan heeft gekregen is dit beest het gruwelijkste van de vier. Van dit beest lazen we hierboven al een beschrijving in Openb. 13:1-6. En in Openb. 17:9-10 werd door de engel nog meer over dit beest aan Johannes bekend gemaakt. De kop die er ten tijde van Johannes nog niet was is inmiddels ook op het wereldtoneel verschenen. Het is die zevende kop waarvan de engel zei: “....en de andere is nog niet gekomen, en wanneer hij komt, moet hij korte tijd blijven”. Deze zevende kop, die een korte tijd moet blijven, is de demon die verantwoordelijk is voor de opbouw van de uiteindelijke wereldreligie en deze krijgt vorm door middel van de oecumenische beweging (zie het voorgaande hierover). Ook daaraan wordt nu al druk gewerkt, dat zien wij allemaal om ons heen gebeuren. Binnen het Protestantse kamp in Nederland spant men zich in om de verstrooide broeders en zusters (met hun kemphanengedrag) toch weer aan elkaar te laten wennen, onder het dak van de PKN. Een zelfde soort “vredes”missie moet in andere delen van de wereld eveneens tot een eenheidssoep leiden. En uiteraard loopt ook de rooms katholieke kerk zich het vuur uit de sloffen om alle (wereld)religies bij elkaar te kunnen vegen in de religieuze vergaarbak van de paus. De komende wereldreligie staat zichtbaar in de steigers. Anders gezegd: de voltooiing van Babylon zit er aan te komen. Het noodlot van dit Babylon zal echter zijn dat het als wereldreligie niet lang zal standhouden. Van die zevende kop lazen wij namelijk dat hij slechts een korte tijd blijft, wat betekent dat ook de wereldreligie die hij tot stand brengt en in stand houdt niet lang getolereerd zal worden door de antichrist en zijn handlangers. In de tijd dat deze religieuze vergaarbak nog wel zal worden getolereerd zal dit uitsluitend gebeuren om, ware het mogelijk, de echte discipelen van Jezus te kunnen buitensluiten en uit te roeien. Omdat de discipelen van Jezus geen boodschap hebben aan deze goddeloze en het evangelie vijandige dode religie.

 

De zonen van uw volk.

In Matth. 24:21 wordt door Jezus het volgende gezegd over de periode waarin de antichrist als een dolle tekeer zal gaan: “Want er zal dan een grote verdrukking zijn, zoals er niet geweest is van het begin der wereld tot nu toe en ook nooit meer wezen zal”. In Daniël 12:1 doelt de engel op dezelfde periode als hij zegt: “Te dien tijde zal Michaël opstaan, de grote vorst, die de zonen van uw volk terzijde staat; en er zal een tijd van grote benauwdheid zijn, zoals er niet geweest is sinds er volken bestaan, tot op die tijd toe. Maar in die tijd zal uw volk ontkomen: al wie in het boek geschreven wordt bevonden”. De engel heeft het hier over de zonen van uw volk. Over welk volk gaat het hier en over welke zonen? De tijd waarin Daniël leefde en de eindtijd, waarover Jezus en de engel spraken, zijn van elkaar gescheiden door één speciale gebeurtenis. Die gebeurtenis bepaalde het einde van een voorbijgaand tijdperk en het begin van een nieuw en eeuwig “tijdperk”. Deze gebeurtenis was Jezus' kruisdood op Golgotha. Op het moment van Jezus' sterven rekende God de Vader voorgoed af met dat voorbijgaande tijdperk door het voorhangsel in de tempel van boven naar beneden te laten scheuren. Waarna Jezus vlak voor Zijn Hemelvaart in Matth. 28:18-19 tegen Zijn discipelen zei: “Mij is gegeven alle macht in de hemel en op de aarde. Gaat dan heen, onderwijst al de volken...”
Die zonen van uw volk waar de engel tegenover Daniël op doelde en die in de eindtijd actief zullen zijn, zijn daarom de discipelen van Jezus over wie de apostel Paulus schreef in Rom. 8:18-21: “Want ik ben er zeker van, dat het lijden van de tegenwoordige tijd niet opweegt tegen de heerlijkheid, die over ons geopenbaard zal worden. Want met reikhalzend verlangen wacht de schepping op het openbaar worden der zonen Gods. Want de schepping is aan de vruchteloosheid onderworpen, niet vrijwillig, maar om (de wil van) Hem, die haar daaraan onderworpen heeft, in hope echter, omdat ook de schepping zelf van de dienstbaarheid aan de vergankelijkheid zal bevrijd worden tot de vrijheid van de heerlijkheid der kinderen Gods”. Vanwege de zondeval heeft God deze schepping aan de vruchteloosheid en de dood onderworpen (“want de wereld gaat voorbij en haar begeren”) en alles dat voorbijgaat is zinloos, zonder enige waarde en absoluut tevergeefs. Want alleen wat eeuwigheidswaarde heeft en dus eeuwig blijft is echt, onvergankelijk en de moeite waard. Wat Jezus daarom nog maar weer eens benadrukte in Matth. 6:19-20: “Verzamelt u geen schatten op aarde, waar mot en roest ze ontoonbaar maakt en waar dieven inbreken en stelen; maar verzamelt u schatten in de hemel, waar noch mot noch roest ze ontoonbaar maakt en waar geen dieven inbreken of stelen”. Nu is de schepping dus nog onderworpen aan de dood en de vergankelijkheid. De enige weg waarlangs de schepping daaruit bevrijd zal kunnen worden is de inzet van de zonen Gods. Die zonen Gods (“de zonen van uw volk”) zijn de discipelen van Jezus uit alle volken.

Dat laatste moest jaren later kennelijk nog weer eens goed doordringen tot de gemeente te Jeruzalem waar, nadat zij een stevige discussie gevoerd hadden en na het reisverslag van Paulus en Barnabas te hebben aangehoord, zij door de apostel Jacobus in Hand. 15:13b-18 tot de orde werden geroepen: “Mannen broeders, hoort naar mij! Simeon heeft uiteengezet, hoe God van meet aan erop bedacht geweest is een volk voor zijn naam uit de heidenen te vergaderen. En hiermede stemmen overeen de woorden der profeten, gelijk geschreven staat: Daarna zal Ik wederkeren en de vervallen hut van David weder opbouwen, en wat daarvan is ingestort, zal Ik weder opbouwen, en Ik zal haar weder oprichten, opdat het overige deel der mensen de Here zoeke, en alle heidenen, over welke mijn naam is uitgeroepen, spreekt de Here, die deze dingen doet, welke van eeuwigheid bekend zijn”. Jacobus citeerde in dit verband de profeet Amos die dit profeteerde in Amos 9:11-12. Terwijl die even daarvoor in Amos 9:8-10 nog voorspelde dat het volk Israël eerst onder de volken zou worden verstrooid (wat jaren later door toedoen van de legers van Assur en Babel inderdaad gebeurde) maar daarna dus weer hersteld zou worden. Dat herstel en de wederopbouw werden nu door de apostel Jacobus in herinnering gebracht om de aanwezigen in Jeruzalem er op te wijzen dat het altijd al Gods voornemen was dat ook de heidenen aan het eeuwige heil zouden deelhebben. Want juist daarom liet God een deel van het volk terugkeren uit de ballingschap zodat al de profetieën die voorzegden dat de Messias uit dit volk zou worden geboren alsnog in vervulling konden gaan!! En dat is nu precies waar de profeet Jesaja op doelde toen hij in Jes. 11:1-4 de komst van de Messias aankondigde: “En er zal een rijsje voortkomen uit de afgehouwen tronk van Isaï en een scheut uit zijn wortelen zal vrucht dragen. En op hem zal de Geest des Heren rusten, de Geest van wijsheid en verstand, de Geest van raad en sterkte, de Geest van kennis en vreze des Heren; Ja, zijn lust zal zijn in de vreze des Heren. Hij zal niet richten naar hetgeen zijn ogen zien, noch rechtspreken naar hetgeen zijn oren horen; Want hij zal de geringen in gerechtigheid richten en over de ootmoedigen des lands in billijkheid rechtspreken, maar hij zal de aarde slaan met de roede zijns monds en met de adem zijner lippen de goddeloze doden”.

De tronk van Isaï werd tijdens de Babylonische ballingschap definitief door God afgehouwen. De nieuwe loot die er vervolgens uit te voorschijn zou komen was de Messias, Jezus Christus. De afgehouwen tronk van Isaï (het oude volk Israël en het afgebroken koningshuis van David) had geen andere functie meer dan alleen nog die nieuwe loot voort te brengen. Deze nieuwe loot, de Messias, zou een nieuw Koninkrijk op aarde stichten, het Koninkrijk Gods, dat als de steen in de droom van Nebukadnezar uiteindelijk alle andere koninkrijken zal vernietigen. De beloofde Messias was dus de sleutel tot het uitvoeren van Gods voornemen. Dit voornemen komen we in het eerste bijbelboek al tegen waar God in Genesis 17:4-5 aan Abraham belooft: “Wat Mij aangaat, zie, mijn verbond is met u, en gij zult de vader van een menigte volken worden; En gij zult niet meer Abram genoemd worden, maar uw naam zal zijn Abraham, omdat Ik u tot een vader van een menigte volken gesteld heb”. Daaraan herinnert Paulus ons in Gal. 3:6-9: “Op dezelfde wijze heeft ook Abraham God geloofd en het is hem tot gerechtigheid gerekend. Gij bemerkt dus, dat zij, die uit het geloof zijn, kinderen van Abraham zijn. En de Schrift, die tevoren zag, dat God de heidenen uit geloof rechtvaardigt, heeft tevoren aan Abraham het evangelie verkondigd: In u zullen alle volken gezegend worden. Zij, die uit het geloof zijn, worden dus gezegend tezamen met de gelovige Abraham”. Met andere woorden: het is nooit Gods voornemen geweest om aan slechts één volk een speciale status toe te kennen maar om alle zondaren op de wereld van de eeuwige straf te kunnen redden en om al die volken tot discipelen van Jezus te kunnen maken. De dood en overwinning op Golgotha van de Messias, Jezus Christus, maakten dit mogelijk.

Dit moest aan de koppige Joden die Johannes de Doper tegenover zich zag staan nog weer even heel duidelijk gemaakt worden. In Lucas 3:7-9 nam Johannes hen daarom stevig onder handen: “Hij sprak dan tot de scharen, die uitliepen om zich door hem te laten dopen: Adderengebroed, wie heeft u een wenk gegeven om de komende toorn te ontgaan? Brengt dan vruchten voort, die aan de bekering beantwoorden. En gaat niet bij uzelf zeggen: Wij hebben Abraham tot vader; want ik zeg u, dat God bij machte is uit deze stenen Abraham kinderen te verwekken. Ook ligt reeds de bijl aan de wortel der bomen. Iedere boom dan, die geen goede vruchten voortbrengt, wordt uitgehouwen en in het vuur geworpen”. In andere woorden zei hij hier: “Beroep je maar niet op jullie afkomst want die heeft voor God geen enkele waarde”. Wat voor hen gold ging trouwens ook op voor het volk Israël als geheel. Dat volk had namelijk nooit goede vruchten voortgebracht en als geheel was het daarom door God afgehouwen en in het vuur geworpen. Alleen de tronk was overgebleven en uit die tronk was ondertussen de Messias voortgekomen voor wie Johannes de Doper tijdens zijn bediening als heraut optrad.

 
Zetten we alles op een rij dan is dit het resultaat:

Dat Jezus totaal geen boodschap had aan de afgehouwen tronk van Isaï liet Hij bovendien blijken tegenover Pontius Pilatus waar Hij hem antwoordde: “Mijn Koninkrijk is niet van deze wereld; indien mijn Koninkrijk van deze wereld geweest was, zouden mijn dienaars gestreden hebben, opdat Ik niet aan de Joden zou worden overgeleverd; nu echter is mijn Koninkrijk niet van hier” (Johannes 18:36). Dit wetende valt des te meer het schrille contrast op met de hedendaagse afgodische verering van een “Israël” dat met de hulp van een groep satanisten zich een stuk grond heeft toegeëigend in wat ooit het beloofde land was maar dat nu niet meer is. Want de tronk van Isaï is door God definitief afgehouwen. Het is de satan dus gelukt om de aandacht van het “christendom” massaal te richten op een mummie die slechts dient om te voorkomen dat de volken tot discipelen van Jezus gemaakt worden. Want het zijn deze discipelen (“de zonen van uw volk”) die door de satan en zijn aanhang met grote vreze worden gevreesd.

Zeventig jaarweken.

Dan keren we nu weer terug naar Daniël. We lezen in Daniël 9:24-27 de eerste aanwijzingen over de afloop. Het betreft hier een paar teksten waar al heel wat berekeningen op zijn losgelaten, zo heb ik vastgesteld, en ik vond het daarom niet nodig om daar zelf ook mijn rekenkunsten op uit te testen. Dat bleek overigens niet nodig te zijn omdat ik me wel kon vinden in de berekeningen die ik aantrof, ook al verschilden de uitkomsten ervan op enkele details.
Dit is het bedoelde tekstgedeelte: “Zeventig weken zijn bepaald over uw volk en uw heilige stad, om de overtreding te voleindigen, de zonde af te sluiten, de ongerechtigheid te verzoenen, en om eeuwige gerechtigheid te brengen, gezicht en profeet te bezegelen en iets allerheiligst te zalven. Weet dan en versta: vanaf het ogenblik, dat het woord uitging om Jeruzalem te herstellen en te herbouwen tot op een gezalfde, een vorst, zijn zeven weken; en tweeënzestig weken lang zal het hersteld en herbouwd blijven, met plein en gracht, maar in de druk der tijden. En na de tweeënzestig weken zal een gezalfde worden uitgeroeid, terwijl er niets tegen hem is; en het volk van een vorst die komen zal, zal de stad en het heiligdom te gronde richten, maar zijn einde zal zijn in de overstroming; en tot het einde toe zal er strijd zijn: verwoestingen, waartoe vast besloten is. En hij zal het verbond voor velen zwaar maken, een week lang; in de helft van de week zal hij slachtoffer en spijsoffer doen ophouden; en op een vleugel van gruwelen zal een verwoester komen, en wel tot aan de voleinding toe, en waartoe vast besloten is, dat zal zich uitstorten over wat woest is”.
Het gaat hier om een cryptische omschrijving van de loop der gebeurtenissen. In de meeste uitleggingen en berekeningen wordt gesteld dat met deze weken zogenaamde “jaarweken” worden bedoeld. Iedere dag van zo'n jaarweek komt overeen met één jaar, zodat één week een periode van zeven jaar vertegenwoordigt. De eerste 7+62=69 weken komen overeen met de periode waarin Jeruzalem, sinds de terugkeer van de bannelingen uit Babylon, hersteld werd en hersteld bleef totdat “een gezalfde zou worden uitgeroeid, terwijl er niets tegen hem is”. Wat Daniël hier van de engel te horen kreeg was een antwoord op zijn gebed in Dan. 9:3-20 waarin hij bad voor het herstel van Jeruzalem. Als antwoord liet de engel Gabriël hem daarom weten hoe het beloofde herstel van Jeruzalem zou plaatsvinden. Maar daar bleef het niet bij, omdat deze tronk van Isaï ondertussen door God was afgehouwen. Het tijdperk van het oude Israël duurde tot aan de dood van de gezalfde, die werd uitgeroeid terwijl er niets tegen hem was: de dood van de Messias, Jezus Christus. Vanaf Golgotha ging er een nieuw tijdperk in (zie het voorgaande). Het tijdperk waarin Jezus aan Zijn discipelen de opdracht gaf om alle volken te onderwijzen in Zijn Naam en om te werken aan de uitbreiding van het Koninkrijk Gods op aarde. Pas nadat dit voltooid is zal de zeventigste jaarweek aanbreken, zal tijdens die week de taak van de zonen Gods volbracht zijn en zal het einde komen. Dat werd door Jezus in Matth. 24:14 beschreven met de woorden: “En dit evangelie van het Koninkrijk zal in de gehele wereld gepredikt worden tot een getuigenis voor alle volken, en dan zal het einde gekomen zijn”.

Men zou zich kunnen afvragen waarom de zeventig weken geen aaneengesloten periode vormen. Dat komt doordat de tijd waarin Daniël zijn visioenen ontving en de eindtijd (waarover een groot deel van deze visioenen handelt) van elkaar zijn gescheiden door één speciale gebeurtenis. Deze gebeurtenis was Jezus' kruisdood op Golgotha en die betekende het einde van een voorbijgaand tijdperk en het begin van een nieuw en eeuwig “tijdperk”. Telkens weer wordt hierover (in verschillende bewoordingen) door de engel aan Daniël een aanwijzing gegeven. Vandaar dat de afronding van de aangekondigde zeventig weken nu nog toekomst is en beslist niet al achter ons ligt, zoals dit door sommigen wordt beweerd. Daniël kreeg dit o.a. als volgt te horen:

 
Wij hebben ondertussen allemaal kunnen vaststellen dat de wereld (voorlopig) nog gewoon doordraait en dat er zelfs nu, ondanks alle voorspelde doemscenario's, van een “einde der tijden” nog weinig te bespeuren is. Twintig eeuwen geleden, zo rond de tijd van Jezus' kruisiging, was van een laatst der dagen dus eveneens nog geen sprake. Maar ook al is het “tijdstip van het einde” nog toekomst, we leven nu wel in de tijd van het einde, en over die tijd gingen de visioenen van de profeet Daniël. Tussen de negenenzestigste en de zeventigste jaarweek bevindt zich de periode waarin:

De zeventigste jaarweek.

De prediking van deze zonen Gods zal halverwege de nog komende zeventigste jaarweek worden afgerond. Een periode die waarschijnlijk zeven kalenderjaren zal omspannen maar deze zeven jaren zouden ook heel goed, zoals dat ook met de 144.000 losgekochten in Openb. 14:1 het geval is, een symbolisch getal kunnen zijn. Maar veel langer of korter dan zeven kalenderjaren zal het waarschijnlijk niet duren. Over deze laatste week kunnen we zowel in Daniël als in Openbaring details vinden. In Daniël vinden we meeste gegevens over hoe deze periode zal verlopen. Het schema van deze week wordt bijvoorbeeld in Dan. 9:27 weergegeven. Het gaat daar over de periode waarin de antichrist actief is.

In de eerste helft daarvan zal de wereldreligie, van de hoer Babylon, werkelijkheid zijn geworden en door de antichrist en zijn handlangers worden gebruikt om zo mogelijk iedere herinnering aan en ieder restant van het evangelie van het Koninkrijk Gods uit te roeien. Het is deze zeventigste jaarweek waarvan Jezus zei in Matth. 24:10: “En dan zullen velen ten val komen en zij zullen elkander overleveren en elkander haten”, wat inhoudt dat de meelopers, de halfslachtigen en de huichelaars geen stand zullen houden. Het is de tijd waarvan we in Openb. 22:11 ook lezen: “Wie onrecht doet, hij doe nog meer onrecht; wie vuil is, hij worde nog vuiler; wie rechtvaardig is, hij bewijze nog meer rechtvaardigheid; wie heilig is, hij worde nog meer geheiligd”. De scheiding tussen de echte discipelen van Jezus en alle andere “kinderen Gods” zal dan maximaal zijn. Wie niet tot het einde toe oprecht blijft en niet gehoorzaam is aan het evangelie van Jezus zal door de overheersende geestelijke duisternis verpletterd worden en een inwoner worden van het geestelijke Babylon. Alleen de echte discipelen van Jezus zullen staande blijven. Dat de antichrist “het verbond voor velen zwaar zal maken” maakt wel duidelijk dat men onder een zware geestelijke druk wordt gezet om het geloof in Jezus te verloochenen.
Om het allemaal overzichtelijk te houden en om de informatie uit Daniël en Openbaring met elkaar te kunnen vergelijken zijn enkele overeenkomende tekstgedeelten hieronder naast elkaar geplaatst.

 
Daniël: Openbaring:
Dan. 9:27: En hij zal het verbond voor velen zwaar maken, een week lang; in de helft van de week zal hij slachtoffer en spijsoffer doen ophouden; en op een vleugel van gruwelen zal een verwoester komen, en wel tot aan de voleinding toe, en waartoe vast besloten is, dat zal zich uitstorten over wat woest is.
Openb. 11:3-7: En Ik zal mijn twee getuigen lastgeven om, met een zak bekleed, te profeteren, twaalfhonderd zestig dagen lang. Dit zijn de twee olijfbomen en de twee kandelaren, die voor het aangezicht van de Here der aarde staan. En indien iemand hun schade wil toebrengen, komt er vuur uit hun mond en het verslindt hun vijanden; en indien iemand hun schade wil toebrengen, moet hij zo de dood vinden. Dezen hebben de macht de hemel te sluiten, zodat er geen regen valt gedurende de dagen van hun profeteren; en zij hebben macht over de wateren, om die in bloed te veranderen en om de aarde te slaan met allerlei plagen, zo dikwijls zij willen. En wanneer zij hun getuigenis zullen voleindigd hebben, zal het beest, dat uit de afgrond opkomt, hun de oorlog aandoen en het zal hen overwinnen en hen doden.

Openb. 11:11-13: En na die drie en een halve dag voer een levensgeest uit God in hen, en zij gingen op hun voeten staan en grote vrees viel op (allen), die hen aanschouwden. En zij hoorden een luide stem uit de hemel tot hen zeggen: Klimt hierheen op! En zij klommen naar de hemel op in de wolk, en hun vijanden aanschouwden hen. En te dien ure kwam er een grote aardbeving en een tiende deel der stad stortte in, en zevenduizend personen werden door de aardbeving gedood, en de overigen werden zeer bevreesd en gaven de God des hemels eer.
Dan. 11:36-39: En de koning zal doen wat hem goeddunkt; hij zal zich verhovaardigen en zich verheffen tegen elke god, zelfs tegen de God der goden zal hij ongehoorde woorden spreken, en hij zal voorspoedig zijn, totdat de maat van de gramschap vol is; want wat vastbesloten is, geschiedt. Ook op de goden zijner vaderen zal hij geen acht slaan; op de lieveling der vrouwen noch op enige andere god zal hij acht slaan, want tegen alle zal hij zich verheffen. Maar in hun plaats zal hij de god der vestingen vereren: de god die zijn vaderen niet gekend hebben, zal hij vereren met goud en zilver en edelgesteenten en kostbaarheden. En hij zal optreden tegen de versterkte vestingen met de hulp van de vreemde god; ieder die deze erkent, zal tot grote eer komen; hij zal hen tot heersers maken over velen en grond aan hen toedelen als beloning. Openb. 17:16-18: En de tien horens, die gij zaagt, en het beest, dezen zullen de hoer haten, en zij zullen haar berooid maken en naakt, haar vlees eten en haar met vuur verbranden. Want God heeft in hun hart gegeven zijn zin te volbrengen en dit eensgezind te doen en hun koningschap aan het beest te geven, totdat de woorden Gods zullen voleindigd zijn. En de vrouw, die gij zaagt, is de grote stad, die het koningschap heeft over de koningen der aarde.
Dan. 7:25: Hij zal woorden spreken tegen de Allerhoogste, en de heiligen des Allerhoogsten te gronde richten; hij zal er op uit zijn tijden en wet te veranderen, en zij zullen in zijn macht gegeven worden voor een tijd en tijden en een halve tijd. Openb. 11:1-2: En mij werd een riet gegeven, een staf gelijk, met de woorden: Sta op en meet de tempel Gods en het altaar en hen, die daarin aanbidden. Maar laat de voorhof, die buiten de tempel is, erbuiten, en meet die niet; want hij is aan de heidenen gegeven; en zij zullen de heilige stad vertreden, tweeënveertig maanden lang.

Op de helft van deze week zal de offerdienst door de antichrist worden gestopt. Het zat er dik in dat de vele Israëlfanaten dit betrekken op een eventuele derde tempel in Jeruzalem, die volgens hen t.z.t. door de antichrist zal worden ingepikt. Maar zoals in het voorgaande al is benadrukt bestaat er rond die tijd alleen nog maar een wereldreligie, waar ook de al net zo vijandige en satanische “Joodse religie” bij zal zijn ingelijfd. Ook de onder Israëlfanaten rondgaande misleiding dat het Joodse volk later alsnog massaal tot bekering zal komen nadat het een verbond heeft gesloten met de antichrist negeert het feit dat wie, om zijn hachje te redden, eenmaal een verbond met deze mens der wetteloosheid heeft gesloten het merkteken van het beest heeft ontvangen. Voor al deze overspeligen bestaat er geen weg terug meer en dus ook geen bekering achteraf. Zij zijn voorgoed verloren! Dat was te verwachten, aangezien de religie van de orthodoxe “Joden” de Messias, Jezus Christus, heeft verworpen. De enige “christus” waar zij nu nog op wachten zal de anti-christus zijn. Een verbond met deze antichrist is door deze vijanden van het evangelie dan ook gauw geregeld! Maar waarom zouden de aanhangers van deze valse Israël leer zich daar überhaupt nog druk om willen maken als men toch liever deze lering van boze geesten gelooft dan dat men het evangelie van Jezus gehoorzaamt?? Een gewetensvraag!

Wanneer in de helft van de zeventigste week de offerdienst door de antichrist zal worden gestopt verwijst dit naar de dood van de twee getuigen. De aanleiding hiertoe vinden we in Openb. 11:3-13 waarvan in het overzicht hierboven twee veelzeggende tekstgedeelten zijn weergegeven. Er is daar namelijk sprake van de twee getuigen die tijdens de eerste helft van de zeventigste week als een onoverwinnelijk leger het evangelie prediken aan allen die er nog gehoor aan willen geven. Deze twee getuigen staan dan tegenover het leger occultisten van de antichrist, die in de bijbel worden genoemd als de mens der wetteloosheid. De vijandigheid van deze wettelozen tegenover de rondgaande zonen Gods zal hemeltergend zijn. Zolang echter deze zonen Gods hun taak uitvoeren zal de macht van de antichrist en zijn leger door hun aanwezigheid beperkt blijven. Dat is de tijd waarin het leger van Joël 2 door God ingezet zal worden om veel plannen van de satan te vernietigen. Uiteindelijk zullen de twee getuigen nadat zij hun opdracht hebben vervuld, net als Jezus vlak voor zijn kruisdood, geen weerstand meer bieden aan hun vijanden en zullen zij gedood worden. Van hen wordt dan ook gezegd in Openb. 12:11: “En zij hebben hem (de satan) overwonnen door het bloed van het Lam en door het woord van hun getuigenis, en zij hebben hun leven niet liefgehad, tot in de dood”.

Wat daarna gebeuren zal lezen we in Openb. 11:11-13. Zodra de antichrist en zijn leger zullen hebben vastgesteld dat na drie en een halve dag de zonen Gods tegen hun verwachting in wel degelijk uit de dood zijn opgestaan, zijn opgevaren naar de hemel en buiten hun bereik zijn gekomen, zullen zij vervolgens hun woede in al hun gruwelijkheid afreageren op de valse kerk, de grote hoer Babylon, de wereldreligie. Omdat de zonen Gods hen dan niet meer in de weg staan zullen ze vrij spel hebben. Als de tien horens in Openb. 17:16-18 met de religie van Babylon zullen afrekenen zal daarmee alle verering van wat voor afgod dan ook uitgeroeid worden. Ook in het boek Daniël lezen we over deze uitroeiing en wel in Daniël 11:36-39.

 

Nog even iets over de grote verdrukking en de opname.

Misschien is het even aan de aandacht ontsnapt maar we hebben het hierboven wel degelijk gehad over de opname van de gemeente. Daar is overigens al veel over getheologiseerd en voor massa's halfslachtigen binnen het christendom is dit dé uitvlucht waar met smart naar wordt uitgekeken. Jammer voor al deze lafhartigen maar de keiharde realiteit is toch echt dat deze opname zich pas voltrekt nadat de twee getuigen zijn gedood. Jezus was er tegenover Zijn discipelen duidelijk genoeg over dat het volgen van Jezus niet mogelijk is zonder lijden, verdrukkingen en kruisdragen. Wie had gehoopt op een voortijdig vertrek heeft dus nu de keuze: óf aan het evangelie gehoorzaam blijven en gehoorzaam zijn tot de dood, óf er de kantjes aflopen en in de macht van de satan vallen, het teken van het beest ontvangen en voor eeuwig de gevolgen van Gods toorn ondergaan. We zouden mogen verwachten dat iedere weldenkende christen, eenmaal voor deze keuze gesteld, een wijs besluit zal nemen. Uit wat Jezus zei in Matth. 24:10 blijkt echter iets totaal anders: “En dan zullen velen ten val komen en zij zullen elkander overleveren en elkander haten”, waarmee gezegd is dat vele kinderen Gods alsnog verloren zullen gaan. Dat is het drama van de eindtijd. En een herhaling van het drama in de dagen van Noach, waarvan Jezus zei in Lucas 17:26-27: “En gelijk het geschiedde in de dagen van Noach, zo zal het ook zijn in de dagen van de Zoon des mensen: zij aten, zij dronken, zij huwden, en zij werden ten huwelijk genomen tot op de dag, waarop Noach in de ark ging en de zondvloed kwam en allen verdelgde”. Die zondvloed was Gods reactie op de afvalligheid van de rechtvaardigen in Noach's dagen, zoals wij kunnen lezen in Genesis 6:1-7. En zoals het was in de dagen van Noach zo zal het gaan in de tijd van het einde, wanneer vele rechtvaardigen ten val zullen komen en verzwolgen zullen worden in de komende zondvloed. De zondvloed van ontelbare boze geesten die, zo lezen wij in Openb. 9:1-11, uit hun gevangenis losgelaten zullen worden en als een sprinkhanenplaag de aarde zullen teisteren.

De antichrist in de tempel Gods.

Dan is er nog iets waarover de meningen verdeeld zijn. Het gaat om wat de apostel Paulus schreef in 2 Thess. 2:1-10, waar wij zien staan: Maar wij verzoeken u, broeders, met betrekking tot de komst van onze Here Jezus Christus en onze vereniging met Hem, dat gij niet spoedig uw bezinning verliest of in onrust verkeert, hetzij door een geestesuiting, hetzij door een prediking, hetzij door een brief, die van ons afkomstig zou zijn, alsof de dag des Heren (reeds) aanbrak. Laat niemand u misleiden, op welke wijze ook, want eerst moet de afval komen en de mens der wetteloosheid zich openbaren, de zoon des verderfs, de tegenstander, die zich verheft tegen al wat God of voorwerp van verering heet, zodat hij zich in de tempel Gods zet, om aan zich te laten zien, dat hij een god is. Herinnert gij u niet, dat ik, toen ik nog bij u was, u dit meermalen gezegd heb? En gij weet thans wel, wat hem weerhoudt, totdat hij zich openbaart op zijn tijd. Want het geheimenis der wetteloosheid is reeds in werking; (wacht) slechts totdat hij, die op het ogenblik nog weerhoudt, verwijderd is. Dan zal de wetteloze zich openbaren; hem zal de Here Jezus doden door de adem zijns monds en machteloos maken door zijn verschijning, als Hij komt. Daarentegen is diens komst naar de werking des satans met allerlei krachten tekenen en bedrieglijke wonderen, en met allerlei verlokkende ongerechtigheid, voor hen, die verloren gaan, omdat zij de liefde tot de waarheid niet aanvaard hebben, waardoor zij hadden kunnen behouden worden”.

Men schijnt maar niet door te willen krijgen om welke tempel het nu werkelijk gaat in het Koninkrijk Gods. En dat ondanks de duidelijke aanwijzing die Jezus daarover gaf in Joh. 4:21-24, waar Hij zei tegen de Samaritaanse vrouw: “Geloof Mij, vrouw, de ure komt, dat gij noch op deze berg, noch te Jeruzalem de Vader zult aanbidden. Gij aanbidt, wat gij niet weet; wij aanbidden, wat wij weten, want het heil is uit de Joden; maar de ure komt en is nu, dat de waarachtige aanbidders de Vader aanbidden zullen in Geest en in waarheid; want de Vader zoekt zulke aanbidders; God is geest en wie Hem aanbidden, moeten aanbidden in Geest en in waarheid”. Jezus sprak hier over de aanbidding van God in de tempel van het nieuwe verbond. Een tempel waarover Paulus schreef in 1 Cor. 3:16-17: “Weet gij niet, dat gij Gods tempel zijt en dat de Geest Gods in u woont? Zo iemand Gods tempel schendt, God zal hem schenden. Want de tempel Gods, en dat zijt gij, is heilig!” Het scheuren van het voorhangsel in de Joodse tempel op het moment van Jezus' sterven was Gods manier om aan iedere sterveling hier op aarde duidelijk te maken dat Hij aan dat dode, stenen gebouw geen boodschap meer had. Zelfs al zou er in Jeruzalem weer een gebouw verrijzen dat zou moeten doorgaan voor een “tempel” dan is dat niet veel anders dan slechts een homp stenen en een bovengrondse grafkelder. Want God zal daar beslist niet te vinden zijn. Omdat Hij niet van plan is Zich als een kanariepietje in een kooitje te laten stoppen door een verzameling goddelozen die Jezus Christus niet als hun Messias willen aannemen en die het evangelie van het Koninkrijk Gods haten. Deze verloren zielen staan slechts in dienst van de satan. De religieuze dwazen onder ons die desondanks nog lopen te dagdromen over een derde tempel in Jeruzalem denken het (zoals gewoonlijk) allemaal toch weer beter te weten dan God zelf. Dat is een dramatische misser, want: (en dit is oud nieuws) niemand van ons weet het beter dan God. Bovendien maken zij zich schuldig aan het verspreiden van een vals evangelie!

Maar.... over welke tempel had Paulus het dan wel toen hij schreef over de mens der wetteloosheid die zich in de tempel Gods zet, om aan zich te laten zien, dat hij een god is? We weten dat Jezus na Zijn opstanding het Koninkrijk Gods weer op aarde heeft gevestigd, nadat door de zondeval en de vloek van de zonde het rijk van de satan zich hier had gevestigd. Aan de uitbreiding van het Koninkrijk Gods op aarde zullen de discipelen van Jezus tot aan de eindtijd toe blijven werken. We weten nu ook dat er ten tijde van de grote verdrukking nog maar één religie over zal zijn gebleven. Een religie waarin de satan zelf als de hoogste god zal worden vereerd. Tijdens de regering van de antichrist zal het Koninkrijk Gods echter niet van de aarde zijn verdwenen maar toch zullen de inwoners van het Koninkrijk Gods, de zonen Gods, na de opname van de gemeente niet meer op aarde zijn. Zij zijn ieder voor zich een tempel Gods maar ook samen vormen zij de tempel Gods. Deze tempel van het Koninkrijk Gods waar Paulus op doelde staat tijdens de tweede helft van de zeventigste week leeg en de rechtmatige verering van de allerhoogste God zal tijdens die periode op deze aarde niet meer gehoord worden.

In plaats daarvan zal de antichrist zichzelf als de goddelijke vertegenwoordiger van de satan op aarde laten vereren. De positie die alleen Jezus Christus toekomt als de Messias zal de antichrist dus voor zichzelf opeisen. Hij zal zichzelf daarmee in de tempel Gods hebben gezet om de mensen te laten geloven dat hij een god is, de beloofde Messias, waarmee hij zichzelf zal hebben geplaatst op de positie die alleen Jezus Christus toekomt. Hij zal zichzelf dus laten vereren als de “christus”. Door zijn occulte toverkrachten zal hij die schijn voor de ogen van alle op aarde achtergebleven goddelozen makkelijk kunnen ophouden. Dat liet de apostel Paulus ons ook al weten in 2 Thess. 2:1-10, waar hij in de verzen 9 en 10 schreef: “Daarentegen is diens komst naar de werking des satans met allerlei krachten tekenen en bedrieglijke wonderen, en met allerlei verlokkende ongerechtigheid, voor hen, die verloren gaan, omdat zij de liefde tot de waarheid niet aanvaard hebben, waardoor zij hadden kunnen behouden worden”. Dit wordt bevestigd in Openb. 13:11-13 waar de apostel Johannes de opkomst beschrijft van het beest uit de aarde (de antichrist): “En ik zag een ander beest opkomen uit de aarde en het had twee horens als die van het Lam, en het sprak als de draak. En het oefent al de macht van het eerste beest voor diens ogen uit. En het bewerkt, dat de aarde en zij, die daarop wonen, het eerste beest zullen aanbidden, welks dodelijke wond genezen was. En het doet grote tekenen, zodat het zelfs vuur uit de hemel doet nederdalen op de aarde ten aanschouwen van de mensen”.

 

...en zij zullen de heilige stad vertreden.

Rond de tijd dat de zonen Gods worden gedood om daarna in de hemel te worden opgenomen, zullen er ook nog “christenen” zijn die wel ooit eens een keuze voor Christus hebben gemaakt maar door hun halfslachtigheid en lauwheid nooit een radicale levenshouding hebben getoond. De geestelijke rijpheid van de zonen Gods hebben zij dan ook nooit bereikt. Het gaat hier om het soort kinderen Gods van wie Jezus zei in Openb. 3:15-16: “Ik weet uw werken, dat gij noch koud zijt, noch heet. Waart gij maar koud of heet! Zo dan, omdat gij lauw zijt en noch heet, noch koud, zal Ik u uit mijn mond spuwen”. Dan hebben we bijvoorbeeld verder nog de sensatiezoekers die massaal afvliegen op wonderen en tekenen. Wat dat laatste betreft zullen ze tijdens de prediking van de zonen Gods wel aan hun trekken komen en zullen zij zich, in verwondering over zo veel bovennatuurlijke krachten, bekeren.

Nadat de zonen Gods (de laatst overgebleven rechtvaardigen) zijn opgenomen en zij de macht van de mens der wetteloosheid ook niet langer meer beperken zullen deze halfslachtige naamchristenen echter ten prooi vallen aan de gruwelijkheid en wraakzucht van de antichrist en zijn handlangers. Omdat er nu geen rechtvaardigen meer op aarde zijn staat de tempel Gods (de gemeente) tijdelijk leeg. In Dan. 8:11-12 wordt dit als volgt omschreven: “Zelfs tegen de vorst van het heer maakte hij zich groot, en Hem werd het dagelijks offer ontnomen en Zijn heilige woning werd neergeworpen. En een eredienst werd in overtreding ingesteld tegenover het dagelijks offer; en hij wierp de waarheid ter aarde, en wat hij ook deed, gelukte hem”. Dit dagelijks offer wordt God ontnomen doordat de antichrist de laatste nog aanwezige rechtvaardigen op aarde heeft gedood waardoor er geen gebeden meer opklinken. Ook door de afwezigheid van een rechtvaardige levenswandel op aarde vindt er geen verering van God meer plaats. Dit komt allemaal overeen met Openb. 11:1-2: “En mij werd een riet gegeven, een staf gelijk, met de woorden: Sta op en meet de tempel Gods en het altaar en hen, die daarin aanbidden. Maar laat de voorhof, die buiten de tempel is, erbuiten, en meet die niet; want hij is aan de heidenen gegeven; en zij zullen de heilige stad vertreden, tweeënveertig maanden lang”. Doordat de rechtvaardigen zijn gedood en daarna zijn opgevaren staat Gods tempel nu leeg en zij die daarin aanbidden zijn buiten bereik van de antichrist gekomen. In de voorhof bevinden zich echter de christenen die de tempel nog niet hebben bereikt, wat inhoudt dat zij ook de verzegeling aan hun voorhoofd (Openb. 7:3) nog niet hebben ontvangen. Zij zullen dan ook niet bestand zijn tegen de vervolgingen door de antichrist en zijn legers.

Een tijd, tijden en een halve tijd.

Over de duur hiervan lazen we zojuist dat die tweeënveertig maanden zal zijn. Ook lazen we dat in de helft van de zeventigste jaarweek de offerdienst door de antichrist zal worden gestopt, waarna de resterende tijd drie en een half jaar zal zijn (= tweeënveertig maanden). Ik merk hier nogmaals bij op dat het hier om een symbolisch getal zou kunnen gaan. Mijn eigen overtuiging is desondanks dat het inderdaad om een periode van ongeveer drie en een half jaar gaat. In het boek Daniël wordt deze tijd van drie en een half jaar enkele keren op een cryptische wijze weergegeven. Zo vinden we in:
Met die laatste zin wordt het volgende bedoeld: zolang de discipelen van Jezus vanaf hun hemelvaart niet op aarde zullen zijn, en de satan daarom flink tekeer zal gaan, hebben zij geen invloed op de loop der gebeurtenissen. Zodra echter de discipelen van Jezus samen met Jezus zullen terugkeren nadat er met het rijk van de satan en met de antichrist is afgerekend zal het met hun tirannie gedaan zijn en is de tweede helft van de zeventigste week voorbij.
 

De poel van vuur, die van zwavel brandt.

Wat daarna zal gebeuren lezen we in Openb. 19:19 t/m 20:3: “En ik zag het beest en de koningen der aarde en hun legerscharen verzameld om de oorlog te voeren tegen Hem, die op het paard zat, en tegen zijn leger. En het beest werd gegrepen en met hem de valse profeet, die de tekenen voor zijn ogen gedaan had, waardoor hij hen verleidde, die het merkteken van het beest ontvangen hadden en die zijn beeld aanbaden; levend werden zij beiden geworpen in de poel des vuurs, die van zwavel brandt. En de overigen werden gedood met het zwaard, dat kwam uit de mond van Hem, die op het paard zat; en al de vogels werden verzadigd van hun vlees. En ik zag een engel nederdalen uit de hemel met de sleutel des afgronds en een grote keten in zijn hand; en hij greep de draak, de oude slang, dat is de duivel en de satan, en hij bond hem duizend jaren, en hij wierp hem in de afgrond en sloot en verzegelde die boven hem, opdat hij de volkeren niet meer zou verleiden, voordat de duizend jaren voleindigd waren; daarna moest hij voor een korte tijd worden losgelaten”.

Alles nog eens op een rij.

Voor wie het overzicht nu een beetje kwijt is heb ik het allemaal nog even bij elkaar geveegd:
 

Want waar uw schat is...

We leven nu in een tijd waarin dankzij het Internet veel informatie gemakkelijk bereikbaar is. Dat brengt onvermijdelijk met zich mee dat al snel te veel informatie te gemakkelijk te vinden is. Één van de gevolgen daarvan is dat de aandacht te vaak en te lang wordt opgeslokt door (min of meer) nuttige informatie waarvan wordt beweerd dat het belangrijk is om te weten omdat het alles met de eindtijd te maken zou hebben. En inderdaad: temidden van de onvermijdelijke leuterverhalen van een leger “deskundigen” die zichzelf hebben aangesteld als “eindtijdprofeten” is er ook veel informatie voorhanden die ons (meer) inzicht geeft in de (komende) gebeurtenissen. Maar zoals ik al stelde is door deze stortvloed aan “eindtijdprofetieën” de verleiding groot om veel te veel de aandacht op te laten slokken door wat de satan allemaal uitspookt en waartoe hij allemaal in staat is, gebruikmakend van wetteloze mensen die zich in hun vijandschap tegenover het evangelie van Jezus Christus inzetten om dat evangelie én de verkondigers ervan van de aardbodem te kunnen wegvagen.

Door de talrijke websites waarop aan bijvoorbeeld de “nieuwe wereldorde” overvloedig aandacht wordt besteed kan men zich in wanhoop af gaan vragen of het met deze wereld ooit nog wel goed komt. En daarom doen wij er beter aan om al deze onheilstijdingen slechts voor kennisgeving aan te nemen en ze verder te laten voor wat ze zijn, terwijl we ons verdiepen in Gods reddingsplan. Het is verder tekenend dat er bij al die aandacht voor de voortsnellende wetteloosheid zo veel minder is te vinden over de rol en de opdracht van Jezus' discipelen in de eindtijd, zoals die hierboven zijn beschreven. We worden daarentegen wel doodgegooid met sterke verhalen over een Israël dat allang geen Israël meer is en dat voor het Koninkrijk Gods geen enkele waarde meer heeft. Dus ook binnen het christendom vergaapt men zich liever massaal aan de macht van de satan en van zijn handlangers dan dat men gehoorzaam is aan Jezus' opdracht om alle volken te onderwijzen in Zijn Naam. Dit laatste is uitgerekend de sleutel tot de ondergang van het rijk van de satan en dus ook tot de ondergang van die zogenaamde “nieuwe wereldorde”. Geen wonder dat de satan zich nerveus inspant om de aandacht van Gods kinderen daarvan af te leiden. Wie de zendingsopdracht van Jezus uit het oog verliest en zich blijft vergapen aan de groeiende macht van de mens der wetteloosheid loopt het gevaar bij die grote domme massa ingelijfd te worden waarvan we in Openb. 13:3-4 al lazen: “En (ik zag) een van zijn koppen als ten dode gewond, en zijn dodelijke wond genas; en de gehele aarde ging het beest met verbazing achterna, en zij aanbaden de draak, omdat hij aan het beest de macht gegeven had, en zij aanbaden het beest, zeggende: Wie is aan het beest gelijk? en: Wie kan er oorlog tegen voeren?” Merk op dat achter deze laatste vraag de overtuiging schuilgaat dat: “het toch geen enkele zin heeft om er oorlog tegen te voeren want dit beest is onoverwinnelijk”. Dit is nu precies de apathische houding die de satan probeert te bewerken bij al die kinderen Gods die beter zouden moeten weten.

Niet voor niets benadrukte de apostel Paulus in Col. 3:1-3: “Indien gij dan met Christus opgewekt zijt, zoekt de dingen, die boven zijn, waar Christus is, gezeten aan de rechterhand Gods. Bedenkt de dingen, die boven zijn, niet die op de aarde zijn. Want gij zijt gestorven en uw leven is verborgen met Christus in God”.
Als wij in gehoorzaamheid aan het evangelie doen wat Jezus van ons vraagt zullen alle onheilstijdingen over een “nieuwe wereldorde” ons niet meer raken maar dan zijn het de dingen van Gods Koninkrijk die onze gedachten vullen. Dan is onze schat boven waar ook Christus is want: waar uw schat is, daar zal ook uw hart zijn.

Meer over het verloop van de eindtijd vind je op de pagina: Openbaring in vogelvlucht. Die pagina is bedoeld als vervolg op wat je op deze pagina hebt kunnen lezen.

Spreuk:
Het evangelie is veel te ingewikkeld voor volwassenen.
Alleen een kind kan het begrijpen.
(naar Matthéüs 18:3)

P.S.
Mocht je de inhoud van deze pagina op een meer conventionele manier onder de aandacht van andere belangstellenden willen brengen, wees dan zo vrij en print deze pagina.

Bronvermelding