Inleiding.
God schiep de mens met het vermogen om te denken. Je zou dat soms bijna vergeten, want: het geestelijke erf overziende
kun je niet aan de indruk ontkomen dat veel kinderen Gods daar amper nog gebruik van maken. Zodat zij massaal gewillig
slikken wat hele legers evangelie vervalsers hen voorkauwen. Wie daar toch iets aan wil gaan doen en weer voor zichzelf
wil leren denken zou om te beginnen de bijbel eens moeten gaan lezen. Daar staat meer dan genoeg in om over na te
denken. Wie zijn bijbel zo snel niet meer kan terugvinden kan eventueel, om weer op gang te komen, van de korte
overdenkingen op deze pagina gebruikmaken. En ook al speelt het evangelie van Jezus Christus niet in elke overdenking
een hoofdrol, toch voegen ze iets aan de site als geheel toe. Waar je op deze pagina over mag nadenken is een
verzameling losse onderwerpen die op zich niets met elkaar te maken hebben maar die in de geest van deze website (het
was te verwachten) wel min of meer vanuit het evangelie tegen het licht worden gehouden. Dat komt er op neer dat ik in
deze overdenkingen telkens weer een link leg naar de boodschap van het evangelie. Meer over het evangelie vind je op de
andere pagina's van deze site.
De antibekering is helemaal in. Was het in Gods ogen al een grove nalatigheid als kinderen Gods (of wat daar ook maar voor moet doorgaan) negeren wat de bijbel heeft te zeggen over veel zaken waar wij in het leven te pas en te onpas tegenaan lopen, ook de gevolgen van een dergelijke onverschilligheid zullen Hem ongetwijfeld dagelijks de neus uitkomen. Het is telkens weer verbijsterend om vast te moeten stellen dat in het freelance christendom glashard meningen kunnen worden verkondigd die lijnrecht ingaan tegen de boodschap van de bijbel en dat de grote grijze massa vervolgens gedwee de aldus verkondigde misleidingen achternaloopt. Moeite doen om zelf eens te achterhalen wat God over het een en ander heeft te zeggen door eigenhandig de bijbel ter hand te nemen, mocht die überhaupt onder de halve meter dikke stoflaag nog terug te vinden zijn, is voor hele volksstammen kennelijk te veel gevraagd. Met als gevolg dat de wildgroei binnen wat zichzelf nog christendom noemt voortwoekert als de kanker. Het volk Israël liet ooit keer op keer blijken dat het de woorden Gods, die geregeld door de profeten werden gebracht, minachtte. Totdat de genadetijd voorgoed voorbij was en dát hebben die opstandige Joden daar in hun beroofde land uiteindelijk geweten. Een zelfde hardnekkig verzet tegen Gods wil en waarheid heeft ondertussen ook in het huidige christendom een rottingslucht tot gevolg gehad én een klimaat waarin de zonde geen zonde meer genoemd mag worden. Zo las ik ergens dat er een “christelijke” werkgroep met de naam “ContrariO” bestaat die met hand en tand een zonde verdedigt waarover het Woord van God ons ook een duidelijke boodschap heeft nagelaten. Die boodschap is zelfs zo duidelijk dat bepaalde theologen zich, in paniek om zoveel duidelijkheid, in de vreemdste bochten wrongen om ons leken er toch maar vooral van te kunnen overtuigen dat de theologische wetenschap ondertussen al zover is gevorderd dat men er nu achter is dat wat bijvoorbeeld Paulus erover schreef toch echt anders door hem bedoeld werd dan wij erin lezen. Waarmee de heren godgeleerden feitelijk bedoelden te zeggen (maar dat mogen wij natuurlijk niet weten): “die Paulus had daar gewoon zijn kop over moeten houden want nu moeten wij, knappe koppen die we zijn, weer recht gaan breien waar die Paulus ooit een paar gigantische steken liet vallen”. Die Paulus liet echter beslist geen steken vallen. Hij had de waarheid van het evangelie lief en was bereid daar ook voor te lijden en daarmee toonde hij een gezindheid die kenmerkend is voor een echte discipel van Jezus maar die bij het merendeel van de hedendaagse “christenen” totaal onvindbaar is. En vanuit deze oprechte gezindheid schreef hij in Rom. 1:24-31:
Sodommieter! Het zal je maar gezegd worden. Dan zul je als de mieter je schoenen uit moeten doen voordat je tenen
kromtrekken want anders krijg je die schoenen gegarandeerd niet meer uit. En als die schoenen dan toch uit zijn kun je
meteen van de gelegenheid gebruik maken om voor de heilige God te gaan staan zoals ooit Mozes deed toen hij bij zijn
ontmoeting met God daar bij die brandende braamstruik te horen kreeg: “doe uw schoenen van uw voeten, want de
plaats, waarop gij staat, is heilige grond”. Met die heilige grond maar ook met de heilige God zelf wordt
voortdurend de spot gedreven door “christenen” zoals die van de “christelijke” werkgroep
ContrariO die glashard durven te beweren dat homosexualiteit (want daar hebben we het dus over) “moet worden
aanvaard als onderdeel van de eigen identiteit”. Wel, het zat er natuurlijk dik in dat ook over deze zogenaamde
“eigen identiteit” de bijbel het nodige heeft te zeggen.
Zoals in Galaten 5:17: “Want het begeren van het vlees gaat in tegen de Geest en
dat van de Geest tegen het vlees (want deze staan tegenover elkaar) zodat gij niet doet wat gij maar
wenst”. Zelfs nog een tikkeltje scherper gekruid bracht Paulus deze waarheid in Rom.
8:7-8 onder de aandacht: “Daarom dat de gezindheid van het vlees vijandschap is tegen God; want het
onderwerpt zich niet aan de wet Gods; trouwens, het kan dat ook niet: zij, die in het vlees zijn, kunnen Gode niet
behagen”. Voor wie van mening is dat Paulus' woorden hier onbedoeld een beetje krom op het papier terecht
zijn gekomen doordat zijn pen per ongeluk uitgleed volgt nu een soortgelijke knetterende waarschuwing van precies
dezelfde Paulus: “Doodt dan de leden, die op de aarde zijn: hoererij, onreinheid, hartstocht, boze
begeerte en de hebzucht, die niet anders is dan afgoderij, om welke dingen de toorn Gods komt. Daarin hebt ook
gij eertijds gewandeld, toen gij erin leefdet” (Col. 3:5-7). En inderdaad, je voelde de
bui al hangen: met hoererij bedoelt de bijbel ook de zonde van homofilie!
De keiharde realiteit is nu dat er mensen zijn die onder een schijn van christelijkheid de restanten van het
christendom binnendringen en al de onwetenden (die hun bijbel onder die halve meter dikke stoflaag niet meer konden
terugvinden) met een sluwe, vrome kronkel wijsmaken
dat de eigen zondige identiteit aanvaard moet worden als iets dat nu eenmaal bij de mens hoort. Die vijandschap tegen
God uit zich hierbij in het compleet negeren van wat Gods Woord hierover zegt. Dit nu is een antibekering die lijnrecht
tegenover het evangelie staat. Dat evangelie houdt onder andere in wat Paulus beschreef in Ef.
4:21-24: “Gij toch hebt van Hem gehoord en zijt in Hem onderwezen, gelijk dit de waarheid is in Jezus, dat
gij, wat uw vroegere wandel betreft, de oude mens aflegt, die ten verderve gaat, naar zijn misleidende
begeerten, dat gij verjongd wordt door de geest van uw denken, en de nieuwe mens aandoet, die naar de wil van
God geschapen is in waarachtige gerechtigheid en heiligheid”. Bij die nieuwe mens vinden wij beslist niet het
wangedrag dat in Rom. 1:24-31 wordt beschreven. Waar dit wel het geval is én waar een
“christelijke” werkgroep dit zondige gedrag verdedigt hebben wij te maken met de grimmige wolven, waarvoor
de apostel Paulus al waarschuwde in Hand. 20:29-30:
“Zelf weet ik, dat na mijn heengaan grimmige wolven bij u zullen binnenkomen die de kudde niet zullen sparen; en uit uw eigen
midden zullen mannen opstaan, die verkeerde dingen spreken om de discipelen achter zich aan te trekken”. Ook
al lopen deze wolven in een schapenvacht temidden van de nietsvermoedende schapen rond, hun anti-evangelie heeft wel
een antibekering tot gevolg. Deze binnengedrongen misleiders hollen de christelijke restanten die nog overeind staan
steeds verder uit. Want uithollen doe je van binnenuit.
Een stukje verderop in deze tekst wil ik je een vraag stellen. Een vraag waar je misschien niet zo om zit te springen. Een vraag die, zo heb ik meer dan eens moeten vaststellen, door massa's mensen wordt genegeerd. Of het gebeurt dat men zich, als men er eenmaal mee wordt geconfronteerd, in de meest onmogelijke bochten wringt om toch maar vooral te kunnen aantonen dat er na dit korte leven niets meer is (je hebt nu waarschijnlijk al wel zo'n vermoeden waar mijn vraag over zal gaan). Zo had ik eens een gesprek met een buurman die zich liet ontvallen dat hij ervan overtuigd was dat hij na zijn dood weer in het niets zou oplossen.
Deze onverwachte kans liet ik me niet ontnemen en als reactie op zijn stellige overtuiging hield ik hem het feit voor de neus dat er vele verhalen zijn opgetekend uit de mond van mensen die korte tijd dood zijn geweest, bijvoorbeeld als gevolg van een (verkeers)ongeluk of tijdens een operatie. Uit de getuigenverslagen van hun belevenissen buiten hun lichaam kwam naar voren dat er zowel een gruwelijke plaats is (een gevangenis) waarnaar al die mensen worden afgevoerd die door hun onwil tegenover en hun afkeer van hun Schepper vijanden van God zijn gebleven. Dat werd door Jezus kort samengevat in Johannes 3:36 waar Hij zegt: “Wie in de Zoon gelooft, heeft eeuwig leven; doch wie aan de Zoon ongehoorzaam is, zal het leven niet zien, maar de toorn Gods blijft op hem”. De overledenen die hier over verhaalden waren dus afgedaald naar dit dodenrijk en ontmoetten daar tot hun schrik en afschuw oude bekenden die onder absoluut ellendige omstandigheden het laatste oordeel moesten afwachten. Het moge overigens duidelijk zijn dat de personen die bezig waren in deze hel af te dalen tot hun opluchting ontdekten dat ze geheel onverwacht weer teruggekeerd waren in hun lichaam, nadat het de arts gelukt was om hun hartslag weer op gang te krijgen. Zij kregen een tweede kans. Ook waren er getuigenverhalen van hen die even in de hemel mochten kijken en die daar overleden bekenden en/of familie ontmoetten.
Na een uiteenzetting en een samenvatting te hebben gegeven van deze en dergelijke verhalen plus de onvermijdelijke waarschuwing aan de buurman dat hij het met zijn Schepper in orde moest maken kreeg ik als antwoord dat hij van zichzelf vond “toch wel goed te leven”. Merk de tegenstelling op met zijn eerder genoemde mening. Die kwam er namelijk op neer dat er na dit leven niets meer is en wie dat gelooft hoeft zich, aldus geredeneerd, niet om een schepper te bekommeren. Nu werd het hem toch kennelijk te heet onder de voeten en, met deze feiten geconfronteerd, zocht hij naar een andere uitweg. De Schepper die door mijn toedoen opeens “als uit het niets” te voorschijn was gekomen werd aldus op een andere manier een halt toegeroepen door de buurman in kwestie. En wel met de slinkse uitvlucht dat hij zichzelf goed genoeg vond om de eeuwigheid onder meer aangename omstandigheden door te mogen brengen. Opgemerkt moet worden dat deze opvallend snelle omschakeling wel zeer grote twijfels oproept over de geloofwaardigheid van zijn aanvankelijke “overtuiging”. Als een mens in het zicht van de vuuroven begint door te krijgen dat hij zijn geweten jarenlang huichelachtig het zwijgen heeft opgelegd kan hij/zij alleen nog maar toegeven dat hij zichzelf moedwillig voor de gek heeft gehouden. Desondanks niet willende toegeven dat hij zijn knieën moest buigen voor de God van hemel en aarde vond de buurman zichzelf nu dus opeens “te goed voor de hel”. Waarop ik hem nog maar eens heel duidelijk maakte dat zijn eigen goedheid bij lange na niet kon voldoen aan wat God daar onder verstaat. En dat er in zijn geval zonder berouw en bekering geen enkele hoop is op een goede afloop. Hopend dat het gehoorde hem nog eens tot inkeer zou mogen brengen, ook al zou dit maar op zijn sterfbed gebeuren, nam ik afscheid en gingen we ieder weer onze eigen weg. In mijn geval was er nog werk aan die weg want ik meen me te herinneren dat ik bezig was de stoep voor het huis te vegen. Maar dat terzijde.
Er zijn massa's mensen zoals deze buurman. Mensen waarvan de bijbel onomwonden hun vuiligheid blootlegt en wel in
bijvoorbeeld Jer. 17:9-10 waar we lezen: “Arglistig is het hart boven alles, ja,
verderfelijk is het; wie kan het kennen? Ik, de Here, doorgrond het hart en toets de nieren, en dat, om aan een
ieder te geven naar zijn wegen, naar de vrucht zijner daden”.
Dat zijn mensen die het zich om allerlei redenen menen te kunnen veroorloven om hun eigen Schepper als een sprookje,
een mythe of als een samenzweerderig verhaaltje af te doen. Totdat het vuur van Gods toorn over hun zonden en
hardnekkigheid pijnlijk voelbaar wordt. Zoals dit bijvoorbeeld gebeurde bij een atheïst die tijdens de korte tijd
dat hij klinisch dood was de verschrikkingen van de hel met al de pijnigingen die daar plaatsvinden zag zodat hij in
paniek schreeuwde om die afschuwelijke plaats weer te mogen verlaten. Ook hij kreeg een tweede kans. Terugziende op
deze afgrijselijke ervaring was zijn conclusie: “Het is heel makkelijk om een atheïst te zijn als je
succesvol bent in dit leven en welvarend en als alles meezit. Het is echter vrijwel onmogelijk om een
atheïst te zijn op je sterfbed”.
Omdat het zo makkelijk is om te leven alsof God niet bestaat wanneer het in dit leven allemaal meezit meent men het zich nogal eens te kunnen veroorloven om met een bestraffende vinger te wijzen naar “die God van het Oude Testament”. Waarbij die God wordt neergezet als een God van wraak en dat uitsluitend met de bedoeling zichzelf een reden te geven om die God te verwerpen. De grootste leugen is de halve waarheid, dat blijkt nu wel weer. Wat er van die halve waarheid waar is, is het feit dat er in het Oude Testament meer dan eens verslag wordt gedaan van Gods toorn. Wat men echter huichelachtig verzwijgt is de reden daarvan. Die reden wordt o.a. in Jeremia 2:7 als volgt onder woorden gebracht: “Ik bracht u toch in een vruchtbaar land om de vrucht en het goede daarvan te eten; doch toen gij daar waart gekomen, hebt gij mijn land verontreinigd en mijn erfdeel tot een gruwel gemaakt”. Ziedaar: het volk Israël maakte zich destijds vele keren schuldig aan afgoderij. Daaronder kan ook het brengen van kinderoffers gerekend worden, waarbij die stakkers levend werden verbrand!! Ondanks vele van dergelijke gruwelen bleef die God van het Oude Testament verdraagzaam en bleef Hij vele jaren waarschuwingen geven. Als ik dus in dat Oude Testament zit te lezen kom ik daarin telkens weer een God tegen die de gruwelijke goddeloosheid van Zijn volk bijna eindeloos lang verdroeg, totdat er wel ingegrepen moest worden. Dat is geen God van wraak, dat is een God die de wreedheden van Zijn eigen volk jarenlang.... nee, nee, zelfs eeuwenlang aanzag en toch telkens weer vergeving schonk nadat dat hardnekkige volk hard aangepakt was en het jammerend beterschap beloofde. Totdat het weer opnieuw misging. Het hangt er dus helemaal van af met welke instelling men dat Oude Testament leest. De huichelaars met hun arglistige en verderfelijke hart zien daarin ten onrechte een God van wraak. Wie zo bezig blijft zal ten slotte die God ook leren kennen als een God van wraak. Maar dan wel als een God over Wie ik lees in Matth. 13:41-42: “De Zoon des mensen zal zijn engelen uitzenden en zij zullen uit zijn Koninkrijk verzamelen al wat tot zonde verleidt en hen, die de ongerechtigheid bedrijven, en zij zullen hen in de vurige oven werpen; daar zal het geween zijn en het tandengeknars”.
Denkend aan dit onontkoombare lot van alle goddelozen is mijn vraag: “Weet jij wel zeker dat het goed zit tussen Jezus Christus en jou en heb je Hem al als je Verlosser aangenomen?” Als je meer wilt weten over de noodzaak hiervan is mijn advies: bekijk deze video met Nederlandse ondertiteling met een bijzonder indringende (Engelstalige) preek van Paul Washer.
Het is al jaren mijn gewoonte om er zo nu en dan eens voor één of meer dagen tussenuit te gaan om de
dagelijkse beslommeringen weer even achter me te kunnen laten.
Met de auto rij ik dan verscheidene honderden kilometers over snelweg, binnenweg of Autobahn. Om in een heel andere
omgeving dan thuis de wereld weer eens op een andere manier aan me voorbij te zien glijden. Zo kwam ik ook in Noord
Frankrijk terecht en wel in de omgeving van de stad Verdun. Deze streek heeft de twijfelachtige eer tijdens de eerste
Wereldoorlog (1914-1918) het toneel te zijn geweest van de langste slag uit de geschiedenis. Een slag waarin gedurende
zo'n tien maanden zowel aan Duitse als aan Franse zijde vele jonge levens aan de kanonnen werden opgevoerd. Met als
resultaat dat na tien maanden van heen en weer schuiven de frontlijn op vrijwel dezelfde positie lag als aan het begin
van deze slachting.
Rondlopend tussen, op of in de nog steeds aanwezige forten, loopgraven, bomkraters, monumenten en begraafplaatsen is het onvermijdelijk dat de zinloosheid van deze moordpartij je doet beseffen dat de zogenaamde “westerse beschaving” geen beschaving is maar een akelig dun huidje waar het beest in de mens zich onder verschuilt. En met dat beest doel ik onder andere op de machthebbers die het zo erg nodig vonden om er weer eens een oorlog door te drukken. En ze hebben hun zin gekregen, zo maakte ik op uit het zien van de overblijfselen van deze gruwelijke loopgravenoorlog. Wat me van mijn bezoeken aan dit gebied vooral is bijgebleven is het schreeuwende contrast tussen enerzijds de meedogenloosheid waarmee Jan soldaat en zijn strijdmakkers ter slachting werden geleid en anderzijds de talloze monumenten en “eerbewijzen” voor deze gevallen soldaten. Wat me voornamelijk stak was het vertekende beeld dat de bezoeker van dit gebied wordt bijgebracht. Zo las ik op diverse plaatsen dat deze gesneuvelde soldaten het ultieme offer hadden gebracht door hun leven te geven voor de verdediging van het Franse grondgebied. Zoiets te verkondigen is complete onzin. Ik weet wel zeker dat geen enkele van al deze gesneuvelde mannen naar het front afreisde met de bedoeling daar zijn leven achter te laten. Ze kwamen niet om hun leven te geven, dat leven is hen afgenomen! Ze wisten allemaal ongetwijfeld dat hun overlevingskans in een oorlogssituatie bepaald geen 100% was maar desondanks zullen ze stuk voor stuk wel de hoop en de wens hebben gehad om na al het wapengekletter weer heelhuids huiswaarts te mogen keren.
In de bijbel lees ik echter iets over een offer dat wel met voorbedachten rade werd gebracht en waarvan het slachtoffer wist wat Hem te wachten stond. En Hij koos er ook nog eens vrijwillig voor. Dat vind ik bijvoorbeeld in Marcus 10:45: “Want ook de Zoon des mensen is niet gekomen om Zich te laten dienen, maar om te dienen en zijn leven te geven als losprijs voor velen”. En vervolgens in 1 Timothéüs 2:5-6: “Want er is een God en ook een middelaar tussen God en mensen, de mens Christus Jezus, die Zich gegeven heeft tot een losprijs voor allen; en daarvan wordt getuigd te juister tijd”.
Ja, dat is heel andere koek! Het overkwam Jezus niet maar Hij koos er zelf voor. Daarover liet Hij geen twijfel
bestaan in Joh. 10:17-18: “Hierom heeft Mij de Vader lief, omdat Ik mijn leven
afleg om het weder te nemen. Niemand ontneemt het Mij, maar Ik leg het uit Mijzelf af. Ik heb macht het af
te leggen en macht het weder te nemen; dit gebod heb Ik van mijn Vader ontvangen”. Dit vrijwillige offer van
Jezus is daarom van een onvergelijkbaar andere orde dan de dood van al die soldaten die er beslist niet om vroegen om
in de loopgraven hun graf te mogen vinden. Zo'n wens zal überhaupt in het brein van geen enkel redelijk denkend
mens opkomen.
Waar mensen zichzelf toch door middel van zelfmoordacties ombrengen is van een redelijk denken dan ook beslist geen
sprake meer maar heeft daarentegen de valse “belofte” van een “paradijs” bij dit soort mensen
het nuchtere verstand allang uitgeschakeld.
Op mijn zwerftochten in dit voormalige oorlogsgebied heb ik nogal wat indrukken opgedaan waarvan ik enkele hieronder heb geplaatst.
![]() |
Foto links: het ossuarium te Douaumont (in de omgeving van Verdun) waarin de beenderen van ongeveer 130.000 niet geïdentificeerde soldaten liggen opgeslagen. Speciaal gebouwd voor het onderbrengen van de overblijfselen van al die mannen die zelfs voor een naamloos graf niet meer in aanmerking kwamen. En nu liggen hun beenderen als een toeristische bezienswaardigheid in grote hopen opgeslagen achter de kleine ramen van dit betonnen dodenrijk. Aan het betreden van dit gebouw zijn strenge kledingvoorschriften verbonden. De kleding moet namelijk passen bij het “ernstige karakter” van dit bottenmagazijn. En dan te bedenken dat als die dolgedraaide idioten die deze oorlog destijds zo nodig vonden toen ook net zoveel respect hadden getoond voor hun medemens de restanten van al deze mannen hier niet gelegen zouden hebben!! |
| Foto rechts: een blik op de voorkant van dit, tenminste in mijn ogen, vreemde bouwwerk. Staande voor het gebouw kijk je uit over een begraafplaats waar 15.000 Franse soldaten, genaamd en genummerd, in hun graven de “eer” van Frankrijk hoog liggen te houden. | ![]() |
![]() |
Foto links: door kleine ramen in dit toch wel lugubere gebouw kan men een blik werpen op de resultaten van de westerse “beschaving”. Mocht de bezoeker na het aanschouwen van dit tafereel toch nog willen blijven zoeken naar de god in zichzelf, zoals de hedendaagse New Age profeten ons willen voorschrijven, dan heeft hij/zij alvast kunnen aanschouwen wat daarvan het uiteindelijke resultaat zal zijn. Na dit schouwspel een tijd in me te hebben opgenomen vroeg ik me meer dan ooit af waarom de mensheid zonder Jezus Christus nog een leefbare wereld denkt te kunnen scheppen. Wel, ik kan je meedelen: dat wordt nooit wat. |
| Foto rechts: meer van hetzelfde drama zoals men dit kan bekijken door een rij kleine ramen. Er wordt hier aan de bezoeker getoond hoe je de beenderen van ooit aan de kanonnen opgevoerde jonge mannen op een zo achteloos mogelijke manier kunt neerkwakken om er vervolgens een toeristische trekpleister van te maken. Ik heb zelf geen ogenblik de behoefte gehad om het gebouw te betreden. Deze beenderen achter glas te kunnen zien liggen was voor mij al overtuigend genoeg. | ![]() |
![]() |
Foto links: de dicht bij de grond geplaatste, kleine ramen waarachter de resultaten van onze beschaving liggen opgeslagen. |
| De bovenstaande foto's zijn door mijzelf genomen. Mocht je in mijn commentaar bij de foto's enige afkeer bespeuren dan berust dat niet op toeval. | |
Om dit korte verslag van mijn belevenissen op het voormalige slachtveld van Verdun een leerzame afsluiting te geven
wil ik nu de aandacht vestigen op wat Jesaja 57:20-21 zegt: “Maar de goddelozen zijn als
de zee, zo opgezweept, dat zij niet tot rust kan komen, en wier wateren slijk en modder opwoelen. De goddelozen,
zegt mijn God, hebben geen vrede”.
Van dat slijk en van die modder zijn in de omgeving van Verdun, door de ontelbare granaatinslagen, onvoorstelbare
hoeveelheden omgewoeld. En in die modder hebben vele jonge mannen hun vergeefse dood gevonden. De vrede waar zij hun
leven zo vergeefs om hebben verloren was dan ook geen vrede. Het was niets anders dan een afgedwongen wapenstilstand en
die kan slechts bewerken dat de wapens tijdelijk zwijgen terwijl de makers van die wapens in hun goddeloosheid blijven
volharden.
En deze goddelozen, zegt mijn God, hebben geen vrede! Met alle ellendige gevolgen van dien, zo hebben de vele oorlogen sinds 1918 ons geleerd.
Zo nu en dan zet ik het leven even stil.... om stil te kunnen staan bij de dood. Een betere plaats daarvoor dan een begraafplaats zul je op deze wereld amper vinden. En daarom loop ik soms op de begraafplaats van mijn woonplaats rond. Dat doe ik in de eerste plaats om het graf van mijn moeder te bezoeken maar daarbij kan het gebeuren dat ik ook nog even een blokje om ga langs de graven van anderen die destijds, ten goede of ten kwade, een deel van ons leven waren. Kijkend naar de sterfdatum op de betreffende grafstenen gaat dan steevast door me heen: “Is die al weer zo lang dood? Wat gaat die tijd toch snel!” Ik moet zeggen dat, lopend tussen al die versteende herinneringen, alle haastigheid en onrust, al die dolgedraaide economische gekte, en al het andere dat in dit korte leven zo betrekkelijk en vergankelijk is en uiteindelijk totaal onbelangrijk zal blijken te zijn, als een last van me afvalt. Staande op de drempel van de dood word ik zo weer herinnerd aan wat ooit ons aller lot zal zijn. Dat geeft mij telkens weer het gevoel op een stuk grond rond te slenteren dat geen deel uitmaakt van deze wereld, dat geen boodschap heeft aan het verkeersgeraas op de achtergrond en aan alle andere geluiden die herinneren aan de aanwezigheid van de nu nog levende doden op deze wereld.
De tijd staat dan even stil of loopt zelfs achteruit. Dat laatste ervaar ik vooral als ik op het oudste deel van deze begraafplaats kom en daar weer de graven zie die soms al sinds de negentiende eeuw de tijd staan tegen te houden, overwoekerd door struiken of zelfs bomen. Op enkele plaatsen staat er zelfs een dikke boom in een graf. De natuur maakt geen onderscheid: wat dood is moet worden opgeruimd. De vele jaren dat deze bomen zich ongestoord aan deze grafschennis schuldig konden maken bevestigen dat de nabestaanden van deze doden zich zelf ook al niet meer tot de levenden kunnen rekenen en dat niemand zich verder nog bekommert om het onderhoud van deze vergeten monumenten van de dood.
De bemoste grijze grafstenen, meer dan eens helemaal scheefgezakt, herinneren aan een grafmode die ondertussen ruimschoots is vervangen door de cultuur van de tot hoogglans gepolijste, marmeren graven. Graven waaronder veel van de moderne doden al net zo dood liggen te zijn als zij die het met een wat minder pompeus graf moeten doen. Één ding staat voor mij als een grafzerk boven de bemoste grond: niemand van de doden kan zich daar nu nog druk om maken. Want zoals we in de bijbel kunnen lezen dat “het de mensen gegeven is eenmaal te sterven en daarna het oordeel” hebben de doden die al dood zijn ondertussen ondervonden wat de eeuwige gevolgen zijn van hun woorden en daden, zowel ten goede als ten kwade. De nog levende doden, die zich bekommeren om de aanschaf en het onderhoud van de graven, weten dat voor het overgrote deel nog niet. Vandaar dat men het nogal eens nodig vindt om de verdiensten van de overleden doden te eren met een passend graf.
Daarvan kwam ik eens, slenterend langs de graven in het oudste deel van de begraafplaats, een paar opvallende voorbeelden tegen. Door de vervallen staat van veel van deze oude graven met hun bemoste en scheefgezakte grafstenen is het overigens vooral bij somber, regenachtig weer alsof men daar in een horrorfilm is terechtgekomen. Hoe opvallend was dan ook het contrast met een groepje van zes graven, dicht tegen elkaar aan geplaatst en omgeven door een metalen hekwerk, dat alleen al opviel door de grootte en de hoogte van elk graf. Naderbij gekomen bemerkte ik dat het een familiegraf betrof, van een familie die ooit tot de “hogere klasse” behoorde in mijn woonplaats. Een ervan was zelfs burgemeester geweest van een naburig dorp. Op de steen, die zijn hele graf bedekte, stond te lezen wat deze man allemaal in het leven had bereikt. Met trotse letters werd medegedeeld dat hij het zelfs tot “ridder in de orde van Oranje Nassau” had geschopt. Een aangrenzende grafsteen liet weten dat men ook dit familielid niet zonder eerbied mocht passeren. De dode onder deze steen was namelijk ooit “officier in de orde van Oranje Nassau” geweest. Nog enkele andere schreeuwende titels stonden in de overige grafstenen van dit familiegraf gebeiteld. Dit hele pompeuze vertoon overziende stond ik enige tijd het lot te overdenken van deze en dergelijke “aanzienlijken naar het vlees”, zoals de apostel Paulus ze ooit omschreef. Met name het lot van hen die zonder Christus zijn gestorven. Ik stelde me het tafereel voor op het moment dat de verloren ziel in kwestie, na te zijn afgedaald in het dodenrijk, daar beneden aankomt waarna een demon op hem af komt om hem naar zijn plaats van foltering te brengen. “Ja maar wacht eens even! Ik ben een ridder in de orde van Oranje Nassau! Wilt u daar wel even rekening mee houden?” stamelt de van angst verstijfde, verloren ziel. Waarop de demon antwoordt: “O ja? Goed dat u het zegt! Daar hebben wij hier namelijk een speciale afdeling voor! Loopt u maar even mee!!”
Niets van wat mensen in dit korte leven belangrijk vinden en niets van alles waarmee men zichzelf in deze wereld een vorm van aanzien kan verwerven heeft voor de eeuwigheid ook maar enige waarde. Het is de rechter der ganse aarde, Jezus Christus, die de regels bepaalt. In Zijn Woord lezen we dat alleen Hij de weg is tot de Vader, dat alleen Hij ons het eeuwige leven kan geven. Wie daar in zijn koppigheid, vijandigheid, onverschilligheid of arrogantie minachtend de neus voor ophaalt is reddeloos verloren en zal in het dodenrijk, onder absoluut ellendige omstandigheden, zijn oordeel af moeten wachten. Ook ridders in de orde van Oranje Nassau die met hun pompeuze graf de wereld op de hoogte brengen van hun kortstondige verdiensten in dit korte leven zullen, als zij zich niet hebben bekeerd tot Jezus Christus, de eeuwige gevolgen van Gods toorn moeten ondergaan. Daar verandert geen dure titel iets aan en geen schreeuwerige grafsteen.
Het zijn de aan het evangelie van Jezus gehoorzame onaanzienlijken in deze wereld die door Hem in het eeuwige leven beloond zullen worden. En alle goddeloze “hoogwaardigheidsbekleders” die meer waarde hechtten aan de eer van mensen? Die zullen hun bestemming vinden in de poel van vuur en zwavel!!
Terugkijkend op de jaren waarin ik de medegelovigen, en alles wat daarop moest lijken, heb geobserveerd is één van de dingen die me daarbij opvallen het verschijnsel dat men graag keer op keer in de ban wil geraken van opzienbarende zaken. En dat zijn zaken die tot gevolg hebben dat hele massa's zich weer opnieuw laten inpakken door deze spectaculaire of bovennatuurlijke feiten, waaronder de “genezingsbedieningen” van diverse evangelisten of wonderpredikers een eerste plaats innemen. En dat is niet zo verwonderlijk want ook Jezus zelf moest destijds al vaststellen dat grote aantallen toehoorders zich maar al te graag van hun ziekten en kwalen lieten genezen. Op zichzelf is daar niets mis mee maar als dát de voornaamste reden is om het evangelie aan te willen horen hoeft er maar weinig tegen te zitten en men keert zich vervolgens weer massaal af van de waarheid van het evangelie. Ook dat ondervond Jezus tijdens Zijn prediking. Ik moet in dit verband denken aan een tekstgedeelte wat me nogal eens in gedachten kwam als ik weer werd bepaald bij de wispelturigheid van massa's “christenen”. Zo lees ik in Joh. 6:66-68: “Van toen af keerden vele van Zijn discipelen terug en gingen niet langer met Hem mede. Jezus zeide dan tot de twaalven: Gij wilt toch ook niet weggaan? Simon Petrus antwoordde Hem: Here, tot wie zullen wij heengaan? Gij hebt woorden van eeuwig leven”.
De ommekeer in de houding van deze afvallige discipelen werd een paar regels eerder al ingeluid. In Joh. 6:60 lezen we namelijk: “Vele dan van Zijn discipelen hoorden dit en zeiden: Deze rede is hard; wie kan haar aanhoren?” Een feit is dus dat veel mensen zich wel graag mee willen laten slepen door een overtuigende prediking zolang het niet te veel offers vraagt. Begint dat laatste in de praktijk wel een meetellende factor te worden, dan heeft dit maar al te vaak tot gevolg dat massa's “discipelen” zich met de staart tussen de benen terugtrekken om vervolgens een alternatieve route naar een hemel op aarde te gaan zoeken. Zo heb ik in de loop der jaren via het geschreven woord en via TV verscheidene indrukken opgedaan van de vaak massale toestroom van belangstellenden naar de al even massale religieuze/christelijke bijeenkomsten zoals die op het Noord-Amerikaanse continent gemeengoed lijken te zijn. Zo'n beetje alles schijnt daar trouwens in het groot te moeten gebeuren. Dit overdenkend komen de beelden weer bij me bovendrijven van de massa's Amerikanen die zijn afgekomen op de boodschap van een zoveelste showmaster die met veel vertoon van glamour en theater de aandacht weet te vestigen op een evangelie dat geen evangelie is maar een oppervlakkige boodschap die slechts zelden tijdens hun prediking vanuit de bijbel wordt onderbouwd.
In zo'n showcultuur ontstaan onvermijdelijk uitschieters die zich niet door geografische grenzen laten tegenhouden. En daaronder kunnen we ook de al veelbesproken Toronto “Blessing” rekenen met al de begeleidende toeters, bellen en valpartijen. Mochten we al de overtuiging hebben gehad dat deze showcultuur zich hoofdzakelijk aan de overzijde van de Atlantische Oceaan doet gelden dan hebben we ondertussen wel ondervonden dat dit een allang achterhaalde voorstelling van zaken is. Zo heeft de hele hype rond de beroemde/beruchte “profeet” T.B. Joshua ons geleerd dat ook het Afrikaanse continent zijn wonderdoeners herbergt. Daarover is al veel gezegd en geschreven en om daar in het kort mijn eigen bevindingen aan toe te voegen: na alles wat ik er over heb gelezen en na de TV beelden van deze veelbesproken wonderdokter in actie te hebben aanschouwd had ik er populair gezegd “geen goed gevoel over”. Bij het beoordelen van alles wat zich op het religieuze vlak voortbeweegt hanteer ik voor mezelf consequent de maatstaf die Jezus ons gaf in Matth. 12:33: “Acht de boom goed, maar dan ook zijn vrucht, of acht de boom slecht, maar dan ook zijn vrucht, want aan zijn vrucht kent men de boom”. Wanneer ik met die wijsheid in mijn achterhoofd de vaak mensonterende taferelen aanschouw die zich tijdens de shows van deze man afspelen is de eerste vraag die er in me opkomt: “Waar is de heiligheid gebleven?” Zou men in de eerste plaats het gezonde verstand eens gaan gebruiken dan zou er bij dit soort beelden toch onvermijdelijk een belletje moeten gaan rinkelen. Voeg ik daarbij de soms wel zeer vreemde uitspraken en claims van deze “profeet” T.B. Joshua dan geeft dat alle reden om aan zijn bijbelvastheid te twijfelen. Want die bijbel leert ons dat er sprake is van een bepaalde volgorde. De prediking van het evangelie gaat namelijk voorop want dáár draait het allemaal om. Als bevestiging van dat evangelie geeft God de tekenen en wonderen. Dat vinden we bijvoorbeeld in:
Wat we daarentegen maar al te vaak zien gebeuren is dat de (genezings)wonderen zo onevenredig veel onder de aandacht worden gebracht dat het werkelijke bekend maken van het evangelie ondergesneeuwd raakt. Zo zag ik eens in mijn woonplaats op diverse plaatsen de reclameborden hangen voor een komende genezingscampagne met daarop de verlokkende tekst: “Ga richting het wonder”. Bij het lezen van dit soort schreeuwerige leuzen gaan mijn gedachten onwillekeurig uit naar de hierboven aangehaalde teksten. Daaruit leren we onweerlegbaar dat de wonderen slechts dienen om het gebrachte evangelie te bevestigen en niet om er de aandacht van af te leiden of om een soort van eigen leven te gaan leiden. Zodat zonder die wonderen de evangelist in kwestie voor het grote publiek domweg niet interessant meer zou zijn. Ik besef dus maar al te goed dat reclameteksten als deze een bepaald soort publiek trekken. Zoals ook Jezus ondervond toen de scharen in grote drommen op Hem af kwamen voor genezing van hun kwalen terwijl uiteindelijk velen van zijn volgelingen zich weer van Hem af keerden, zo lazen we in Joh. 6:66-68. Brandhout! Als we daar de oorlog mee zouden moeten winnen kunnen we beter meteen maar inpakken en snel wegwezen.
Door de hierboven beschreven praktijken is het evangelie tot een supermarkt gemaakt waar mensen in allerlei soorten en maten massaal op afkomen om uit de schappen te halen wat hen het beste uitkomt en om vervolgens weer bevoorraad huiswaarts te keren. Het is beslist niet aannemelijk dat al die gelukzoekers ook zo massaal een (dure) vliegreis zouden boeken om alleen maar een preek aan te kunnen horen. Dat levert namelijk te weinig op!! En wat die zoektocht naar tekenen en (genezings)wonderen uiteindelijk wel op kan leveren zou best wel eens raakvlakken kunnen hebben met de voorzegging van Paulus in 2 Thessalonicenzen 2:9: “Daarentegen is diens komst (de komst van de antichrist) naar de werking des satans met allerlei krachten, tekenen en bedrieglijke wonderen, en met allerlei verlokkende ongerechtigheid, voor hen, die verloren gaan, omdat zij de liefde tot de waarheid niet aanvaard hebben, waardoor zij hadden kunnen behouden worden”. Jezus zei over dit onderwerp in Matth. 24:24: “Want er zullen valse christussen en valse profeten opstaan en zij zullen grote tekenen en wonderen doen, zodat zij, ware het mogelijk, ook de uitverkorenen (de zonen Gods) zouden verleiden”.
Het is daarom niet ondenkbaar dat al die drommen gelukzoekers in hun zoektocht artikelen van de planken in deze evangelische supermarkt hebben gepakt die ze maar beter hadden kunnen laten liggen.
Omdat ze hebben nagelaten om de Heer van het evangelie zelf te raadplegen!
Tijdens het bekijken van de tellerstatistieken van deze website kwam ik eens een link tegen naar een christelijk forum waarop, zoals gebruikelijk is op dergelijke forums, een stevige discussie gaande was. In dit geval over een onderwerp waaraan ik op deze site ook aandacht heb besteed, namelijk de drie-eenheid. Een aantal van de deelnemers aan dit forum had zich verdiept in mijn uiteenzetting over dit beladen onderwerp. In één van de commentaren daarop las ik met een brede glimlach dat ik werd beoordeeld als een goedwillende hobbyist. Tussen de regels door lezend proefde ik in dit commentaar dat mijn ijverige schrijfwerk nogal meewarig werd afgedaan als het goedbedoelde geploeter van een ijverige leek die er desondanks toch maar beter aan gedaan zou hebben om dit theologische gepuzzel aan de “deskundigen” over te laten. Maar nu ik het blijkbaar toch niet had kunnen laten om daar zelf de vingers aan te branden zou het volgens de schrijver van dit commentaar beter zijn geweest als ik mijn licht eens had opgestoken bij de beter ingelichte, theologische gezagsdragers.
Je moet dus kennelijk op zijn minst dr, ds, of drs voor je naam hebben staan voordat je in dit
door diploma-inflatie getergde landje serieus genomen wordt. Nu wil het geval dat hetzelfde evangelie dat ooit door een
handvol ongeletterde volgelingen van Jezus aan ons werd doorgegeven voor massa's theologen en
“godgeleerden” een brug te ver blijkt te zijn. Dat lijkt des te meer de omgekeerde wereld doordat al deze
bollebozen zich, ondanks hun opleiding, regelmatig vertillen aan een simpele boodschap die voor Jezus' eenvoudige
discipelen een openbaring was. En een kracht Gods tot behoud van de verloren zondaar. Maar... omdat het woord
zondaar in de hedendaagse, moderne theologische kringen sowieso een vies woord is geworden lag het voor de hand
dat daar de onvermijdelijke modificaties van dat evangelie op zouden volgen. Zo kan het gebeuren dat de
“deskundigen” in onze dagen er niet onderuit komen om de bijbelse boodschap aan een grondige modernisering
te onderwerpen. Zodat dit geupdate evangelie er weer helemaal mee door kan. De resultaten van deze facelift kunnen we
terugvinden in de beruchte pennenvruchten van al evenzo beruchte godgeleerden, zoals bijvoorbeeld: Harry Kuitert, Cees
Den Heyer, Dorothee Sölle en Carel ter Linden. En dit is zomaar een greep vanuit de losse pols. De laatstgenoemde
is trouwens langere tijd verantwoordelijk geweest voor het geestelijke niveau van het Koninklijk Huis wat mij en
anderen met mij de vaste overtuiging heeft gegeven dat de leden van dit Koninklijk Huis hun tijd en energie uitsluitend
hebben gestoken in het zeer tijdelijke koninkrijk der Nederlanden terwijl het eeuwige Koninkrijk Gods aan hun
aandacht is ontsnapt. Dat is dan ook niet zo vreemd gezien de onvermoeibare pogingen van deze vrijzinnige hofpredikant
om het evangelie om te toveren tot een sprookje. Een sprookje dat we maar beter niet al te serieus kunnen nemen, zo wil
deze sprookjesverteller ons doen geloven.
Helaas voor hem is zijn gedrag zó voorspelbaar dat bijna twintig eeuwen geleden al werd genoteerd in 2 Tim. 4:3-4: “Want er komt een tijd, dat [de mensen] de gezonde leer niet [meer] zullen verdragen,
maar omdat hun gehoor verwend is, naar hun eigen begeerte zich [tal van] leraars zullen bijeenhalen, dat zij hun oor
van de waarheid zullen afkeren en zich naar de verdichtsels keren”. De tijd van die verdichtsels is nu
kennelijk aangebroken, zo stel ik vast na kennis te hebben genomen van de sprookjes van meneer ter Linden.
Maar vertellers van vrome verhalen hebben aan deze zuchtende schepping niets zinvols te bieden, slechts gebakken lucht. Want: een vrijzinnige predikant is als een boer die zaait zonder in de oogst te geloven. Deze lieden hebben aan de boodschap van het Koninkrijk Gods geen boodschap. Dat was destijds ook de apostel Paulus al opgevallen en dat bracht hij onder woorden in 1 Cor. 1:18: “Want het woord des kruises is wel voor hen, die verloren gaan, een dwaasheid, maar voor ons, die behouden worden, is het een kracht Gods”. Deze Paulus had het eenvoudige evangelie aanvaard nadat hij zijn religieuze ballast aan de stoep had gezet. Voor de vuilnisman. Na een korte opsomming van zijn vermeende verdiensten is zijn conclusie in Fil. 3:7-9: “Maar alles wat mij winst was, heb ik om Christus’ wil schade geacht. Voorzeker, ik acht zelfs alles schade, omdat de kennis van Christus Jezus, mijn Here, dat alles te boven gaat. Om Zijnentwil heb ik dit alles prijsgegeven en houd het voor vuilnis, opdat ik Christus moge winnen, en in Hem moge blijken niet een eigen gerechtigheid, uit de wet, te bezitten, maar de gerechtigheid door het geloof in Christus, welke uit God is op de grond van het geloof”. Deze geleerde Paulus had zijn dode kennis overboord gegooid om vervolgens helemaal opnieuw te beginnen. Hij had hardhandig afgerekend met zijn ds, dr, drs of wat voor opschrift zijn geleerdheid ook maar gehad zal mogen hebben.
Kijk ik naar de situatie in onze dagen dan moet ik vaststellen dat het instituut kerk in alle varianten en gezindten regelmatig van religieus voer wordt voorzien door lieden die daar pas na een uitgebreide studie toestemming voor hebben gekregen. Omdat ze deel uitmaken van een religie die in stand wordt gehouden met de vele restanten van voorschriften en leringen van mensen. En dáár werd nu juist voor gewaarschuwd door dezelfde Paulus die in zijn eigen leven had afgerekend met deze vuilnis. We lezen namelijk in Col. 2:20-22: “Indien gij met Christus afgestorven zijt aan de wereldgeesten, waartoe laat gij u, alsof gij in de wereld leefdet, geboden opleggen: raak niet, smaak niet, roer niet aan; dat alles zijn dingen, die door het gebruik teloorgaan, zoals het gaat met voorschriften en leringen van mensen”.
Het bespottelijke van deze situatie valt des te meer op als we al deze “geleerdheid” vergelijken met die ongeletterde discipelen van Jezus, die door Hem niet werden opgevist uit de kringen van de toenmalige schriftgeleerden, wetgeleerden en Farizeeën maar werden gekozen uit het “gewone” volk. Het waren mensen zonder overbodige ballast waardoor ze open stonden voor de eenvoudige boodschap van het evangelie van Jezus. Ook de geleerde Paulus moest de door hem ondertussen al opgespaarde dode kennis overboord smijten voordat hij het evangelie kon begrijpen. Kijken we naar de hedendaagse theologische bolwerken dan komen we daar weer precies al die dode ballast tegen die ook Paulus ervan weerhield om als een kind het evangelie te kunnen ontvangen. Dit feit heeft mij er van overtuigd dat al deze bouwlieden van die geestelijke stad Babylon slechts bouwen aan een religieus bouwwerk dat uiteindelijk door de slopers van satan zal worden vernietigd. Omdat daarin voor het werkelijke evangelie geen plaats is.
Samenvattend kunnen we stellen dat voor veel theologen en “doctors in de godgeleerdheid” geldt: ze hebben wel de letter bestudeerd, maar niets van de boodschap geleerd. En dat weerhoudt mij ervan om mijn licht op te steken bij deze dromenzieners die door al hun toegevoegde “kennis” aan de simpele waarheid van Jezus' boodschap niet toekomen. In het ergste geval moeten deze lieden zelfs oppassen dat voor hen niet gaat gelden wat staat te lezen in 2 Cor. 4:3-4: “Indien dan nog ons evangelie bedekt is, is het bedekt bij hen, die verloren gaan, ongelovigen, wier overleggingen de god dezer eeuw met blindheid heeft geslagen, zodat zij het schijnsel niet ontwaren van het evangelie der heerlijkheid van Christus, die het beeld Gods is”.
Ik beperk me daarom maar tot de onderwijzing van de leraar ter gerechtigheid, de Heilige Geest, van wie Jezus zei in Joh. 16:12-13: “Nog veel heb Ik u te zeggen, maar gij kunt het thans niet dragen; doch wanneer Hij komt, de Geest der waarheid, zal Hij u de weg wijzen tot de volle waarheid; want Hij zal niet uit Zichzelf spreken, maar al wat Hij hoort, zal Hij spreken en de toekomst zal Hij u verkondigen”.
Wat ben ik blij dat ik als goedwillende hobbyist een beroep mag doen op de kennis van deze leraar!
Er zijn van die dingen in het leven die je blijven verbazen, ook al ben je er -tig keer getuige van. Ik denk dat het aangeboren fatsoen dat de mens van de Schepper heeft meegekregen er de oorzaak van is dat sommige handelingen van de medemens je tot in lengte van dagen blijven tegenstaan. Een voorbeeld daarvan is in mijn geval de verbijstering die me telkens weer overvalt als ik de enorme hoeveelheid rotzooi zie liggen die is achtergebleven na een zoveelste massabijeenkomst als bijvoorbeeld een sportevenement. De TT op het circuit van Assen is daar zo'n voorbeeld van. Assen was ooit enige jaren mijn woonplaats en tijdens de uitstapjes met mijn ouders destijds rond onze woonplaats Assen stuitten we eens op de restanten van een zojuist afgesloten motorsportweekend. De beschikbare velden rond het circuit die tijdens het weekend de verblijfplaats waren geweest van de massa's bezoekers van het evenement hadden na afloop meer weg van een vuilnisstortplaats. Ook in latere jaren tijdens mijn bezoeken aan andere circuits in binnen- en buitenland, vanwege mijn belangstelling voor de (oldtimer)autosport, ben ik nogal eens hoofdschuddend tussen de hopen rotzooi door gelopen. Zoiets stemt een redelijk denkend mens tot nadenken, omdat de redelijkheid van dit soort dierlijk gedrag mij in ieder geval compleet ontgaat.
En telkens weer doet een dergelijke aanblik me terugdenken aan een praatje van een natuurkenner die, jaren geleden alweer, meewerkte aan een natuurprogramma op TV. Met een grote, volle zak in de hand liet hij weten dat hij ergens in Nederland in een bosrijk gebied afval had gevonden van het bosvarken. Dat vond hij zo interessant, zo was zijn verklaring, dat hij ijverig deze resten was gaan verzamelen. Die resten bevonden zich in de zak die hij bij zich had. Nieuwsgierig geworden naar de aard van deze ons tot dan toe onbekende bosbewoner vroegen wij ons uiteraard af wat hij dan toch wel in die grote zak had verzameld. Nadat deze natuurkenner zijn verhaal had gedaan gooide hij de inhoud van de zak in de TV studio over de vloer en.... bleek dit afval te bestaan uit dezelfde rotzooi die we destijds ook al rond het TT circuit hadden aangetroffen. Enigszins ontgoocheld moesten we dus vaststellen dat deze bosvarkens heel gewoon mensen waren die zich hadden gedragen als barbaren door hun afval domweg achter te laten op plaatsen die daar duidelijk niet voor waren bestemd. Een zelfde soort gedrag bleek ook op de hellingen van de Mount Everest de “gewoonste” zaak van de wereld te zijn, zo maakte ik eens op uit de TV beelden van de opgehoopte rommel in diverse kampplaatsen van waaruit al hele generaties waaghalzen hun leven op het spel hadden gezet om een top te bereiken vanwaar ze uiteindelijk toch weer net zo zondig zouden terugkeren als ze er gekomen waren. Want dáár ligt het probleem namelijk: de zondige mens kan dan wel zijn energie steken in een bergbeklimming tot meerdere eer, glorie en “eeuwige” roem voor zichzelf, hij is en blijft een zondaar die domweg niet het fatsoen kan opbrengen om zijn eigen rotzooi op te ruimen. Een dergelijk primitief gedrag bewijst dat zonder een echte bekering tot Jezus Christus de mens slechts een zwijn blijft (een bosvarken!!) dat door zijn achtergelaten rotzooi laat zien wat voor een rotzooi er binnenin hem rondslingert. Het getuigt allemaal tenslotte van een laag-bij-de-gronds gedrag, zelfs al staat men op de top van de hoogste berg ter wereld.
Ook in het groot weet de mens door zijn aanwezigheid op deze planeet altijd weer een spoor van rotzooi en vernieling achter zich te laten. Het is een feit dat daar waar de natuur zijn gang kan gaan er een natuurlijk evenwicht in stand wordt gehouden waardoor het leven in al zijn vormen kan blijven voortbestaan. Zodra echter de mens zich er mee denkt te moeten gaan bemoeien begint de ellende, waarvan de massale houtkap in diverse landen een duidelijk voorbeeld is. En dat allemaal uit naam van de “vooruitgang”. Deze roofbouw en de jacht naar steeds grotere winsten en “kwaliteit van leven” wordt in onze moderne tijd, dankzij de technische “verworvenheden” van de industriële revolutie, op een ongekende schaal voortgezet. Wat laat zien dat die zogenaamde moderne westerse “beschaving” voor een akelig groot deel slechts bestaat uit beesten met een mooi pak aan, die de korte tijd die ze hier op aarde hebben verdoen met bezigheden die het “economische belang” moeten dienen. Terwijl dit belang slechts een uitvergrote vorm is van de grootheidswaanzin die de mens ooit tot een zondaar heeft gemaakt. De grootste criminelen op deze wereld lopen rond achter de duurste stropdassen en in de wereld van het “grote geld”. En waar deze Mammon regeert is voor het evangelie geen plaats. Dat komt overeen met wat Jacobus er ooit over schreef en wat staat te lezen in Jac. 2:6: “Zijn het niet de rijken, die u geweld aandoen en die u voor de rechtbanken slepen?” Ook al gaan hun nietsontziende bezigheden schuil achter de logo's van de grote multinationals, niets van dit alles is verborgen voor de ogen van de hemelse rechter. En na de korte tijd dat het de mens vergund is op deze aardbol te verblijven is ook hun onvermijdelijke lot: “Maar de mens met al zijn praal houdt geen stand; hij is gelijk aan de beesten, die vergaan” (Psalm 49:12). Daar wordt de mens niet graag aan herinnerd maar het is desondanks onontkoombaar zoals blijkt uit Hebr. 9:27: “En zoals het de mensen beschikt is, eenmaal te sterven en daarna het oordeel...”.
Als al dit roekeloze en ik gerichte gedrag niet radicaal wordt stopgezet zal uiteindelijk het onvermijdelijke gevolg zijn dat de zondige mensheid zijn eigen voortbestaan onmogelijk heeft gemaakt. In een reclamespot op TV, gericht tegen dierenmishandeling, zag ik eens de pakkende tekst: “Bescherm de dieren tegen de beesten”. Deze beesten komen voor in de zogenaamde primitieve landen waar het mishandelen van dieren het geweten van velen al tot op het bot heeft dichtgeschroeid maar hetzelfde soort beesten vinden we ook in de “beschaafde” landen waar men probeert zijn voortbestaan zo lang mogelijk te rekken ten koste van veel dierenleed, getuige bijvoorbeeld de veelbesproken bio-industrie in al zijn soorten en maten. Ik ga hier geen opsomming geven van wat er aan zondig gedrag zoal gaande is onder de zon en dat het (zon)licht niet kan verdragen want de feiten spreken voor zich. En deze feiten zijn dat het beest (het bosvarken) in de mens slechts een spoor van vernieling, uitroeiing en rotzooi achter zich laat, ook in die gevallen dat dit beest verstopt is in een duur maatpak. De gevolgen van dit wangedrag van de zondige mens beschrijft Paulus in Rom. 8:22: “Want wij weten, dat tot nu toe de ganse schepping in al haar delen zucht en in barensnood is”. Een werkelijke verandering in deze situatie is slechts mogelijk als al deze zondaren zich tot hun Schepper bekeren.
En waar dat gebeurt en het evangelie van Jezus gehoor vindt zal het bosvarken in de mens moeten wijken.
Het
is een realiteit waar veel christenen geen weet van hebben, zelfs al is de “strijd tussen goed en kwaad”
waar ik hier op doel een onderwerp dat in deze wereld telkens weer terugkomt. Het beheerst de filmindustrie, talloze
boeken zijn er mee volgeschreven en het komt via TV overvloedig tot ons. Er bestaat dus iets dat als kwaad wordt
aangemerkt en iets dat voor goed moet door gaan. En tussen die twee werelden is een strijd gaande. Dat is in grote
lijnen waar de mensheid van op de hoogte is en dat zou op zichzelf deze hele zaak erg eenvoudig maken ware het niet dat
een ieder de vrijheid heeft om voor zichzelf te bepalen wat goed is en wat kwaad. Dat geeft een hoop verwarring maar
wat erger is: er zijn al heel wat oorlogen door ontstaan.
In de bijbel wordt ons duidelijk gemaakt wie de bron van het goede en wie de bron van het kwade is. Dat tussen die twee bronnen een felle strijd gaande is zullen veel “christenen” nog wel beamen maar wat dit voor het dagelijkse leven inhoudt ontgaat hen vrijwel volkomen. Terwijl Jezus toch zei tegen Zijn discipelen in Lucas 22:31-32: “Simon, Simon, zie, de satan heeft verlangd ulieden te ziften als de tarwe, maar Ik heb voor u gebeden, dat uw geloof niet zou bezwijken”. Het leven van de discipelen werd constant in de gaten gehouden door dezelfde vijand die ook Jezus' handel en wandel voortdurend met argwaan volgde. Jezus wist met welke vijand hij te doen had en hoe die te werk ging terwijl de discipelen daar toen nog slechts voor een deel van op de hoogte waren. David beschreef het gedrag van zijn vijanden onder andere in Psalm 56:5-6: “De ganse dag verminken zij mijn woorden; al hun overleggingen zijn tegen mij ten kwade. Zij willen aanvallen, zij spieden, zij nemen mijn schreden waar, terwijl zij loeren op mijn leven”. Hetzelfde soort gedrag dat David's zichtbare vijanden vertoonden is echter ook in de geestelijke wereld terug te vinden. En dát probeerde Jezus Zijn discipelen duidelijk te maken. Er was echter veel waar de discipelen toen nog niet aan toe waren en dat voor hen nog een onbekende wereld was. Dat liet Jezus blijken in Joh. 16:12-13: “Nog veel heb Ik u te zeggen, maar gij kunt het thans niet dragen; doch wanneer Hij komt, de Geest der waarheid, zal Hij u de weg wijzen tot de volle waarheid; want Hij zal niet uit Zichzelf spreken, maar al wat Hij hoort, zal Hij spreken en de toekomst zal Hij u verkondigen”. Na de uitstorting van de Heilige Geest gingen deze woorden in vervulling en kregen de discipelen pas echt inzicht in de strijd tussen goed en kwaad die zich in de wereld van de geesten afspeelt. Ook de apostel Paulus werd door de Heilige Geest in die wereld ingewijd zodat hij in Efeze 6:11-12 kon schrijven: “Doet de wapenrusting Gods aan, om te kunnen standhouden tegen de verleidingen des duivels; want wij hebben niet te worstelen tegen bloed en vlees, maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen de wereldbeheersers dezer duisternis, tegen de boze geesten in de hemelse gewesten”.
Deze wereldbeheersers gaan rond als verscheurende leeuwen die een prooi zoeken. Hun gedrag zien we terug in het gedrag van de zondige mensheid en hun demonische principes zijn te herkennen in de levensstijl van de zondaren, zowel in de “kleine” dingen als in het groot. Ook al zal een mens ijverig beweren netjes te leven: niemand maar dan ook niemand op deze wereldbol gaat vrijuit, zo lees ik in Rom. 3:23-24: “Want allen(!) hebben gezondigd en derven de heerlijkheid Gods, en worden om niet gerechtvaardigd uit zijn genade, door de verlossing in Christus Jezus”. Ieder mens bevindt zich binnen het domein van de overste van deze wereld en ondervindt daar op welke wijze dan ook de gevolgen van, alleen door Jezus is een uitweg mogelijk.
Maar.... speciaal zij die zich inzetten voor de strijd tegen het koninkrijk van satan worden met een boosaardige haat en met wraakzucht onder vuur genomen. Van die haat wist ook David in zijn tijd mee te praten, getuige zijn smartenkreet in Psalm 25:19: “Zie, hoe talrijk zijn mijn vijanden, en met welk een boosaardige haat haten zij mij”. Na Jezus' overwinning op Golgotha kregen de discipelen de opdracht om te wachten op hun vervulling met de Heilige Geest en om daarna het Koninkrijk Gods uit te breiden op deze wereld. Een wereld die tot dan toe het domein was van de wereldbeheersers dezer duisternis en hun koninkrijk. Dat deze wereldbeheersers de ijver van de apostelen niet konden waarderen zat er dik in en daar kwamen de apostelen dan ook wel achter door alle vervolgingen sinds hun uitzending.
Dat ook zij die zich in deze moderne tijd oprecht inzetten voor de evangelieverkondiging in dezelfde strijd verwikkeld zijn als Jezus' discipelen destijds hoef ik hier eigenlijk niet te benadrukken. Maar ik moet het bij deze toch even kwijt. Uit ondervinding weet ik namelijk dat ook de evangelieverkondiging via het Internet een gruwel is voor de duivel en een bedreiging vormt voor zijn rijk. En dat daarom ook mijn bezigheden betreffende deze website met een boosaardige haat en argwaan worden geobserveerd. Met als gevolg: een regelmatig heftige strijd tussen hoop en wanhoop, een ondraaglijk zware, demonische druk op mijn gemoedsleven en tal van andere “onverklaarbare” rottige omstandigheden en voorvallen waar de wereldbeheersers dezer duisternis hun vuile klauwen achter hebben zitten. Mensen, zo is mijn ervaring, laten zich daar maar al te vaak zo makkelijk voor gebruiken!!! En natuurlijk niet te vergeten de felle en bijzonder agressief overkomende reacties op deze website, met name van de kant van de (mis)leiders uit het “evangelische wereldje”, die nogal eens de confrontatie zoeken. En die met hun duidelijk geïrriteerde reactie een sfeer oproepen die schreeuwt: “Kom maar eens op als je durft want we krijgen je toch wel klein!!” Dat soort e-mails noem ik “een e-mail met begeleiding”. Zodra ik namelijk dit soort e-mails open wordt ik besprongen door een beklemmend, demonisch klimaat waaruit ik dan ook onmiddellijk kan afleiden dat de wereldbeheersers dezer duisternis al lang in de startblokken stonden om me al bij het lezen van de eerste regels van een dergelijke reactie onder handen te nemen. Zodat ik vervolgens direct weet in wiens opdracht deze handlangers van de overste van deze wereld hun reactie hebben verstuurd.
Dan heb je daar ook nog eens van die lezers die menen dat ik mezelf, als “anonieme” schrijver van deze
site, verstop achter mijn website en me daarom verwijten dat ik verstoppertje aan het spelen ben. En dat het daarom dan
ook zo lekker makkelijk is om me op die manier te verschuilen. Terwijl ik toch feitelijk gewoon gebruik maak van de
mogelijkheden van de hedendaagse techniek, in de vorm van Internet. Dat deze wijze van informatie overbrengen als
keerzijde heeft dat je door het ontbreken van persoonlijk contact voor de Internetgebruikers “onzichtbaar”
bent is een technische beperking die men niet zomaar mag vertalen als een vorm van verstoppertje spelen.
Mocht de lezer desondanks de indruk van mij hebben dat ik het voor mezelf allemaal erg gemakkelijk maak dan help ik hem
bij dezen uit die bedrieglijke droom: lees de voorgaande alinea nog eens zeer aandachtig door en besef dat er
helemaal niets valt te verstoppen!! Mijn complete gaan en staan, handel en wandel én het vele werk voor
deze site worden continu(!) geregistreerd door de inlichtingendienst van satan. En reken er maar op dat die van mijn
bestaan op de hoogte is en me overal weet te vinden! Ik moet hierbij denken aan wat de zeven zonen van ene
Sceva, een Joodse overpriester, overkwam toen zij vergeefs probeerden om boze geesten uit te drijven in de naam van
“die Jezus die Paulus predikt”. Zij hadden zelf geen gehoor gegeven aan het evangelie van Jezus, handelden
daarom ook niet in opdracht van Jezus noch op het gezag van Zijn Heilige Geest, met als consequentie dat zij bij de
inlichtingendienst van satan niet bekend stonden als een serieuze bedreiging van satans koninkrijk. Dat werd door de
betreffende boze geest als volgt onder woorden gebracht in Hand. 19:15: “Maar de boze
geest antwoordde en zeide tot hen: Jezus ken ik en van Paulus weet ik maar wie zijt gij??” Paulus was als
apostel van Jezus duidelijk wel een bekende voor deze demon omdat Paulus' gaan en staan nauwlettend werden gevolgd door
satans spionnen. Een ieder die zich inzet voor de uitbreiding van het Koninkrijk Gods is net als Paulus een bedreiging
voor satan en is daarom bij hem bekend. Dat dit op mijzelf ook van toepassing is hebben de achterliggende decennia me
ondertussen wel laten zien door, onder andere, de hierboven beschreven aanvallen en aanvechtingen. Verstoppen?? Vergeet
het maar!!!
Door al deze verwikkelingen wil de verleiding nog wel eens opkomen om er dan maar mee te stoppen. Om, op zijn Hollands uitgedrukt, “de computer bij het grof vuil te dumpen en om zodoende eindelijk eens van al dat gelazer af te zijn”.
Om mezelf in al die aanvechtingen voor te houden waar ik het uiteindelijk allemaal voor doe heb ik op het bureau naast de computer een kleine wereldbol neergezet. Kijkend naar deze kleine wereldbol zie ik de aarde voor me. Een aarde die de mens ooit als woonplaats kreeg toegewezen. Een woonplaats waar een felle strijd om gaande is en die door Paulus in Romeinen 8 zelfs een zuchtende schepping wordt genoemd. Om op een bescheiden schaal aan de bevrijding van die zuchtende schepping mee te kunnen werken heb ik al veel tijd en energie gestoken in het schrijven van artikelen voor deze site en in het beantwoorden van de reacties die ik ontvang. Dus als door al die aanvechtingen tijdens deze werkzaamheden de moed en de wil om er mee door te gaan weer eens van het bureaublad afglijden werp ik maar weer eens een blik op die kleine wereldbol. Met de moed der (wan)hoop raap ik de wil om door te gaan dan toch maar weer van de grond. Deze kleine wereldbol naast de computer is dus voor mij in zekere zin een kleine (herinnerings)hulp in bange dagen.
Als afsluiting van deze overdenking nog even iets anders: de afbeelding van de wereldbol die je hieronder ziet heb ik in het jaar 2000 gemaakt. Mijn computerkennis was destijds nog zeer beperkt, maar het resultaat viel me desondanks niet tegen. Ik probeerde er mee uit te beelden hoe ik de situatie zie van deze, in geestelijke duisternis gehulde, wereld. Een situatie die door de overheersing van de satan een uitzichtloze situatie is van veel ellende en lijden. Maar waarin door Jezus' komst en menswording verandering is gekomen, vandaar de lichtbron. Deze lichtbron beeldt uit wat in Jesaja 9:2 staat te lezen: “Het volk dat in donkerheid wandelt, ziet een groot licht; over hen die wonen in een land van diepe duisternis, straalt een licht”.

Nadat deze afbeelding af was vatte ik al kijkend naar het uiteindelijke resultaat het idee op om met een eigen website te beginnen. En dáár is het allemaal mee begonnen. Toch wel leuk om te weten, dacht ik zo.
Een opmerkelijk verhaal in het Oude Testament is dat van koning Josia. Een koning waarover niet eens zoveel is geschreven, vergeleken met bijvoorbeeld koning David, maar die desondanks met een indrukwekkende oprechtheid de God van Israël diende. En dat terwijl hij al op achtjarige leeftijd tot koning werd gemaakt. Wat mij vooral opviel bij het lezen van de geschiedenis van de koningen van Juda was het feit dat de elkaar opvolgende koningen óf (extreem) goddeloos waren óf rekening hielden met Gods geboden en wetten. Het verbazingwekkende daarbij is wel dat de rechtvaardige en de goddeloze koningen elkaar afwisselden waarbij het kon gebeuren dat de rechtvaardigheid van de vader bij zijn zoon absoluut niet was terug te vinden. Ook het omgekeerde kwam voor: een goddeloze vader werd opgevolgd door zijn rechtvaardige zoon die vervolgens druk in de weer was om (voor de zoveelste maal) de door het volk vereerde afgodsbeelden en de afgodsaltaren uit het land te verwijderen. Hoewel van de meesten van de in mindere of meerdere mate godvrezende koningen wordt gemeld: “hij deed wat recht is in de ogen des Heren” is er maar één waarvan als aanvulling daarop staat te lezen: “hij week niet af, rechts noch links”. Die ene koning is koning Josia. Ook lezen we over hem in 2 Koningen 23:25: “Voor hem is er geen koning geweest, die zich zo tot de Here keerde met zijn ganse hart, zijn ganse ziel en zijn ganse kracht, naar de gehele wet van Mozes; en na hem stond zijns gelijke niet op”.
Het bijzondere aan Josia is dat al ver voor zijn geboorte werd geprofeteerd dat “hij er aan zat te
komen”. Een man Gods uit Juda profeteerde in het bijzijn van de goddeloze koning Jerobeam (de eerste koning van
het tien-stammen-rijk): “Altaar, altaar, zo zegt de Here: zie, een zoon zal aan David's huis geboren worden
met name Josia; en hij zal op u de priesters der hoogten slachten, die offers op u ontsteken, en mensenbeenderen
zal men op u verbranden”. Deze Josia was de zoon van de goddeloze koning Amon maar aan het goddeloze voorbeeld
van zijn vader had hij geen boodschap. Josia gaf de opdracht om de in verval geraakte tempel weer te herstellen
en tijdens die herstelwerkzaamheden werd door de priester Chilkia “het boek van de wet des Heren, gegeven door
Mozes” teruggevonden. Dit voorval maakt al helemaal duidelijk dat het goddeloze volk Israël, samen met wat
er tot dan toe van de priesterdienst was overgebleven, als een vrijwel stuurloos schip de juiste koers was
kwijtgeraakt. Want.... het wetboek van Mozes waarin stond aangegeven hoe het volk naar Gods wil moest leven was
zoekgeraakt. Zoekgeraakt!! De gelijkenis met het huidige “christendom” is treffend. Ook in deze tijd is er
veel religie, veel religieuze ijver en een massa aan “activiteiten voor de Heer” maar al dit stuurloze
gezwabber is grotendeels het resultaat van het zoekraken van de kennis van Gods Woord. Het via Mozes door Jahweh aan
het volk Israël gegeven wetboek was uit het zicht verdwenen als gevolg van de afvalligheid van het volk en zijn
priesters en het ontstane gat was ondertussen opgevuld door de afgodsdienst die al zovele malen daarvoor onuitroeibaar
bleek te zijn. Het is opvallend dat telkens weer een godvrezende koning van Juda maatregelen nam om deze afgoderij uit
te roeien, met wisselend succes, terwijl het onwillige volk weer eens op sleeptouw werd genomen. De werkelijke ommekeer
ging dus van de koning uit en niet vanuit het afvallige volk dat, zodra deze koning zijn hielen had gelicht (in
zijn graf was bijgezet), weer op de oude en goddeloze voet verder ging.
Het teruggevonden wetboek werd aan koning Josia voorgelezen, waarop hij als teken van rouw zijn klederen scheurde en
zich verootmoedigde voor God. Waarna hij het volk bijeen liet roepen en het wetboek aan het volk werd voorgelezen.
Vervolgens werd in opdracht van koning Josia het Pascha gevierd, volgens de voorschriften in het teruggevonden wetboek.
Van dit Pascha lezen we in 2 Kronieken 35:18 zelfs: “Zulk een Pascha was in Israël
niet gevierd sinds de dagen van de profeet Samuël; geen der koningen van Israël heeft het Pascha
gevierd zoals Josia het vierde met de priesters, de Levieten en geheel Juda en Israël dat zich daar bevond, en met
de inwoners van Jeruzalem”. Dat betekent dat zelfs koning David het kennelijk te druk had met oorlogvoeren, met
zijn veelwijverij en met nog andere zaken om zich de woorden van Gods wetboek aan te trekken. Naast al het goede dat
David beslist heeft gedaan en naast het feit dat hij tot zijn dood toe Godvrezend bleef, in tegenstelling tot zijn
ontrouwe zoon Salomo, staat er dan toch maar van koning Josia geschreven dat hij de enige koning(!) was die volgens
Gods voorschriften dit Pascha vierde. Dat geeft te denken, zeker wanneer we bedenken wat Mozes namens Jahweh aan het
volk Israël doorgaf in Deut. 17:18-19: “Wanneer hij (= de toekomstige koning) nu op
de koninklijke troon gezeten is, dan zal hij voor zich een afschrift laten maken van deze wet, welke bij de
levitische priesters berust. Dat zal hij bij zich hebben en daarin zal hij lezen gedurende heel zijn
leven om te leren de Here, zijn God, te vrezen door al de woorden van deze wet en al deze inzettingen naarstig
te onderhouden”.
Beseffende wat Mozes hier met klem duidelijk maakte begint het tot ons door te dringen aan wat voor een gruwelijk falen die hele koningenkliek van Israël (uitgezonderd koning Josia) zich schuldig had gemaakt: het wetboek van Mozes werd niet plichtsgetrouw geraadpleegd, waardoor dit wetboek op den duur zelfs zoekraakte. Tja..... en toen was het Gods tijd om in te grijpen en de waarschuwing kracht bij te zetten die Hij koning Salomo gaf in 1 Koningen 9:6-7: “Maar indien gij u met uw zonen ooit van Mij afkeert en Mij niet volgt, mijn geboden en inzettingen die Ik u voorgehouden heb, niet volbrengt, maar andere goden gaat dienen, en u voor die nederbuigt, dan zal Ik Israël uitroeien van de bodem die Ik hun gegeven heb, en het huis dat Ik aan mijn naam geheiligd heb, zal Ik van Mij wegstoten, zodat Israël tot een spreekwoord en een spotrede onder alle volken zal worden”. En dát heeft het volk Israël geweten. Niet lang na Josia's dood kwamen de koningen van Egypte en Babel over de vloer en veegden die vloer grondig schoon. De rest is een bekende geschiedenis. De les van die geschiedenis is: dat ook het huidige Christendom/Babylon het “wetboek” van God is kwijtgeraakt en daarom op moet passen dat het niet, net als de vijandige Joden, Jezus' waarschuwing in Matth. 21:43 te horen zal krijgen: “Daarom, Ik zeg u, dat het Koninkrijk Gods van u zal weggenomen worden en het zal gegeven worden aan een volk, dat de vruchten daarvan opbrengt”. En nu maar hopen dat er ook nu nog Josia's rondlopen.
Als ik de berichten uit de duistere kerkers van de wetenschap zou moeten geloven heeft de mens zichzelf ondertussen
al kunnen opwerken tot een betere schepper dan de God van hemel en aarde. Niet lang voordat ik dit schreef heb ik een
programma bekeken met de titel Designer baby's en waarvan de strekking was dat de medische wetenschap
zich beijvert om deze wereld te kunnen bevolken met kunstmatig ontworpen kinderen die alleen de eigenschappen hebben
die de (dik betalende) ouders bevallen. Het deed me denken aan al die overrijpe en op de grens van een burn-out
balancerende dertigers die zich eerst na jaren pas uit de greep van hun “droomcarrière” hebben kunnen
losmaken en eenmaal uit die bedrieglijke droom wakker geworden tot de ontdekking komen dat de tijd ondertussen niet
heeft stilgestaan. Waardoor het krijgen van kinderen al niet meer zo vlotjes verloopt als bij hen die er wel op tijd
bij waren. Maar geen nood: de medische gifmengers hebben ondertussen, niet gehinderd door ethische bezwaren of door hun
geweten, de moderne medische kennis tot een zodanig peil kunnen opkrikken dat de Schepper van hemel en aarde ook voor
dit probleem tot een overbodige luxe is geworden. Waarbij van de gelegenheid gebruik wordt gemaakt om er, ter meerdere
eer en glorie van de medische “wetenschap”, dan ook meteen maar een superbaby van te maken. Omdat er in
het, na jaren van geploeter geschapen, comfortabele leventje van de aanstaande ouders geen plaats is voor
“mislukte exemplaren”. In het genoemde TV programma werd er naar gestreefd om voor een echtpaar met een
ziek kind een embryo met de juiste eigenschappen te kweken zodat, als dit “kind” eenmaal geboren zou zijn,
het zou kunnen dienst doen als donor van bepaalde cellen waarmee hun zieke kind “genezen” zou kunnen
worden. Wat het resultaat dan ook maar moge zijn dat door deze namaak scheppers in elkaar is geknutseld en door deze
ouders is besteld: dat is geen kind maar een “perfect” exemplaar dat alleen wordt getolereerd omdat het
“aan de eisen voldoet”. Dergelijke hoge eisen hadden destijds ook de kampartsen van de Nazi's al voor ogen
toen ze, na uitschakeling van hun geweten, hun medische experimenten uitvoerden op de vele arme drommels die dikwijls
op een ontstellend ellendige manier aan hun einde kwamen als gevolg van deze martelpraktijken in “naam van de
medische wetenschap”. De door deze slagers bij elkaar gemartelde medische kennis is sindsdien voor de moderne
wetenschap geen enkele hindernis gebleken. Wat de Duitse kampartsen destijds misdeden wordt terecht barbaars gedrag
genoemd maar waar de hedendaagse witte jassen criminaliteit onze Schepper dagelijks mee tergt vindt plaats onder de
vlag van een “beschaving” die net zomin een beschaving is als die in de Duitse vernietigingskampen. Want
terwijl de Nazi's destijds alles vernietigden dat niet beantwoordde aan de perfecte Übermensch
,
kan men nu al voor de geboorte controleren of het mensje in wording wel aan de eisen van de hedendaagse Übermensch
voldoet. En waar dat niet het geval blijkt te zijn rekent het medische Nazigilde via deze
high tech
abortus welwillend af met het ongewenste embryo. Het ondertussen bereikte kennisniveau is
weer een zoveelste stap in de richting van een wereld waarin de mens der wetteloosheid, niet gecorrigeerd door
de principes van onze Schepper, zijn eigen “perfecte” nageslacht denkt te kunnen scheppen. In maart 2006
las ik op een Amerikaanse website een nieuwsbericht waarin de Nederlandse praktijk van het doden van
“doodzieke” kinderen aan de kaak werd gesteld. De daarin verwoorde conclusie luidde: “De
huiveringwekkende realiteit is dat terwijl onze verrotte onverschilligheid tegenover de heiligheid van het leven
weliswaar nog niet zo ver gevorderd is als in Holland, we hard op weg zijn in dezelfde richting”.
Omstreeks dezelfde tijd vergeleek een Italiaanse minister de Nederlandse euthanasiewetgeving en de daarmee verwante
discussie in de Nederlandse politiek over het doden van zieke kinderen met de naziwetgeving en de ideeën van
Hitler. Waarop een diep beledigde premier Balkenende stond te foeteren dat dergelijke vergelijkingen
“onacceptabel” zijn. Wel, wel, meneer Balkenende, als u samen met uw C?DA al zover bent afgeweken
van alles wat ooit nog voor christelijk kon doorgaan en u net als uw paarse voorgangers Nederland overlevert aan de
geest van de antichrist, komt er aan uw balken wel een ende. De Schepper van hemel en aarde laat namelijk
niet blijvend op een dergelijke wijze een loopje nemen met Zijn principes!!
Want zolang de mens zich niet radicaal bekeert tot Jezus Christus zal ook zijn “perfecte” nageslacht
slechts bestaan uit doodordinaire zondaren, die door de wurgende greep van satan's handlangers ten onder zullen
gaan in zonde, wetteloosheid, chaos en uiteindelijk de eeuwige dood. Want ook een mens die lichamelijk
“perfect” in elkaar zit is voor God niet goed genoeg. Dat werd door God aan de profeet Samuël nog eens
goed duidelijk gemaakt in 1 Sam. 16:7 toen deze behoorlijk onder de indruk was van de
indrukwekkende gestalte van Eliab, de oudste broer van David. We lezen daar: “Doch de Here zeide tot Samuël:
Let niet op zijn voorkomen noch op zijn rijzige gestalte, want Ik heb hem verworpen. Het komt immers niet aan op
wat de mens ziet; de mens toch ziet aan wat voor ogen is, maar de Here ziet het hart aan”. Dit te weten
zal ooit een hele troost zijn voor al die kinderen die, eenmaal beseffend dat ze al voor hun geboorte slechts goed
genoeg werden bevonden vanwege hun lichamelijke “perfectie”, zullen mogen leven met de zekerheid dat de
mate van Gods liefde niet afhangt van lichamelijke eigenschappen. Want God ziet het hart aan. De mens die zijn leven
overgeeft in de handen van de enige echte Schepper zal het eeuwige leven ontvangen.
En daar is beslist geen perfect lichaam voor nodig.
Normen en waarden. Men heeft het er maar druk mee. Tenminste, men heeft het druk met vaststellen dat die normen en
waarden toch wel best handig zijn om de moderne samenleving draaiende te houden. Met die samenleving worden overigens
vooral de economische belangen van die samenleving bedoeld. Jazeker, de mensheid is van ouds verwikkeld in een strijd
om te overleven, ook al is die overlevingsstrijd in deze welvaartsmaatschappij meer en meer ontaard in een strijd om de
welvaart te laten overleven. Men wil het namelijk graag goed hebben en comfortabel leven. Dat hoeft op zichzelf niet
verkeerd te zijn maar zoals de geschiedenis al zo vaak heeft laten zien is de mens van nature sterk geneigd om daarbij
de eigen belangen voorop te stellen. Daarna pas komt het belang van de medemens en, als het niet te veel gevraagd is,
wordt er eventueel ook nog wel eens wat plaats ingeruimd voor de God van hemel en aarde. Die moet dan echter niet al te
veeleisend gaan worden en Hij moet genoegen willen nemen met de zeldzame ogenblikken dat de mens zich even kan
vrijmaken van zijn geweldig “belangrijke” strijd tot het laten overleven van de welvaart. Met als gevolg
dat ook de normen en waarden van de Schepper de overvolle agenda niet eens halen maar hooguit een kladbriefje. De
gevolgen daarvan voor de wereld van vandaag hebben ons inmiddels laten zien dat deze kladblokmentaliteit in een
ijltempo de leefbaarheid van de “moderne samenleving” aan het slopen is. En dát kan men natuurlijk
niet laten gebeuren want door alle wetteloosheid, vandalisme, fraude, inbraak, diefstal, bedreigingen, roofovervallen,
moorden, gewelddadigheden enz. enz. dreigt die welvaartseconomie gesloopt te worden. Vandaar dat er driftig overlegd
wordt hoe die vloedgolf gekeerd kan worden. Nadat de politiek eerst jarenlang een heksenjacht heeft ingezet op de
restanten van het christelijke erfgoed in Nederland heeft het, mede daardoor, ontstane vacuüm een kettingreactie
van toenemend verval en normloosheid op gang gebracht. Huichelachtig wordt de schijn opgehouden dat men het tij
probeert te keren door weet ik wat voor regeltjes, terwijl gelijktijdig de Schepper continu en fanatiek buiten de
vergaderzaal wordt gehouden. Zo kan het gebeuren dat ik ergens een reactie las van een politicus die werd gevraagd naar
zijn mening over een bepaald programma van de TV zender Talpa. De naam van dat programma wil ik hier niet eens noemen.
Te walgelijk voor woorden. Zijn antwoord: “De Mol hoeft niet aan normen en waarden te doen, dat bepaalt de kijker
wel. De Mol doet het om geld te verdienen. Dat is prima. Daarom heet het commerciële TV”. Dus.... dat
bepaalt de kijker wel. Terwijl er in de politiek paniekerig wordt gedaan over de verloederende en normloze samenleving,
die ondertussen ook voor veel economische activiteiten een molensteen om de hals begint te worden (denk bijvoorbeeld
aan schade door vandalisme), mag de TV kijker van diezelfde politiek voor zichzelf bepalen welke normen en waarden hij
of zij tot levenswijsheid verheft. Wel, als deze normen en waarden zich op hetzelfde niveau bevinden als die van het
bewuste TV programma is de ondergang van wat nu nog beschaving heet absoluut gegarandeerd. De persoon die de zojuist
aangehaalde uitspraak op zijn geweten heeft is zeer waarschijnlijk vanuit het Haagse riool de Haagse politiek
binnengekropen om zich vervolgens met rioolpolitiek bezig te houden. Een mooi pak en stropdas waren kennelijk al ruim
voldoende om de ware bedoelingen van de persoon in kwestie voor hele volksstammen te camoufleren.
Tegelijkertijd kom ik op het Internet een website tegen die, voor zover ik dit heb kunnen achterhalen, van
overheidswege is opgezet met de bedoeling de veiligheid in Nederland te bevorderen. “Lever zelf een bijdrage aan
de veiligheid in Nederland!” las ik daar zelfs. Via een link kon ik een pdf-document downloaden dat het
kabinetsbeleid t.a.v. de toenemende onveiligheid in Nederland uit de doeken doet. Daarin las ik onder andere: “De
maatregelen in deze paragraaf zijn daarom gericht op het tegengaan van overlast en verloedering en op het
vergroten van het veiligheidsgevoel in de stad en in de eigen wijk. Bijzondere aandacht hierbij verdient de
jeugd. De aanpak van dit kabinet is met name ook gericht op het voorkomen van jeugdcriminaliteit”. Einde
citaat.
Die gammele veiligheid is zelfs voor de Haagse verloederaars van onze beschaving aanleiding om de
verloedering aan te pakken en om zodoende de schijn op te houden dat men in die kringen nog weet wat echte
normen en waarden zijn. Dat weten ze echter niet, zoals ook blijkt uit de hierboven aangehaalde uitspraak betreffende
het programma van de TV zender Talpa. Want zolang de normen en waarden die Jezus Christus ons naliet door hen aan de
kant worden geveegd zal de 2000 jaar geleden al door Jezus voorspelde totale wetteloosheid iedere vervangende
“norm” en “waarde” verpletteren.
In januari 2006 las ik van iemand met “ds.” voor zijn naam een betoog waarin de hedendaagse kerkverlaters er flink van langs kregen. De toon van het verhaal was in grote lijnen dat al die afvalligen er maar beter aan zouden doen om op hun oude honk terug te keren omdat ze de (traditionele) kerk niet zomaar, zonder ernstige gevolgen voor hun geestelijk welzijn, blijvend kunnen negeren. Het is inderdaad waar dat veel kerkverlaters, geheel in de geest van deze tijd, het allemaal beter denken te weten dan God zelf en daarom de wijde wereld in trekken om hun eigen (New Age) goden bij elkaar te schrapen. Goden die, naast hun standaard uitrusting, met allerlei religieuze extra's en accessoires uitgerust kunnen worden zodat ze aan een ieders smaak aangepast kunnen worden. Het occulte circuit met al zijn godenfabrieken draait dan ook op volle toeren. Dan zijn daar nog de kerkverlaters die het zo geweldig met zichzelf getroffen hebben dat ze zowaar helemaal geen god meer nodig hebben óf zichzelf tot god hebben verheven. Wat een onverdraagzame en arrogante figuren kunnen dat zijn. Behalve al deze religieuze doe-het-zelvers hebben we echter ook nog kerkverlaters die het in de evangelische richting zijn gaan zoeken, of in een daaraan verwante stroming. De keuze daarin lijkt tegenwoordig ook al groot genoeg te zijn om er een jaarlijks te vernieuwen bestelcatalogus mee te vullen. Dat was overigens in een land als Nederland te verwachten. Maar goed, de situatie is dus dat massa's christenen hun heil elders zijn gaan zoeken. Wat de meesten van hen gemeen hebben is toch wel dat het evangelie dat “de kerk” bracht voor hen geen kracht Gods tot behoud voor een ieder die gelooft bleek te zijn maar een slap aftreksel daarvan, vergeven van de dogma's en de leer der vaderen en een stortvloed van theologische updates. Naar wat voor evangelie zouden al deze dwalenden dan wel moeten terugkeren?? Enige weken voor ik dit schreef las ik ergens een reactie van een predikant op de exodus van bosjes gereformeerden in zijn woonplaats: “Als was vastgehouden aan de verkondiging van Jezus Christus als Heiland dan waren niet zoveel mensen vertrokken”. Precies dit is de hedendaagse trend die “de kerk” heeft uitgehold, voor zover dat nog niet het geval was. De al aangehaalde “ds” die uithaalde naar al die kerkverlaters was van mening dat dezulken “in strijd met Gods geopenbaarde Woord leven”. Dat mag dan op zichzelf voor een deel van hen waar zijn, de keiharde realiteit is echter dat de herders van “de kerk” al jarenlang een uitgehold evangelie brengen dat eveneens in strijd is met Gods geopenbaarde Woord. Daarbij denk ik bijvoorbeeld aan het nietszeggende geleuter van de “hofpredikant” Carel ter Linden, die van de bijbel een sprookjesboek heeft gemaakt en aan diverse andere vergelijkbare sprookjesvertellers die geregeld een kansel opkruipen. De ratten. Nu waren de (protestantse) traditionele kerken sowieso al geen verkondigers van het evangelie dat Jezus Zijn discipelen naliet maar doordat het oprukkende occultisme deze geestelijk compleet weerloze bolwerken aan het overspoelen is, is de ellende ondertussen al helemaal niet meer te overzien. “De kerk” is een vergaarbak van dwalingen en vervuilingen van het evangelie. Paulus waarschuwde niet zonder reden voor “de overheden, voor de machten, voor de wereldbeheersers dezer duisternis en voor de boze geesten in de hemelse gewesten” tegen wie de discipelen van Jezus hebben te strijden. Waar deze geestelijke strijd wordt weggehoond door de valse herders van een kerk in verval nemen de betreffende helse demonische machten waar Paulus juist voor waarschuwde het roer hardhandig over, met als gevolg dat zaken als reiki, zenmeditatie, meditatief dansen, mystieke oefeningen uit de islam en meer van dit soort religieuze bagger hand over hand toenemen. Gevraagd naar de motieven van een zo'n “herder”, die dergelijke methoden van geestelijke zelfmoord stimuleert, was zijn antwoord: “Wij zeggen: er is niet één weg naar God. Er zijn meerdere wegen”. Tja, daar ga je dan: in een ijltempo rechtstreeks op de afgrond af. Ondertussen moest de persoon in kwestie nog wel even kwijt “dat zenmeditatie ons als christenen kan helpen te leren wat meditatie precies is want de boeddhisten hebben zich daar ook uitgebreid in verdiept”. Meer dan eens heb ik in het verleden meegemaakt dat satan door valse predikers heen leugens verkondigde die veel leken op het zuivere evangelie. Uitspraken als deze laten ons daarentegen rechtstreeks een blik werpen in de muil van het monster. Een monster dat als “vrome” leergeest de restanten van het verschijnsel kerk uitholt en met uitspraken als deze zijn masker afgooit. De “ds” waarmee ik dit doordenkertje begon en die van de kerkverlaters weinig heil verwacht vatte zijn eindconclusie samen met de woorden: “Buitenkerkelijk christendom is niet revolutionair maar destructief”. De waarheid is echter dat “binnenkerkelijk” christendom in hetzelfde ijltempo door de geest van de antichrist (over wie de apostel Johannes al schreef) aan mootjes wordt gehakt. De kerkverlaters die desondanks terug zouden willen keren naar dat geestelijke Babylon doen daarmee precies waarvoor de apostel Petrus al waarschuwde in 2 Petrus 2:22: “Hun is overkomen, wat een waar spreekwoord zegt: Een hond, die teruggekeerd is naar zijn uitbraaksel, of: een gewassen zeug naar de modderpoel”.
Ooit, ergens in de jaren zeventig van de vorige eeuw, werd me door de Heilige Geest bijzonder duidelijk gemaakt dat ik er serieus werk van moest gaan maken om de bijbel te bestuderen. Dat ben ik sindsdien dan ook in steeds grotere mate gaan doen. Het is niet zo dat ik daar altijd even ijverig in ben geweest maar gaandeweg maakte ik er toch steeds meer werk van. Een bijzonder duidelijke aanwijzing hiervoor ontving ik in de vorm van de wijsheidsspreuken in Spreuken 4 vanaf vers 7 waar we lezen: “Het begin der wijsheid is: verwerf wijsheid en verwerf inzicht bij al wat gij bezit”. In de daaropvolgende verzen wordt er voortdurend op gewezen dat het kennen van de woorden van God én het gehoor geven aan die woorden absoluut noodzakelijk zijn om niet van het rechte pad af te raken. Zoals in vers 11 en 12: “Ik onderricht u in de weg der wijsheid, ik doe u treden op rechte paden. Bij uw wandelen zal uw schrede niet belemmerd worden, wanneer gij loopt, zult gij niet struikelen”. Ook in Spreuken 2 vinden we vergelijkbare raadgevingen. Het zijn vooral de woorden in Spreuken 2:10-13 waar ik hier de aandacht op wil vestigen: “Want de wijsheid zal in uw hart komen en de kennis zal voor uw ziel liefelijk zijn; bedachtzaamheid zal over u waken, verstandigheid zal u behoeden, om u te redden van de boze weg, van de man die verkeerde dingen spreekt, van hen die de rechte paden verlaten, om op duistere wegen te gaan”. Wat ik destijds nog niet zo besefte was dat in latere jaren dit soort boeventuig steeds vaker mijn pad zou gaan kruisen. Boeventuig dat met veel vroom gezwets de argeloze toehoorders én de lezers van hun boeken bij de bijbel vandaan sleepten. Met beweringen zoals: “80 procent van het Oude Testament kunnen we wel weggooien” en meer van dit soort demonische misleidingen werden, sinds ik door God werd gemaand om Zijn Woord te bestuderen, hele volksstammen in religieus Nederland door een stortvloed aan valse leraren en misleiders van de waarheid van Gods Woord weggeleid. Zo hoorde ik eens een verbijsterde evangelische voorganger vertellen dat hij op een conferentie voor voorgangers en oudsten, waar hij tijdens de gesprekken geregeld zijn bijbel raadpleegde, tot zijn stomme verbazing van de andere aanwezigen te horen kreeg dat hij “zijn bijbel nu maar eens dicht moest doen”. De keiharde realiteit was namelijk dat deze arrogante kwallen van zichzelf meenden een hoger geestelijk niveau bereikt te hebben, een niveau waarop die achterhaalde bijbel hen niet meer verder kon helpen. Een dergelijke hoogmoedige houding bezegelde ook ooit het noodlot en de uiteindelijke ondergang van satan. Daar is geen ontkomen meer aan en dan heb je als satan alle reden om te sidderen (Jacobus 2:19).
Het resultaat van deze geestelijke aftakeling is dat de bijbelkennis ook bij veel evangelische christenen na al die jaren van geestelijk verval nu op een dramatisch laag niveau is teruggevallen. De gevolgen daarvan zijn ondertussen overal zichtbaar. Want waar kinderen Gods de waarheid van Gods Woord verwaarlozen overkomt hen precies dat waar in Spreuken 2 voor wordt gewaarschuwd. Jezus maakte een duidelijk onderscheid tussen het kaf en het koren in Joh. 14:21 waar Hij zei: “Wie Mijn geboden heeft en ze bewaart, die is het, die Mij liefheeft; en wie Mij liefheeft, zal geliefd worden door Mijn Vader en Ik zal hem liefhebben en Mijzelf aan hem openbaren”. Wie er ernst mee maakt om Gods woorden te bestuderen en er ook gehoor aan geeft is een echte discipel van Jezus. Wie dit daarentegen verwaarloost is een dolend schaap dat een makkelijke prooi vormt voor de rondzwervende wolven die vaak met een oprecht lijkende vroomheid een slachting aanrichten onder deze van Gods Woord vervreemde religieuzen. De kennis van Gods Woord had hen daarvoor kunnen behoeden. Jezus zei in Joh. 14:26 dan ook niet zonder reden tegen Zijn discipelen: “maar de Trooster, de Heilige Geest, die de Vader zenden zal in Mijn naam, die zal u alles leren en u te binnen brengen al wat Ik u gezegd heb”. Wat Jezus heeft gezegd vinden in de bijbel. Als men het dus vertikt om daar kennis van te nemen kan de Heilige Geest er ook niet mee werken. Wie desondanks meent het zonder de kennis van Gods Woord te kunnen redden wordt gegarandeerd een makkelijke prooi van de ene religieuze rage na de andere, waaronder bijvoorbeeld een Toronto Blessing (lees: vloek), een doelgerichte gemeente rage, de vrijzinnigheid binnen de meer traditionele kerken en wie weet wat voor bagger er nog meer over al die dwalenden zal worden uitgestort. Die dwalenden, die de oprechte bestudering van de bijbel hebben verwaarloosd en die daardoor de kennis, de bedachtzaamheid en de wijsheid missen die hen had kunnen redden van de man die verkeerde dingen spreekt!
Kijk ik nu terug op de jaren sinds ik van de bestudering van Gods Woord werk ben gaan maken dan stel ik vast dat de kennis en de wijsheid die ik daardoor heb mogen ontvangen mij inderdaad hebben behoed “voor de man (de dwaalleraar) die verkeerde dingen spreekt” Daar tegenover staat dat ik in diezelfde jaren verscheidene, van Gods Woord losgeslagen, “broeders en zusters” compleet de weg heb zien kwijtraken doordat zij in hun hoogmoed en arrogantie “nieuwe openbaringen” achternaliepen, openbaringen waarvan werd verkondigd dat ze de verouderde bijbelse waarheden hadden vervangen. De gruwelijke werkelijkheid is dat op deze afvalligen van toepassing is wat Jahweh zei in Hosea 4:6: “Mijn volk gaat te gronde door het gebrek aan kennis. Omdat gij de kennis verworpen hebt, verwerp Ik u, dat gij geen priester meer voor Mij zult zijn; daar gij de wet van uw God vergeten hebt, zal ook Ik uw zonen vergeten”. Als kinderen Gods de kennis verwerpen die ze in de bijbel hadden kunnen vinden, als ze er maar naar hadden gezocht, gaan ze gegarandeerd te gronde. De vernieling in.
Willen wij dus de weg der wijsheid vinden en de rechte paden bewandelen dan zullen wij Gods woorden moeten aannemen, de bijbelse boodschap moeten bestuderen en de Heilige Geest daarmee de gelegenheid geven ons te onderrichten. Voor wie het toch beter denkt te weten dan God zelf heeft de apostel Paulus in 1 Tim. 6:20-21 de volgende voltreffer in de strijd geworpen: “O Timothéüs, bewaar wat u is toevertrouwd, houd u buiten het bereik van de onheilige, holle klanken en de tegenstellingen der ten onrechte zo genoemde kennis. Sommigen, die woordvoerders daarvan zijn, zijn het spoor des geloofs bijster geraakt”. Een schot in de roos!
Het overkwam me eens tijdens een boswandeling met twee van mijn neefjes dat ik door een van hen, terwijl we liepen te zoeken naar herfstbladeren, werd bestormd met vragen. Vragen die voornamelijk te maken hadden met ·de dingen die boven zijn, waar Christus is·. Terwijl ik mijn best deed zijn vragen zo duidelijk mogelijk te beantwoorden realiseerde ik me ineens dat we al zoekende in een deel van het bos aangeland waren waar ik een slordige 28 jaren terug in de tijd vele uren had rondgelopen met de filmcamera in de aanslag. Het was destijds mijn doel om reeën te filmen, wat me trouwens ook een paar keer is gelukt. Ik kan me daar nog van herinneren dat ik na heel wat uren zoeken naar die schuwe reeën zelfs maar een glimp reebruin tussen de bomen hoefde te ontwaren of ik stond als in een reflex bewegingloos. De reeën die op hun beurt mij in het oog kregen stonden namelijk altijd eerst een poosje te ·zekeren·. Dat hield in dat ze me soms wel minutenlang observeerden om vast te kunnen stellen of ik eventueel een gevaar vormde of dat het slechts loos alarm was. Ik had destijds aan een bosrand een houten stellage ontdekt van waaruit jagers, met het jachtgeweer in de aanslag, een midden in het bos liggende open vlakte in de gaten konden houden zodat ze ieder nietsvermoedend stuk wild dat zich op die open vlakte waagde onder schot konden nemen. Omdat ik zelf bepaald geen jagersinstinct bezit vond ik dat dit houten bouwsel beslist ook voor andere doeleinden gebruikt kon worden en vandaar dat ik destijds, met de filmcamera “schietklaar” vele uren op het drie meter hoge bouwsel heb zitten wachten totdat ik een ree in het vizier zou krijgen. Al zoekend en vragen beantwoordend kwamen deze herinneringen weer bij me bovendrijven en nu we toch in de buurt waren wilde ik, in de stellige overtuiging dat ze dit vast wel interessant zouden vinden, mijn neefjes dit stukje nostalgie toch eens even laten zien. Tenminste, als het houten bouwsel niet ondertussen al was gesloopt of als de natuur zelf zich niet over dit maaksel van mensenhanden zou hebben ontfermd. In een periode van 28 jaren kan onverzorgd hout in een vochtig klimaat namelijk compleet wegrotten.
Zodra we in de buurt kwamen ontwaarde ik tussen de bomen zowaar het silhouet van de houten kansel waarop ik ooit zoveel uren had doorgebracht. Dus liepen we ernaar toe en terwijl ik voortdurend met vragen werd bestookt bereikten we dit stukje nostalgie. Zoals verwacht was het ondertussen in onbruik geraakte bouwsel duidelijk zichtbaar door de natuur onder handen genomen en zodoende waren dan ook diverse planken verdwenen of hingen scheef. Groen van het mos stond het halfvergane bouwsel zijn definitieve ondergang af te wachten. Zo dichtbij gekomen en omhoog kijkend zag ik mezelf weer op het drie meter hoge plateau zitten, al spiedend tussen de planken door. Mijn neefjes stonden het geheel ook een ogenblik aan te kijken. Nog helemaal in beslag genomen door mijn herinneringen aan dit stukje grijs verleden merkte ik al mijmerend op: “Kijk jongens, hier zat ik dus 28 jaar geleden op de uitkijk om reeën te kunnen filmen”. Het neefje dat me tot op dat ogenblik toe voortdurend had bestookt met zijn vragen wierp als reactie op mijn ontboezeming een vluchtige blik op het geheel en terwijl ik mezelf nog 28 jaar terug in de tijd waande hoorde ik hem opeens vragen: “Albert, is de duivel vroeger ook goed geweest??”
In één klap stond ik weer met beide benen in het heden en ik besefte ontnuchterd dat mijn neefje belangrijker dingen aan zijn hoofd had dan zich te staan vergapen aan een wegrottende jagershut. Terwijl ik zijn ernstige vraag zo goed mogelijk beantwoordde ging het door me heen dat er inderdaad zoveel dingen zijn in het leven die onze aandacht afleiden van de ernstige levensvragen die wij allemaal onszelf bij tijd en wijle zouden moeten stellen. Zoals de vraag van mijn neefje die aan mijn gemijmer een einde maakte. Ik had mijn lesje weer geleerd. Soms kan het wel leuk zijn om weer even terug te blikken op wat ons ooit bezighield of interesseerde maar achterom zien mag niet ontaarden in achteruit lopen. In een wereld die in een hoog tempo door de wettelozen en de goddelozen onleefbaar wordt gemaakt en waarin de haat tegenover de Schepper alleen maar toeneemt heeft een kind van God belangrijker dingen aan zijn hoofd dan de dingen waar, zoals Jezus het verwoordde, “het zoeken der heidenen naar uitgaat”. Vele uren door de bossen dwalen, zoals ik dat destijds deed, in de hoop reeën te kunnen filmen is op zichzelf bepaald geen verkeerd tijdverdrijf maar als de ernst van de om zich heen grijpende goddeloosheid en de groeiende vijandschap tegenover het evangelie van Jezus tot ons doordringen zullen we keuzes moeten maken. Willen wij in dienst van Gods Koninkrijk staan óf zullen we uiteindelijk, met het schaamrood op de kaken, tegenover de Hemelse Rechter moeten toegeven dat we andere zaken in dit korte leven véél belangrijker vonden?? “De oogst is wel groot”, zei Jezus eens, “maar arbeiders zijn er weinig”. Vandaar dat ik, door de jaren heen wijzer geworden, o.a. de filmcamera inmiddels heb ingeruild voor de computer. En dankzij die computer heb ik al heel wat meer mensen mogen bereiken dan er reeën rondlopen in de bossen waarin ik ooit rondzwierf.
| Spreuk: Het evangelie is veel te ingewikkeld voor volwassenen. Alleen een kind kan het begrijpen. (naar Matthéüs 18:3) |
P.S.
Mocht je de inhoud van deze pagina op een meer conventionele manier onder de aandacht van andere belangstellenden
willen brengen, wees dan zo vrij en print deze pagina. Er zal eerst een
voorbeeldtekst verschijnen om je een idee te geven van de tekstgrootte. Je kunt vervolgens een keuze maken tussen
kleine en wat grotere letters, waarbij nog wel even moet worden opgemerkt dat de kleine letters overeenkomen met de
gangbare lettergrootte zoals je die in boeken en tijdschriften aantreft.